Posts tonen met het label Gent. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gent. Alle posts tonen

zaterdag 2 november 2024

Democratie op zijn Gents

Mark Elchardus heeft recht op zijn mening (De Morgen, 2 november 2024) maar voor een prof sociologie lijkt me zijn invulling van het begrip democratie toch wat eng. In zijn kritiek op de nieuwe verkiezingsregels die de Vlaamse regering 4 jaar terug stemde en waar we nu de gevolgen van merken kan ik voor een stuk meegaan, grondige bijsturing is zeker aan de orde. Maar zijn kijk op het afwijzen van het bestuursakkoord dat vorige week aan de Vooruit-leden werd voorgelegd getuigt niet meteen van veel begrip over wat zich in Gent heeft afgespeeld. 

[de directe aanleiding voor het schrijven van deze tekst was inderdaad de bijdrage van Mark Elchardus in De Morgen maar is meteen een antwoord of commentaar op heel wat artikels die in de Vlaamse pers en op sociale media verschenen over het wegstemmen van het bestuursakkoord.]

Het klopt natuurlijk dat de tekst niet het product is van een partij maar van het kartel van Vooruit en Open Vld dat de meeste stemmen haalde. Dat een meerderheid van de Vooruit-leden, die over het akkoord kwamen stemmen, het ‘plots’ eenzijdig afwijzen, lijkt voor velen uit de lucht komen te vallen. Wij Gentenaars weten wel beter. Heel wat leden van Vooruit zijn al 2 jaar kwaad over de vorming van dat ‘onnatuurlijke’ kartel, zelfs zij die zich de laatste 12 jaar niet altijd konden vinden in bepaalde bestuursmaatregelen rond bijvoorbeeld mobiliteit, die ze te Groen gestuurd vonden. Voor hen was het duidelijk dat het kartel er gekomen is onder druk van hun voorzitter. Dat de Gentse socialisten Conner Rousseau niet meteen wandelen stuurden met zijn paarse droom heeft wellicht te maken met (verdiende) dankbaarheid voor het nieuw leven dat hij in de gehavende SPa bracht. Argwaan waarde door de gangen maar Rousseau kreeg het voordeel van de twijfel: Open Vld was zienderogen aan het krimpen, Vooruit keek uit op een remonte. De redenering werd: misschien dat het sociaal programma van de socialisten dan redelijk ongeschonden kon stand houden binnen het nieuwe kartel, ook al ging dat ten koste van de (niet altijd makkelijke maar wel vruchtbare) samenwerking met Groen. Groen zou hoe dan ook de eerste optie blijven in een toekomstige te vormen coalitie. Maar steentje in de Gentse schoenen blijft Conners kaping in 2021 van hét symbool van de Gentse sociale strijd: de naam Vooruit. Toen schreef ik ergens op de sociale “dat gaan de Gentenaars onthouden, Conner”. Awel… En dan groeit, vooral sinds zijn heropstanding uit zijn “bezinningsretraite” na een onsocialistische uitlating teveel, het beeld dat Rousseau tegenwoordig toch wel erg graag optrekt met ene Bart De Wever. En de irritatie houdt niet op: waar Gentenaars het ook lastig mee hebben is het overmatig centralisme en dirigisme van de hedendaagse partijpolitiek waar ook Vooruit niet aan ontkomt. Bemoeienissen vanuit Brussel werken in Gent als een rode lap op een stier. Het zit niet in ons DNA, om het nog maar eens met die verfoeide beeldspraak duidelijk te maken. Voor mijn part mag DNA vervangen worden door ‘karakter’ of ‘ziel’. Sommige commentatoren vinden ‘het rebelse karakter van de Gentenaar’ een mythe maar historisch is het zeker reëler dan de Vlaamse glorieuze identiteit van 1302 die nationalisten ons nog steeds proberen in te lepelen. Wij Gentenaren zijn het gewend om onszelf te organiseren “gelijk of da-me da zelve pijze”. Wij moeten niet van bovenaf verteld worden hoe we moeten leven. 

Het middenveld, Groen (en heel wat leden van Vooruit) vinden de garanties voor een progressief en sociaal beleid in de huidige versie van het bestuursakkoord niet sluitend. Maar zolang er met Groen gepraat werd zouden de onderhandelaars wel tot een akkoord komen… dacht men. Tot de stekker uit die gesprekken werd getrokken door… haha, dat gaan wij, gewoon straatvolk, niet te weten komen. Groen zegt dat het Voor Gent was en volgens Voor Gent (en hun supporters) waren het de Groen-onderhandelaars. Kan ons ook niks schelen: wij hebben er schoon genoeg van. Stilaan denken we hier de speelbal te zijn of de pasmunt in een koehandel tussen voorzitters Conner en Bart en daar passen wij voor. Die twee mogen Vlaams of federaal samen hun gang gaan, en als ze daar goesting voor hebben mogen ze Antwerpen en Sint-Niklaas zelfs fusioneren, voor zover hun achterban daar ook zin in heeft, maar dat ze met hun fikken van Gent blijven! Hun machtsspel op federaal of regionaal niveau moeten ze ginder uitvechten, daar hebben ze hier niets mee te zoeken.

Wel, meneer Elchardus, u schrijft terecht: 

“Voor Gent onderhandelde een bestuursakkoord met N-VA. Dat werd verworpen, niet door de fractie Voor Gent maar door de leden van een van de partijen die het kartel vormden, Vooruit.” 

Maar dan: 

“Waarom zouden de leden van een partij die zelfs niet bij de verkiezingen opkwam en evenmin als partij in de gemeenteraad zetelt mogen beslissen over welke bestuurscoalitie wordt gevormd? Waarom die beslissing dan niet overlaten aan bijvoorbeeld de Koninklijke Fanfare De Eendracht van Anzegem? Die heeft met Vooruit gemeen dat zij ook niet opkwam in Gent.” 

