Ik zette deze blog op in 2006 bij wijze van test om te zien hoe zoiets werkt. Ik probeer er nu en dan aan te denken maar de praktijk leert dat ik met mijn hoofd meestal elders zit dan in de virtuele ruimte. Verwacht dus geen al te grote regelmaat. We doen ons best. Reageren kan (altijd welkom) onderaan elk artikel: bij (geen) opmerkingen.
Veel leesplezier.
woensdag 20 januari 2016
Kommil Foo
zondag 3 januari 2016
Onze wensen voor 2016
Die kwestie van verraden en vertrapte Arabieren, geen ver verhaal uit de woestijn
zondag 13 september 2015
Officer Krupke
vrijdag 5 juni 2015
Kleurkes
zondag 9 december 2012
De economie van het leerproces
De samenleving heeft de neiging alle te taxeren aan de hand van twee eenvoudige vragen: Wat kost het? Wat brengt het op?
Ook het onderwijs moet zich tegenwoordig op deze kinderlijk naïeve wijze legitimeren en het staat goed zulks niet in vraag te stellen want uiteindelijk is de economie de motor van onze samenleving. Ik ga hier dan ook niet in op de economisering van het onderwijs.
De overweging "Wat kost het en wat brengt het op?" met betrekking tot het leerproces is op zich zo gek nog niet.
Uiteindelijk is dit precies de overweging die het kind van in de eerste graad al dan niet bewust maakt.
Wat kost het?
Die vraag lijkt me, wat het kind betreft, tamelijk eenvoudig te beantwoorden. Het kind moet in de loop van het leerproces een aantal inspanningen leveren die te maken hebben met discipline (opletten, luisteren, de serene leersfeer respecteren), doelgericht bezig zijn (tekenen, lezen, rekenen, ...), het functioneren in groep (klassenraad, groepswerk, opnemen van verantwoordelijkheden, ...). Die inspanningen worden samen met de bijbehorende vrijheidsberoving aangevoeld als de kostprijs van het leerproces.Wat brengt het op?
Tja,... Wàt eigenlijk? Toen ik op de schoolbanken zat, waren er twee strekkingen. De ene stelde botweg dat het erom ging later veel geld te verdienen. De andere wou het ietwat filosofischer voorstellen maar bedoelde min of meer hetzelfde: "opdat je later iemand zou worden" (alsof leerlingen nog niemand zijn). Hoe dan ook werd in beide gevallen "een goed werk" (een vaste en zo mogelijk goed betaalde job) als kern van echt menselijk geluk voorgesteld en dit kon enkel bereikt worden door zegge en schrijve twintig jaar onafgebroken "je best doen" en "hard werken". 20 Jaar!!!Kunt u zich nog voor de geest halen welke voorstelling u zich bij het horen van dergelijke grootheid maakte? 3 jaar, dat ging nog net: dan kwam je zowat ter hoogte van de planeet Pluto uit. Maar twintig jaar... Het uitspreken alleen had al iets van een bijna-religieuze ervaring. Toch dachten verstandige grote mensen - ouders en leerkrachten - dat ze de kleine Karel wel van het belang van de school zouden kunnen overtuigen door hem "een goed werk" bij wijze van wortel voor de neus te hangen in ruil voor de mooiste jaren van zijn leven.
Da's pas zen!
En naarmate in de loop der jaren steeds duidelijker werd dat de in het vooruitzicht gestelde beloning noch inhoudelijk (een goeie job...?) en helemaal al niet qua timing tot de verbeelding van ons pientere Kareltje sprak, probeerden zijn ouders de motivatie wat op te krikken door etappeprijzen te introduceren (een walkman of een nieuwe fiets voor een goed rapport). Hiermee versterkten ze de overtuiging dat al dat leren en de zogenaamde intellectuele beloning eigenlijk geen fluit intrinsieke waarde hebben. De materiële beloning is wat telt!
Ter vergelijking: Koen Raes ¹ stelt "(...) wie bepaalde activiteiten nog slechts omwille van hun economische (ruil)waarde nastreeft, ontwaardt daardoor de eventuele verdienstelijkheid van zijn handelen, juist omdat hij ze slechts nastreeft omwille van standaarden die extern zijn aan de praktijken waaruit noties van verdienstelijkheid en uitmuntendheid hun betekenis putten."