Wel, omdat er over het bestuursakkoord wellicht wel tot een iets beter compromis was gekomen met nog enkele dagen armworstelen. Dat dumpen van Groen voor N-VA was in het licht van al het voorgaande de druppel. Nu en dan moet democratie van onderuit ingrijpen om te verhinderen dat de interne partijdemocratie volledig wordt uitgehold door leiders die stilaan de voeling met hun basis verloren hebben en blijk geven van er een geheel eigen agenda op na te houden. Democratie is toch wel meer dan eens in de 6 jaar recht hebben om een bolletje bij een partij zetten en dan weer 6 jaar zwijgend ondergaan wat de verkozenen onder druk van hun leiding bedisselen. De vis waar u het over hebt, meneer Elchardus, is al jaren terug beginnen rotten en dan moet de oorzaak weg gesneden worden. Dat is het signaal dat links Gent gegeven heeft.

 

vrijdag 6 december 2019

Auto als moordwapen


Gerelateerde afbeelding


Heb zelf ooit wel eens met zulke idioten te maken gehad die mij blijkbaar als fietser een lesje wouden leren. Da's lang geleden maar 2 weken terug nog net, zag ik een chauffeur uit mijn straat in volle vaart met brullende motor optrekken om 2 fietsende tegenliggers rakelings schrik aan te jagen. Reden? Ze fietsten niet helemaal rechts op de kasseien maar in het midden op een strook asfalt aangezien er daar toch nog ruim voldoende plaats is voor tegenliggers. Doe ik ook soms want de kasseien liggen hier echt wel oneffen. Onmiddellijk na het passeren van de fietsers moest de wagen heel snel afremmen want hij parkeerde amper 25 meter verder in de straat. Dit is wat je krijgt als je de wereld indeelt in "wij" en "zij", zoals hier: dé fietsers versus dé automobilisten.
Ik herinner me nog levendig wie die polarisatie voedde in de aanloop naar het mobiliteitsplan voor Gent en tijdens de verkiezingscampagne die daarop volgde. Je mag 1 keer raden.
Hieronder de column van Saskia de Coster in De Morgen vandemorgen.
En o ja, die razende automobilist was mijn gebuur, die verder anoniem blijft.

donderdag 24 oktober 2019

Radio Toestel, de start

poging tot historische reconstructie


Enkele dagen terug werden mij een aantal teksten onder de aandacht gebracht waarin stukken historiek van Radio Toestel aan bod kwamen. Geen idee hoe die brokken geschiedschrijving tot stand kwamen maar bij het lezen ontsnapt mij meermaals een onweerstaanbaar “What the fuck”. Behalve op een occasionele doorzakavond met een generatiegenoot na heb ik zelf weinig aanleg voor nostalgie en dus heb ik nooit de behoefte gevoeld om memoires neer te pennen. Ook al  omdat: zou ik dit ook moeten doen voor alle levens die ik voor en na Toestel gehad heb dan had ik daar nu een full time bezigheid mee 😵. Nu ik plots merk hoe simpele, heldere feiten vervormd worden tot fictie (mythevorming, 't is van alle tijden), moet ik misschien toch proberen één en ander vanuit mijn perspectief terug te brengen tot waar we toen dachten mee bezig te zijn. Anderen moeten dat dan maar aanvullen met hun eigen insteek, waarom zij hun tijd en energie in dit project hebben gestoken. 


Misschien eerst even de achtergrond schetsen.


Ik was altijd al geïnteresseerd in en ook actief geweest met media, onderwijs, cultuur als bedding voor maatschappelijke ontwikkeling en emancipatie. Vanuit het gevoel dat er in Gent te weinig bewoog was ik allerlei pistes beginnen verkennen om een cultureel platform te bouwen dat alle progressieve initiatieven kon samen brengen. Ik had bijvoorbeeld vanaf eind jaren ’60 aan den lijve ondervonden hoe de politieke linkse beweging onderling totaal versnipperd meer energie stak in het bekampen van elkaar in plaats van te werken aan een relevant breedmaatschappelijk, emanciperend project. Midden de jaren ’70 had je vanuit de mei ’68-erfenis (om het ietwat clichématig te benoemen) heel wat basisinitiatieven die los van de oude zuilen werkten rond buurt­ver­nieuwing, migranten, laagdrempelige gezondheidszorg, vrouwenemancipatie, volks­ont­wikkeling, derde wereld,… Veelal werd schitterend en noodzakelijk werk verricht maar nooit kwam het tot bundelen van krachten om meer te wegen op de politiek. Dit was de context waarin een hele reeks stadskranten in Vlaanderen die verbindingsrol probeerden op te nemen. Voor Gent was dat Den Agentenaar. Gedurende een tweetal jaar hadden de ideeën en verzuchtingen die aan de basis leefden daarmee een klankbord. Wat al die stemmen misschien wel terug een gevoel gaf van te behoren tot een bredere beweging. Helaas: zonder dat dit ook werkelijk aanzette tot actieve samenwerking… ieder zijn eilandje. 

Daarnaast was ik altijd al een fanatieke muziekliefhebber en probeerde daar ook iets mee te doen. Ik schreef erover in een aantal kranten en magazines, had in de Belgische Mediatheek gewerkt, kende heel de Gentse muzieksien in al zijn gedaantes. Muziek was niet enkel fun, ik geloofde ook vast in de verbindende kracht ervan. Zo ontstond het wellicht naïef idee om, toen Den Agentenaar begon uiteen te vallen, een organisatie op poten te zetten om Gent een nieuwe sociale en culturele boost te geven. Op dat moment beschikte Gent, in tegenstelling tot heel wat kleinere gemeentes, niet over een cultureel centrum. Sporadische concerten waren eenmalige initiatieven. Ik begon allerlei pistes uit te tekenen waarbij ik moet bekennen dat mijn fantasie nogal eens op de loop ging met elke zin voor het haalbare. Het omvatte naast concerten, een tijdschrift of nieuw soort stadskrant, een audionieuwsbrief als opstap naar stadsradio, een service voor mensen of verenigingen die een concert of fuif wilden organiseren maar zelf de praktische aanpak of de noodzakelijke administratie daarrond niet kenden, een cel ondersteuning voor muzikanten,… Niets was te gek om in die toekomstdromen opgenomen te worden. Maar soms moet men in het leven durven 1 stukje droom om te zetten in reële actie. Dus zocht ik eerst mensen om op regelmatige basis concerten te organiseren. Van in het begin was Tom Thienpont, die toen nog studeerde, daarbij betrokken en al vrij snel kwam ook Bob Driege in de kern van wat (het Gents Animatie Kollektief) De Zwingende Draak werd. 