De wereld verbreden in ruimte en tijd.
U kan denken dat het verhaaltje hierboven karikaturaal bedoeld is, maar ik vrees dat ook vandaag nog een groot deel van de kinderen met waanzinnige argumenten tot leren "verleid" worden. De groteske dimensie komt pas goed tot uiting wanneer geplaatst naast het uitgangspunt dat elk kind eigenlijk zijn eigen motivatiesysteem in zich draagt en dat het volstaat dit te voeden. Richard Anthone en Freddy Mortier ² zeggen hierover: "De opheffing van vervreemding kan alleen worden opgevangen door een intrinsieke motivatie, een motivatie die uit de aandrang van het kind zelf voortkomt en niet van buitenaf is opgelegd in de vorm van dwang. Ervaringen van zinvolheid kan men nu eenmaal niet afdwingen, net zoals men door verkrachting geen liefde kan krijgen".Daarom vertrekt Freinetonderwijs vanuit de eigen belevingswereld van het kind. Enerzijds omdat de leerinhouden concreter, betekenisvoller worden voor het kind. Maar vooral omdat de ontwikkeling van het kind een proces is dat start met het kind dat de wereld bevraagt vanuit zijn natuurlijke nieuwsgierigheid; de wereld antwoordt en vervolgens treedt bij het kind een gevoel van bevrediging op, wat het dan weer aanzet om nog meer vragen te stellen. In het begin levert dit proces bijna instant resultaten op. De opbrengst is dus onmiddellijk zichtbaar (de materiële of ideële producten van zijn inzet) en vooral voelbaar (de opwinding, de roes, de kick van de intellectuele bevrediging). Naarmate de ontwikkeling vordert wordt alles ingewikkelder en dus het proces (de cyclus) langer. Op die manier leert het kind omgaan met uitstel van behoeftebevrediging van een langer volgehouden inspanning, waarbij de ontlading en het gevoel van bevrediging intenser worden. Zo leert het individu de wereld begrijpen, wordt zijn wereld ruimtelijk groter en kan hij meestal ook grotere tijdsspannes beheersen. Hij leert op natuurlijk wijze lange-termijn-denken - iets waartoe vele volwassenen op dit ogenblik nauwelijks in staat zijn.
Patrick Cohen
¹ Koen Raes "Het Moeilijke Ontmoeten, verhalen van alledaagse zedelijkheid", VUBPRESS 1997.
² Richard Anthone en Freddy Mortier "Socrates Op De Speelplaats, filosoferen met kinderen in de praktijk", ACCO 1997.
zondag 26 november 2006
De school als voorbeeld
Naar aanleiding van een discussie in de ouderraad van de Harp over het al dan niet bannen van melkbriks ten voordele van hervulbare glazen flessen (en eventueel kiezen voor niet-industrieel geproduceerde melk) kwamen we tot een verbreding van het thema, namelijk: "welke verantwoordelijkheid draagt de school in het consumptiegedrag van de kinderen en in welke mate is de dagelijkse praktijk consequent met de houding die het onderwijs bij de leerlingen wil overbrengen?"
We stelden bijvoorbeeld de vraag of de school mag tussenkomen in wat ouders in de boekentas van hun kinderen stoppen bij wijze van tien- vier- en soms heel wat andere uurtjes.
Voor de inconsequente praktijk van de school werd gewezen op de jaren aanslepende klacht over de wijze waarop de school verwarmd wordt: de centrale ketel draait op volle toeren omdat sommige lokalen moeilijk te verwarmen zijn. De verouderde radiatoren kunnen niet individueel bijgeregeld of uitgedraaid worden zodat de klassen op de verdiepingen en de grote zaal opwarmen tot saunatemperatuur. De standaardremedie bestaat er sinds jaar en dag in om in de klassen les te geven met open ramen en kokende radiatoren. Alle deuren die uitgeven op de speelplaats en de tussendeuren die een sas vormen worden doorlopend wijdopen vastgezet.
Vooral uit woede over deze laatste gang van zaken maakte ik, bij wijze van inleiding tot de discussie volgende bedenkingen:
Uitgangspunten
- De wijze waarop wij nog steeds omgaan met de eindige en schaarse grondstoffen, de levensnoodzakelijke voorraad drinkwater en zuivere lucht leidt vandaag tot zware problemen en morgen tot catastrofes. Daarover zijn alle ernstige wetenschappers het eens.