En dan: tijd voor radio

Eens de concerten en fuiven goed liepen begonnen Bob, Tom en ik te fantaseren over het op poten zetten van een lokale radio naar voorbeeld van FM Bruxel, die toen net was opgestart in Brussel. Door met die gasten (o.a. Gust De Coster en Paul Driesen) te praten zagen we dat de drempel naar een lokale radio minder hoog was dan gedacht, voor zover we mensen vonden die de technische kant van de zaak beheersten. Vooral omwille van dit laatste bleven die plannen voorlopig in de ijskast zitten. 

Ondertussen stapte ik naar Elcker-Ick om ze te interesseren in de uitgave van een nieuwe stadkrant waarvoor zij ondersteuning zouden bieden via een btk-project. Daar zagen ze wel wat in maar ze wisten niet goed hoe dit in te kleden. Dus ook daar klonk het eerst van “hou dit nog even bij, we doen er wel wat mee.” Ik dacht al: “Ja ja, dat zal wel”, maar warempel, enkele weken later contacteerden ze me. Ze hadden een inhoudelijk gelijkaardig voorstel gekregen maar vormelijk ging het om radio ipv drukwerk. En of ik eens met die mens wou gaan klappen want er was maar ruimte om 1 btk-project in te dienen. We maakten een afspraak en voor mij zat Jacob d’Hollander die ontzettend enthousiasmerend zijn radioverhaal deed. Hij was net afgestudeerd als sociaal-agoog met een licentiaatsthesis over lokale radio. Conclusie was dat we samen een dossier zouden maken en later zien welk van de 2 projecten het meest haalbaar was. Jacob nodigde me uit voor een bijeenkomst met enkele andere geïnteresseerden en ik zag dat er toch wel serieuze mensen betrokken waren wat me overtuigde.  Ik ging dus praten met de Zwingende Draak-kern en zo ontstond, los van de Zwingende Draak, Radio Toestel. 

Najaar ’79 en begin ’80 werd gewerkt aan de voorbereiding en op 1 maart gingen we van start. Om veiligheidsredenen werden de opnamestudio en de zender op verschillende plaatsen geïnstalleerd en verhuisden we die regelmatig. Tenslotte waren we bezig met illegale activiteiten en hing er doorlopend de dreiging van een politie-inval boven ons hoofd. De programma’s werden opgenomen in de studio aan de Coupure (op zolder bij buren van Jacob d’Hollander) op een Revox 77 (A of B, dat weet ik niet meer) met grote spoelen en dan overgetaped op cassettes. Met die cassettes gingen we dan naar de zender die de eerste weken boven de Music Man aan de Bagattenstraat stond. Heel primitief: een cassettenspelertje op de trap middels een lange draad verbonden met de zender en dan een kabel naar de antenne die op of onder het dak stond. Om het uur kwam iemand anders zijn cassette afspelen. De lokaties waren veelvuldig. Ik herinner me nog een opnamestudio in de Johan Daisnestraat, de St.-Pietersnieuwstraat en de Overpoort. Onze zender heeft onder andere nog op één van de buildings aan de Groene Vallei gestaan. Dat kat-en-muisgedoe was inderdaad een gedoe maar ook avontuur. Na enige tijd hadden we contact met de mensen van Radio-Aktief die studentenradio maakten. Op een gegeven moment leek het hen logisch om bij ons aan te sluiten want wij hadden nog zenduren vrij zodat ze ook ruimte hadden om hun ding te doen. 

Inhoudelijk hielden we eraan ons te onderscheiden van de zogenaamde vrije radio’s die ofwel nostaligische hobbyisten waren en de oude Radio Veronica of Mi Amigo probeerden te imiteren, ofwel commerciële ondernemers die hoopten op termijn een lucratieve onderneming uit te bouwen. Wij noemden onszelf “lokale radio” met een maatschappelijke opdracht en expliciet niet-commercieel. Op Vlaams niveau waren wij verenigd in het VEBE met als voornaamste doel de legalisering van Lokale Radio, het mee uitdokteren van een decreet en het verkrijgen van zendvergunningen. In het VEBE zaten onder andere FM Bruxel waar bijvoorbeeld Gust De Coster, Marcel Vanthilt en Dominique Deruddere programma’s hadden, Radio Centraal met een Walter Grootaers en Radio Scorpio waarin ook Jan Hautekiet. De commerciële zenders, met Radio Contact als grootste, verenigden zich in Vebora. Ook zij probeerden gelegaliseerd te worden. De politiek ging moeten kiezen: voor de commercie of voor een maatschappelijk relevant medium. Uiteindelijk is het een beetje vanalles geworden, maar dat is een ander verhaal. 


Onze eerste inbeslagname (16 mei 1980), toen we uitzonden vanuit de Brug (het gebouw van het Cultureel Convent aan de St.-Pietersnieuwstraat), verliep hilarisch. Het was nog de tijd dat we via opgenomen cassettes uitzonden. De BOB, begeleid door de politie viel het verlaten gebouw binnen, rende de trap op en riep de stemmen achter de gesloten deur toe onmiddellijk op te maken. De stemmen, die niets anders waren dan de cassette die uitgezonden werd, maakten niet open en dus werd de deur ingebeukt. Enkele minuten later kwam ik terug (van de bakker wat verder in de straat) en werd ingerekend. Ik moest mee naar mijn thuisadres waar enkele persoonlijke zaken werden in beslag genomen die ik nooit teruggekregen heb en daarna moest ik een uitgebreide verklaring afleggen in de Ridderstraat. Van daar ging het direct naar de Brielpoort in Deinze voor een optreden van Tom Robinson die ik ging vragen om iets over de inbeslagname te zeggen. Tom zei dat hij zich niet met lokale politiek wou bemoeien. Maar ’s anderendaags begonnen we meteen een noodzender voor te bereiden. We namen een actieprogramma op en speelden die continu 24/24 af vanop het dak van Home Boudewijn tot we een nieuwe locatie vonden voor het verder zetten van onze programma’s. 