- Het probleem ligt niet bij de anderen, bij de zogenaamde grote vervuilers (fabrieken, multinationals) of de Amerikanen (die per hoofd veel meer verspillen dan wij) of de Russen (die veel onveiliger en vervuilender produceren). Het probleem zijn wijzelf bij elke kans die we laten liggen om onze consumptiedrang in te tomen; in de mate dat we nalaten zorgzaam om te gaan met onze omgeving. Want ons consumptiegedrag is hun vrijgeleide. "Hun" kunt u naar believen invullen met vertegenwoordigers en verdedigers van het Wetenschappelijk - Technologisch - Kapitalistisch produktiemodel.1
- De problemen worden mondiaal erkend door duizenden organisaties, regeringen en hun administraties. Ze worden van uit de politiek vertaald in doelstellingen - te ambitieus voor de enen, totaal ontoereikend voor de anderen - met name de Rio Conferentie voor Duurzame Ontwikkeling en Lokale Agenda 21.
- Ook onze regering heeft zich geëngageerd voor een duurzaam ontwikkelingsbeleid. Daarenboven krijgt België een aantal verplichtingen opgelegd vanuit de Europese Commissie (o.a. voor het halen van emissiereductie-quota inzake pcb's, zware metalen en dioxines en voor het nemen van maatregelen inzake afvalpreventie en -verwerking).
- Zowat alle studies wijzen op het belang van beleidsondersteunende maatregelen in de vorm van educatie en sensibilisering. Zowel Lokale Agenda 21, de Europese Unie als "Leren om te Keren" (de gedetailleerde milieu-analyse annex beleidsplan van de Vlaamse Regering onder redactie van Aviel Verbruggen) wijzen erop dat de actieve betrokkenheid van burgers/consumenten bij het omschakelen naar een duurzame economie onontbeerlijk is. Terzelfdertijd wordt het belang onderstreept van een eenduidig, consistent en duidelijk beleid om het vertrouwen en de medewerking van de bevolking te krijgen. Belangrijk is hierbij de voorbeeldfunctie van de verschillende overheden en hun administraties.
- Ook wordt in voornoemde studies steeds gewezen op de belangrijke en evidente rol die de scholen spelen in zowel educatie als sensibilisering. Dit wordt o.a. ook gereflecteerd door het opnemen van die verantwoordelijkheid van het onderwijs in de eindtermen.2
- Gezien de maatschappijvisie van waaruit het Freinet-onderwijs vertrekt, waarin kritisch en verantwoordelijk omgaan met de leefomgeving centraal staat, heeft onze school, meer nog dan andere scholen, een verantwoordelijkheid op te nemen.
De school moet een coherente boodschap brengen
Dit betekent dat de wijze waarop ze functioneert consequent moet zijn met de houding die ze de leerlingen probeert bij te brengen.
Het tegenargument luidt dat in het echte leven ook een grote discrepantie heerst tussen voorgehouden ideaal en beleefde werkelijkheid; dat men kinderen maar best zo vlug mogelijk confronteert met die onvolkomen relatie tussen theorie en praktijk. De boodschap die men aldus impliciet naar de kinderen toe brengt is die van het onvoorwaardelijk pragmatisme. Dit is de beste garantie dat de volgende generatie de oude manier van omgaan met waarden en normen zal verder zetten; uiteindelijk dus het bestendigen in de toekomst van de oude politieke cultuur. Dit is waarmee men dan bezig is.
Zijn normen en waarden dan absoluut? Neen we kunnen de kinderen gerust duidelijk maken dat ze cultureel bepaald zijn en dus voortdurend aan kritische evaluatie onderworpen zijn maar terzelfdertijd moeten we ze erbij vertellen dat die evaluatie inhoudt dat je de waarden ernstig neemt, dat ze nooit gratuit zijn en dus waard om voor op te komen. En wie ze uit opportunistische overwegingen opzij schuift, moet ter verantwoording geroepen worden.