Later bleek dat we al lang gevolgd werden door de toenmalige BOB. We kregen heelder verslagen te zien van ons doen en laten, waar we door de straten van Gent wandelden, waar we boodschappen deden… hilarisch. Leuk was dat iedereen op het justitiepaleis ons op den duur kende en zelf met de zaak verveeld zaten. Ik ben toen met alle niveaus, van de onderzoeksrechter tot de Procureur Generaal, gaan praten met een uitgebreid dossier in de hand. Allen toonden ze veel begrip maar ze moesten anderzijds de wet toepassen, zeiden ze. Toch zijn de pesterijen toen opgehouden. Trouwens, op dat moment hadden we al beter contact met de BOB-inspecteurs die ook wel inzagen met wat voor banaliteiten ze zich moesten bezig houden ipv serieuze zaken. Gevolg: op een gegeven moment kreeg Jacob d’Hollander een telefoontje van één van hen met de aankondiging dat ze ons moesten in beslag nemen en de vraag om te zorgen dat we hen wat nepgerief konden meegeven zodat ze hun baas konden content stellen. Geestig.

De eerste 3 jaar kreeg Radio Toestel een plaats in het hart de Gentse Feesten, Sint-Jacobs, om van daar uit rechtstreeks verslag uit te brengen. Het eerste jaar ging dat van uit een caravan die (Vuile) Mong Rosseel ons ter beschikking stelde. De volgende 2 jaar verkasten we naar de toenmalige Ekkentu aan de Vlasmarkt. Contact met de zender aan de Verloren Kost verliep via een vaste telefoonlijn.
Na verloop van tijd hadden we goede contacten met de redactie van De Morgen en kregen we een opnamestudio in hun gebouw aan de Bagattenstraat. De zender stond bovenop de Vooruit. Nog later kregen we een lokaal in de kelder van de Vooruit (ingang Parijsberg). In die periode begon er wat onenigheid te ontstaan over het al dan niet inkomsten genereren via reclame en over de wijze van omgaan met nieuwsgaring. Stilaan voelde ik me minder thuis binnen Toestel en wist ik dat het tijd was om af te haken. 

Het was ondertussen 1983 en hoe het verder gegaan is met de zender heb ik niet meer zo gevolgd. Hopelijk kunnen anderen dit eens uitgebreid verhalen.

zondag 3 maart 2019

Mobiel in Gent

Google+ verdwijnt samen met mijn posts via dit kanaal. Ooit besloot ik bij voorkeur Google+ te gebruiken als sociaal medium om mijn vrienden op de hoogte te houden van die dingen die mij belangrijk genoeg leken om te delen. Het aanhoudende bombardement aan Facebookposts, vriendschapsverzoeken, ongevraagde onnozeliteiten van al dan niet bekenden of reclameberichten op mijn tijdlijn vond ik onbeheersbaar en dus onbruikbaar. Ondertussen heb ik daar een klein beetje leren mee omgaan (van moetens wegens reële sociale contacten die enkel of voornamelijk via Facebook communiceren). Eigenlijk is het nog altijd met grote tegenzin dat ik FB gebruik en beperk ik mijn communicatie daar tot bescheiden, leefbare proporties.
Omdat ik mijn Google+ bijdragen wil archiveren (je weet maar nooit dat ik er ooit nog eens wil naar teruggrijpen, dat zeg ik trouwens ook over de tientallen dozen en archiefkasten die mijn kelder vullen, maar dat is een ander verhaal).

Mobiel in Gent was een rubriekje (een "collectie" in de Google+-terminologie) over... jawel.
Hieronder zet ik enkele bijdragen op een rijtje als voorbeeld. De meeste andere teksten vind je in mijn andere blog onder de originele titel Gent Mobiel. Tja...


Daar is de zesde fietsstraat van Gent: de Molenaarsstraat

Ai, ai, ai. We gaan weer een hoop verwensingen over ons heen krijgen vanwege gefrustreerde automobilisten die zich weer van een stukje heerschappij zien beroofd. De revanchistische roep om #fietsers uit #winkel -wandelstraten te weren zal weer luider klinken. Het is nu eenmaal een periode waar we ons zullen moeten doorbijten. De toekomst zal uitwijzen dat de misnoegden een achterhoedegevecht leveren.
Er is ook weer gesleuteld aan het #circulatieplan , kwestie van zoveel mogelijk mensen over de politieke streep te trekken. Wellicht is dit niet het best mogelijke #circulatieplan maar het is het enige dat we hebben: een verdienstelijke poging om de nefaste verkeerslogica waarmee #Gent zichzelf dreigde te verstikken te doorbreken. Er is eindelijk een drastische stap gezet naar een leefbaarder #Gent en ook als het plan in voege treedt zal er nog veel aan gesleuteld worden. Het (samen)leven is nu eenmaal een voortdurend experiment.
Wait & See.

 

 

Stop met die fietspaden met rode klinkers

Omdat je het niet enkel van mij alleen zou horen, deze intelligente mens (Hendrik Vos) zegt het ook !
(Klik hier of op beeld)
#Mobiliteit #fietsen #fietspaden #HendrikVos 

Stop met die fietspaden met rode klinkers

 

 

We're being watched! (in the Guardian)

Making the transition towards green #mobility in the city-centre is not only important to rescue the viability of #Ghent but will show the whole world how making the right choices benefits to a whole population including  those that oppose to it now. Let's move on!

vrijdag 21 oktober 2016

Allez circulez


Iedereen die spreekt over “de fietsers”, is te kwader trouw

Het blijft huilen met de pet op. Vandaag (17-10-2016) lees ik in de onlinekrant Express.live:

“In grote Vlaamse steden vormt zich stilaan ‘fietsenterreur’, omdat lokale fietsers en hun vaak roekeloos gedrag een gevaarlijk en intimiderend klimaat scheppen (…)” 
Ook vandaag op onze nationale Radio1 Hautekiet de titel:
"Zwakke weggebruikers veroorzaken door roekeloos gedrag soms zelf ongevallen"

De hamvraag: doen ze het express of niet?
Neen, in deze voorbeelden werd nu eens niet het veralgemenende “de fietsers” gebruikt maar dit is wel hoe het vertaald wordt in de controversearena waar “zwakke” en “sterke” weggebruikers mekaar bekampen. Laat ik dit voor eens en altijd duidelijk stellen: iedereen die in de context van roekeloos of arrogant fietsgedrag spreekt over “de fietsers” is te kwader trouw. Wie dit wil aanvechten moet dit maar eens haarfijn komen uitleggen.
Vaneigens zie ik ook wel eens een scholier hard door de Lange Munt crossen of een bakfiets veel te snel tussen de voetgangers laveren. Maar dat zijn niet “de fietsers”, dat is in elk apart geval “die ene fietser.” “Jamaar,” antwoordt men me dan, “dat zijn geen uitzonderingen want ik zie het bijna elke dag.” Die mensen moeten eens te tijd nemen om na te denken over wat ze zeggen. Ik zie dat ook bijna elke dag want ik loop dagelijks door de Lange Munt of de Mageleinstraat en zie dan ook honderden fietsers per dag. Het zou al verwonderlijk zijn dat ik zo nu en dan niet geconfronteerd zou worden met eentje die iets doms doet. Zoals ik ook dagelijks geconfronteerd wordt met enkele voetgangers die iets doms doen. Zoals ik dagelijks wel iets aan te merken heb op het gedrag van een automobilist. Maar dit verhindert mij toch niet van de realiteit te blijven erkennen dat het nog altijd om de uitzondering gaat en niet de regel. Veralgemenend de fietsers labelen als fietsterroristen is dus te kwader trouw. 

Publieke ruimte

Nu we dit duidelijk gemaakt hebben kunnen we de discussie misschien eens op een ernstig niveau voeren? Praten over fietsen in de stad gaat over het gebruik van de publieke ruimte. Daar is in Gent heel wat over te doen (herinner je maar de Postponton op de Graslei). Ik doe maar een greep uit de vragen die moeten gesteld worden:
-         Wie behoort de publieke ruimte toe? Mijn antwoord hierop is dat de naam dit al zelf definieert: het publiek en dat moet dan vertaald worden als de burger of wij allemaal, zonder onderscheid.
-         Mag iedereen dan zomaar de publieke ruimte gebruiken zoals het hem/haar goeddunkt? Mijn antwoord: Jawel, mits respect voor àlle andere gebruikers van die ruimte. Dit houdt uiteraard in dat men in de breedst mogelijke zin van het woord geen hinder veroorzaakt voor anderen of, wanneer enige onvermijdelijke vorm van hinder niet vermijdbaar is 😕, die dan vanuit datzelfde respect tot het allerminimum te beperken.
-         Wanneer iedereen dit voor zichzelf mag bepalen, krijg je dan geen meningsverschillen of zelfs misbruik? Jawel, waar mensen eenzelfde ruimte moeten delen, krijg je onvermijdelijk conflicten. Het gaat niet altijd om kwade wil of gebrek aan burgerzin. In een samenleving heb je nu eenmaal ook conflicterende belangen. In eerste instantie hoop je dat burgers dit samen onderhandelen en daar zelf uitkomen. Burgers spreken gedragsregels af om die conflicten te vermijden. Waar dit niet op het verkieslijke informele niveau kan, leggen onze behoeders van het algemeen belang, het stadsbestuur, formele, dus dwingende reglementen op.
In het geval van de verkeerssituatie in Gent zit je natuurlijk met een kluwen aan conflicte­rende belangen. Het is dan ook de taak van het Stadsbestuur om een leefbare oplossing te verzinnen waarbij het algemeen belang van de Gentenaar zo goed mogelijk gediend wordt. Dit is wat het de laatste decennia met het invoeren van een autoluwe binnenstad heeft proberen doen. Dat het bestuur er vandaag met de huidige mobiliteits- en circu­latieplannen niet voor terugschrikt om opnieuw een radicale stap te zetten in het tran­sitie­verhaal naar een leefbare stad, getuigt van lange­termijn­denken, toekomstvisie. Het is dan ook in de volste overtuiging dat ik de keuzes van het huidige beleid steun, ook al ben ik me ervan bewust dat ook ik er een aantal ongemakken zal moeten bij nemen. Maar wat ik ervoor in de plaats krijg: een leefbare stad waarin ik me thuis voel en het troostrijke gevoel dat wij de komende generaties niet opschepen met de verstikkende goorheid die we voordien aan het creëren waren. Iedereen die al iets ouder is heeft Gent zien veranderen van grauwe industriestad, waaruit iedereen wie er de middelen toe had wegvluchtte, naar een aantrekkelijke pleisterplek die zijn zwartgeblakerd historisch patrimonium in ere heeft hersteld en fier aan de wereld toont.