Tot in den treure wordt gezegd dat Freinet opvoedt tot kritische, verantwoordelijke en mondige burgers. Dat wil zeggen dat die kinderen precies in staat moeten zijn om zich verantwoordelijk te voelen voor de wereld waarin ze leven, in staat zijn om maatschappelijke situaties te analyseren en te evalueren, eventueel fouten of verkeerde keuzen kunnen detecteren en zich gesterkt voelen om zelf te handelen om situaties in hun eigen leven of in hun wijdere leefwereld in de hand te nemen.
De pragmatische boodschap van hierboven, die daartegenover staat, leidt enkel tot nabootsing van de opportunistische houding of tot nihilisme tout court.
Mocht blijken dat het Freinet-onderwijs in Gent daar niet over gaat, dan zal ik moeten erkennen dat ik me van school vergist heb. En dan kunnen we nu praten over melkbriks versus flessen, gezonde voeding op school en snoepgewoontes in de klas, verantwoord energiegebruik, mobiliteitsgedrag van ouders en teamleden... u zegt het maar.
Een eerste resultaat van de discussie die hierop volgde: er vertrok meteen een door iedereen ondertekende brief om de verwarmingsproblemen van de school toe te lichten aan mevrouw Moerman, onze onderwijsschepen.
(1) Cfr. "De Ogen van de Panda", Etienne Vermeersch. 1988, Uitgeverij Marc Van de Wiele, ISBN 90-6966-034-2.
(2) De Dienst Leefmilieu van de Stad Gent is ter vervanging van de ietwat voorbijgestreefde Kroonkurken-actie, begonnen met het opstarten van ecoteams in de scholen. De scholen die hiervoor inschrijven worden logistiek gesteund met lesmateriaal, meetinstrumenten, werkbladen om meetresultaten bij te houden en andere materialen (bv. gratis compostvaten). Dit eerste jaar wordt specifiek gewerkt rond water en afval. Het aanbod sluit aan bij de eindtermen. Voor meer inlichtingen kan u terecht op het secretariaat van uw school of bij Sabine Van Lancker van de Dienst Leefmilieu op nummer 239.43.11
Copyright © maart 1998.
dinsdag 21 november 2006
De Post-publieke Postenquête
Gretig (ik sla de rest van de brief over… ’t mag wel vooruit gaan!) neem ik onmiddellijk die vragenlijst ter hand: 12 bladzijden! Twaalf bladzijden lijkt me wel wat veel om me van alle opdringerige postverkopers te verlossen, maar voor wat hoort wat en, vooral, ik wordt aangemoedigd door het opvallende moto van de lijst (groot wit op rood vlak): “Help ons u te helpen”. Zo kennen we de post, niettegenstaande alle doemberichten over herstructureringen en privatisering is onze post er toch nog voor ons, de burger. Daarenboven verzekeren de instructies me: “het invullen van deze vragenlijst zal niet meer dan enkele minuten van uw tijd innemen en zal u de mogelijkheid geven om uw stem te laten horen.” Dat klinkt als een regelrechte uitoefening van mijn democratische rechten. Maar dan herinnert een detail ons alsnog dat die gedeeltelijke privatisering goed onderweg is: onder diezelfde rubriek Instructies lezen we:
Een ongevraagde mail zenden om de burger er op slinkse wijze van te overtuigen zijn brievenbus open te zetten voor ongevraagde mailings… Nee, erger nog, hem op bedrieglijke wijze zelf ongewenste mail laten aanvragen, dat is toch wel de omgekeerde wereld en zeker een huis van vertrouwen niet waardig. En dan heb ik het nog niet eens over de schending van de privacy via vragen die schaamteloos diep in de privésfeer graven.
met de privé-ondernemingen, wordt het een hele heksentoer om nog voldoende fondsen te genereren om zijn opdrachten te vervullen. De liberalisering van de Europese postdiensten in 2009 beloven op dit gebied de totale afbraak.Patrick Cohen
Wil je geen junkmail meer in je bus? Registreer je dan op de Robinsonlijst die in de mailing van Select Post onopvallend aan het eind van de begeleidende folder vermeld wordt (zover lezen de meeste mensen uiteraard niet). Of dit systeem waterdicht is zal nog moeten blijken, maar het kan helpen en is stukken transparanter en makkelijker dan het doorworstelen van de enquête.