Keren we dan terug naar ons gebruik van de publieke ruimte als plek die we met zijn allen gebruiken om ons te verplaatsen. Als centrumbewoner begeef ik me dagelijks op alle uren van de dag te voet op pad. Wanneer mijn tocht me iets verder leidt neem ik de fiets. Ik heb jarenlang zelf een wagen gehad en het gebeurt nog wel eens dat ik achter het stuur van een wagen door de stad moet rijden. Lang geleden heb ik ook nog met autobussen en vrachtwagens gereden. Ik mag dus stellen dat ik de stedelijke mobiliteitsbehoeften met bijhorende verkeersproblemen vanuit verschillende standpunten ken en kan beoordelen.
Verkeer in de binnenstad is heel wat anders dan verkeer in de stadsrand en al helemaal verschillend van verkeer buiten de stad. Het voornaamste verschil zit hem in fysieke maar ook psychologische nabijheid van de verschillende vervoersmodi. Voetgangers, fietsers en automobilisten bewegen dichter op (en door) elkaar, de verplaatsing verloopt trager en vooral: er is face-to-face contact. Dit zorgt voor een veel groter besef van elkaars aanwezigheid, een grotere alertheid voor elke beweging van de anderen en een beter inschatten van de intenties van anderen. Hoe meer gebruikers van de openbare ruimte met elkaar geconfronteerd worden (en dit houdt dus in: hoe meer gelegenheid tot conflictsituaties je creëert), hoe beter dit mechanisme werkt. Voor het contact tussen automobilisten en zwakkere weggebruikers geldt dit ietwat beperkt doordat oogcontact door de voorruit van een wagen niet optimaal is en een chauffeur de omgeving toch altijd een beetje vanuit een luchtbel bekijkt. Tussen voetgangers en fietsers is er helemaal geen filter en kan het positieve confrontatie-effect optimaal spelen. Omgekeerd geldt de logica ook: hoe meer je voetgangers, fietsers en automobilisten gaat scheiden, hoe meer ze elkaar gaan zien als vreemden en hoe stroever conflictsituaties zichzelf oplossen wanneer de verschillende verplaatsingsmodi elkaar toch ontmoeten. 

Laat Gent nu net gekozen hebben om een reeks verkeersvrije straten overdag ook fietsvrij te maken. Hoewel schepen Filip Watteeuw het ontkent, kan ik me niet van de indruk ontdoen dat die maatregel in het leven geroepen is als pasmunt om een groter draagvlak voor het circulatieplan te creëren bij niet-fietsers en dan voornamelijk bij de “getergde” automobilisten en middenstanders. Begrijpelijk en misschien noodzakelijk om vooruit te kunnen met het plan maar op het veld wellicht niet erg productief. De geviseerde straten zijn: de Mageleinstraat, de Kalandestraat tot en met de Koestraat, de Langemunt de Donkersteeg en de Graslei. Inderdaad, op bepaalde momenten is er op die plaatsen geen doorkomen aan, soms ook niet voor voetgangers trouwens. Wanneer een straat compleet vol zit dan kunnen fietsers ook niet snel rijden en is het gevaar voor ongevallen bijna onbestaand. Als zo’n straat maar voor een goeie helft van zijn capaciteit gevuld is dan komt er voor de fietsers ietsje meer ruimte om een beetje sneller te gaan, hier en daar een voetganger voorbij te steken. Hoewel ik dagelijks gebruik maak van die straten, te voet of met de fiets, heb ik nog nooit een gevaarlijke situatie meegemaakt. Het is enkel wanneer de voetgangersdruk onder de helft zakt dat sommige fietsers geneigd zijn om te snel tussen de stappers heen te slalommen. Hoewel minder gevaarlijk dan het lijkt toch niet helemaal veilig en vooral: het creëert een onveilig gevoel bij minder mobiele voetgangers en bij mensen die minder vertrouwd zijn met fietsers. Daar zit dus inderdaad een probleem, een gedragsprobleem dat je niet aanpakt met een totaalverbod voor iedereen maar met een "code of conduct”. Zo’n gedragscode behoort tot de afdeling burgerzin: hoe gedraag ik me tegenover de ander in een bepaalde situatie. De bedenking die daar onlosmakelijk bij aansluit is: hoe percipieert de ander mij en welke verwachting roep ik bij hem op. Zulke zaken maken we ons eigen via onze opvoeding én door… welja, te ondervinden hoe je best met elkaar omgaat. Zo weinig mogelijk dus door van bovenaf opgelegde regeltjes. Met elkaar omgaan leer je door met elkaar om te gaan, niet door elkaar te mijden of van elkaar gescheiden te worden. En empathie kweek je op dezelfde manier: 't vergt soms tijd en dus geduld en vertrouwen, maar als je het de kans geeft komt het wel goed.

Zo heb ik het weer eens proberen uit te leggen. Een mens moet niet versagen op dezelfde nagel te blijven kloppen ook al zal dit weinig verschil maken voor wat de plannen van het stadsbestuur betreft. We kunnen enkel hopen dat bij een latere evaluatie (over een jaar, twee jaar ?) ook het teveel aan regels zal afgeroomd worden. 

Tot slot: ik verneem dat N-VA ons met hernieuwde kracht het mobiliteitsreferendum door de strot wil duwen. Triestig toch dat zo’n partij, hoewel ze elke Vlaams Blok-erfenis ontkent, zich toch weer bedient van dezelfde goedkope foortruken: de al dan niet legitieme onvrede die bij sommige burgers leeft, opkloppen om mensen tegen elkaar op te zetten. We hebben al enkele referenda gekend in Gent en telkens was manipulatie nooit ver weg. Het eerste over de Belfortparking werd binnen de kortste keren herschapen in een afleidingsmanoeuvre om de stadskern toch vol te proppen met parkings die het verkeer vanaf de ring aanzogen, wat het uitbouwen van een vlot openbaar vervoer jarenlang heeft vertraagd. Het tweede referendum over gratis openbaar vervoer was plat populisme. Willen we de Gentenaars echt nog eens optrommelen voor zo’n nepdemocratisch circus ? Gaan wij, Gentenaars, ons verder tegen elkaar laten uitspelen omwille van het politieke garen dat op onze kap kan gesponnen worden ? Of gaan wij nu met zijn allen de echte Gentenaar uithangen en roepen: "Steekt ulder referendum in ulder gat !"  En als je het liever wat beschaafder wil uitgedrukt zien: 
liever een verbeterbaar circulatieplan
dan straks helemaal geen circulatie wegens geen plan.

vrijdag 7 oktober 2016

Alweer gemiste kans voor onze post



Anderhalf jaar terug was het al duidelijk dat dit de verkeerde richting uit ging

Ons evenveel verguisde als bejubelde postgebouw wordt weer eens getransformeerd in... jawel: 4000 vierkante meter shoppingfun (sic!)!. Shoppingfun, zo staat het er wel degelijk. Is dit echt het enige wat ze kunnen verzinnen voor één van de belangrijkste en meest centrale gebouwen van Gent? Dat de belangrijke publieke (en sociale!) functie van de post teloorging, tot daar aan toe. Nieuwe tijden vergen nieuwe organisatie van zulke diensten. Maar is het niet de verantwoordelijkheid van een degelijk stadsbestuur om dergelijk architecturaal icoon een waardige nieuwe functie te geven? Een bestemming die niet alleen het gebouw zelf maar de hele omgeving opwaardeert? We hadden toch een klein beetje creativiteit en visie verwacht op de altijd al stiefmoederlijk behandelde Koornmarkt. Al jaren vragen we bijvoorbeeld een plek waar niet de platte commercie maar eerlijke handelaren Gentenaars heel het jaar door verse voeding kunnen aanbieden. Op de Groenten- en Vrijdagmarkt vinden we één keer per week wat we nodig hebben maar voor wie in het Centrum woont of werkt is het de laatste decennia steeds moeilijker geworden om verse groenten en fruit, brood, zuivel of vlees buiten de multinationale ketens om te vinden. Zowat alle steden in het buitenland hebben overdekte markten waar niet alleen onafhankelijke marktkramers hun waren aanbieden maar waar ook talrijke eetstalletjes een gedroomde ontmoetingsplek vormen tijdens de lunchpauze. Madrid, Sète, Augsburg, Göteborg,... allen beschikken ze over zulke gastvrije pleisterplaatsen waar we graag tot rust komen.Gent helaas. Toen het Vleeshuis 20 jaar terug werd ontruimd is een eerste kleine  kans hiertoe gemist. De oude Vismijn was nog veel geschikter (ruimer ook!) maar is uiteindelijk ook uit handen gegeven (voor, toegegeven, op zich wel een geslaagd project). De Post werd PostPlaza en bewees weer eens dat Gentenaars niet echt zitten te wachten op shoppingcenters met nog meer van 't zelfde (zie de mislukte Bourdongeschiedenis). In de plaats van hier lering uit te trekken gaat het nu weer identiek dezelfde richting uit.
4000 vierkante meter eating en meeting fun, daar wachten de Gentenaars op!



woensdag 5 oktober 2016

Graslei gegijzeld of: een opgestoken middenvinger naar de Gentenaar

Ik vroeg me al enkele dagen af welk evenement we zo kort na de Gentse Feesten en Odegand nu weer zouden meemaken op de Graslei . Vandaag krijgen we het antwoord: het gaat om louter privé-initiatief, een walking diner van hooguit enkele uren voor een select groepje genodigden waarvoor onze Graslei zomaar 10 dagen lang wordt bezet. Enfin, dat lees je in het bijgaand artikel.

Vluchtelingen opvangen of uitgeprocedeerden opsluiten, festivals met bijzonder cachet organiseren, ook al verdienen private ondernemingen (GS4 of Pole Pole) daar een serieuze frank aan, het kan nog verkocht worden als publieke manifestatie, toegankelijk voor iedereen  of op zijn minst het algemeen belang dienend. Pontons zijn nu eenmaal in en, hoewel een trend die (hopelijk) niet verder gaat uitbreiden, tot nu toe vond ik de Graslei evenementen wel relevant én geslaagd.

In het licht van wat we nu meemaken wordt het hoog tijd dat het stadsbestuur zich eens gaat bezinnen over gebruik van het openbaar domein. De publieke ruimte wordt geacht ten allen tijde open te staan voor en ten dienste te staan van... het publiek, de burger. De Stad Gent en (in dit geval) het agentschap Waterwegen en Zeekanaal beheren dit domein in opdracht van diezelfde burger. Daarbij dient privé-initiatief helemaal niet uitgesloten te worden. Maar 10 dagen lang het mooiste plekje van Gent, of zeker meest iconische, gijzelen voor enkele uurtjes exclusief privéplezier is boertig machtsvertoon van een projectontwikkelaar, een opgestoken middenvinger naar de Gentenaar.

Bedrijf mag Graslei 10 dagen afhuren voor één privéfeest, en dat kost slechts 1.415 euro

Bedrijf mag Graslei 10 dagen afhuren voor één privéfeest, en dat kost slechts 1.415 euro

dinsdag 30 augustus 2016

Ze zijn d'er aan begost

Ze zijn d'er aan begost. De voorbereidingen voor het optrekken van het eerste nieuwe Rabot gebouw zijn gestart. Benieuwd hoe dat er in 't echt gaat uitzien. De tweede af te breken Rabottoren staat er nog onaangeroerd bij, behalve dat alle mogelijke ingangen afgeslagen zijn met planken (om squatters te ontmoedigen). Volgens de laatste berichten starten de ontmantelingswerken ergens begin 2017. Dit betekent eerst alle ramen, deuren en alles wat los kan verwijderen, daarna maandenlang het asbest verwijderen waarna de definitieve afbraakwerken kunnen beginnen. Hopelijk verloopt dit alles zonder surprises of faillissementen zodat dit geen 3 jaar moet duren zoals met de eerste toren.

woensdag 27 april 2016

Fietsers en voetgangers: een symbiotisch koppel

Nog zo'n absurd wij/zij-conflict. #Fietsers vinden dat voetgangers onoplettend en onverwacht voor hun wielen komen lopen.  #Voetgangers zien zichzelf als zwakke weggebruiker tegenover de fietsers en vinden dat fietsers een gevaar vormen voor voetgangers. In dit filmpje wordt alvast een lans gebroken voor een natuurlijke mix. Echte gebruikers van de openbare ruimte weten dat voetgangers en fietsers daar samen in thuis horen, ongeacht de drukte van 't moment. Wij/zij denken heeft hier absoluut geen plaats. Je zou het verdraagzaamheid kunnen noemen. Maar het is vooral een kwestie van  weten hoe zich te gedragen, respect tonen voor de ander.
Natuurlijk zal er zich wel eens een aanvaring voordoen, dat is onvermijdelijk waar mensen eenzelfde ruimte delen. Dat geldt zowel voor de voetganger die verstrooid uit een winkel stapt en tegen een wandelaar aan botst als voor 2 fietsers die heel even de verkeerde kant uitkijken. Onoplettendheid is des mensen. Alleen blijkt dit zich veel minder voor te doen in overbevolkte straten want daar is iedereen alert. Voetgangers en fietsers vormen een symbiotisch koppel, overal. Ergo: fietsers uit winkelwandelstraten weren op de drukste momenten van de dag is een zinloze maatregel.

Segregatie versus samenleven

Een radicale stelling?  Haha. Het kan veel extremer. Eens je nadenkt over concrete gevallen, hoe mensen de publieke ruimte gebruiken en delen. Luttele hersencellen volstaan om in elke situatie de correcte houding aan te nemen. Het vergt wel soms het zich kunnen inleven in de andere gebruiker van "jouw" openbare ruimte want het is ook de zijne. Over hoe zich te gedragen in winkelstraten hadden we het hierboven al. Maar wat met fietspaden, denk maar aan de coupure? Die worden bij momenten evenveel gebruikt door voetgangers als door fietsers. Tja, da's niet altijd handig voor de fietsers. Wel ik heb er als fietser geen enkel probleem mee om "mijn" fietspad te delen met een wandelaar, zolang deze mijn bewegingsvrijheid niet in het gedrang brengt. Niet ik moet opzij gaan voor hem of mijn snelheid aanpassen aan zijn aanwezigheid maar omgekeerd. Dus hij moet opletten dat hij geen fietser hindert. Als we op die manier afspreken is een fietspad perfect multifunctioneel. Als we die logica in één richting aannemen, dan moet het natuurlijk ook wel gelden in de andere richting: de voetpaden, wat doen we daarmee? Wel, idem dito maar omgekeerd. Het voetpad is er voor de voetgangers maar ik heb er geen enkel probleem mee dat, wanneer ik mijn fiets thuis laat en door het prinsenhof wandel, ik "mijn" voetpad wel eens deel met een fietser die de verzakte kasseien probeert te vermijden. Zolang diezelfde fietser voorzichtig langs mij heen rijdt of, waar het te smal is, eventjes van het voetpad af gaat, want het is inderdaad "mijn" voetpad waarop ik voorrang heb. Zo doe ik het ook altijd. In zulke kwesties principeregels hanteren is nefast voor het samenleven. Het gaat om praktisch omgaan met onze publieke ruimte en daarbij staat wederzijds respect altijd voorop.

Principes versus intelligentie

Tot slot een klein verhaaltje dat ik al veel verteld heb om te illustreren. Bij het heraanleggen van  straten of bij andere werken wordt wel eens een voetgangersdoorgang georganiseerd bij middel van een bruggetje, wat planken of een afsluiting. Veelal rij ik daar gewoon over heen, altijd goed oplettend dat ik geen voetganger stoor. Ik heb daarbij nooit enig probleem ondervonden, behalve die paar keer dat een geschoeide tegenligger zich gestoord voelde in zijn principiële integriteit (u mag zich daar zelf iets bij voorstellen). Het is me 3 of 4 keer overkomen dat zo iemand op zijn strepen stond door wijdbeens midden de smalle doorgang te gaan staan en me tot afstappen te dwingen. Telkens ging ik dan met  een brede glimlach gedwee van mijn fiets af waardoor ik natuurlijk 2 maal zoveel ruimte nodig had en elkaar kruisen enkel kon door letterlijk tegen elkaar te schuren. Of die mensen achteraf hebben nagedacht over hun principiële houding weet ik natuurlijk niet maar het belangrijke is dat ik me niet heb laten verleiden tot ostentatieve misnoegdheid. Hoffelijkheid, nietwaar ? Waarmee ik uiteraard niemand wil aanzetten tot het overtreden van verkeersregels.

Rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan in Gent

Het nieuwe Gentse Mobiliteitsplan is door de meerderheid in de Gemeenteraad goedgekeurd maar krijgt nog steeds de wind van voren. Niet erg, de praktijk zal de werkbaarheid ervan wel evalueren en de problemen die ermee gepaard gaan snel aan de oppervlakte brengen. Daar zal met de nodige flexibiliteit moeten op gereageerd worden zonder te ontaarden in paniekvoetbal. Er is nu eenmaal gekozen voor toekomstgerichte mobiliteit en dit moet de focus blijven, wat conservatieve krachten ook proberen. Waarmee ik ook niet wil ontkennen dat naar alle stemmen moet geluisterd worden, ook die conservatieve. Alleen kan je maar vooruit komen als je vast houdt aan je toekomstvisie, anders wordt het een omgekeerde processie van Echternach: 2 passen achteruit en 1 vooruit.

Toen Gent voor 't eerst resoluut koos voor een leefbaarder binnenstad door voetgangers, fietsers en openbaar vervoer voorrang te verlenen op autoverkeer heeft het toenmalig bestuur de reactie proberen paaien met een hoop centrumparkings. Hierdoor werd de vlotte transitie naar de mobiliteit voor tientallen jaren gehypothekeerd en werd de verkeerschaos ook voor decennia in het centrum vast gebetonneerd. We herinneren ons hoe de park & ride sites (Flanders Expo en Gentbrugge Arsenaal) opzettelijk ondergepromoot werden opdat ze geen concurrentie zouden vormen voor de centrumparkings. Laten we geen tweede keer zo'n fout maken, laten we ons deze keer niet afleiden door de zure zagers die enkel vanuit hun kleine eigenbelangetjes reageren. Het nieuwe circulatieplan zal zeker geen feest zijn voor iedereen, verandering is altijd wel lastig voor vele groepen in de samenleving en individueel zal ieder van ons wel te maken krijgen met wat ongemak. Aanpassen vergt een zekere inspanning en vooral tijd. Maar als we er op termijn allemaal beter van worden is wil ik dat er graag bij nemen.

Het luidst roepen een groepje handelaars die met lede ogen zien dat hun klanten nu helemaal niet meer voor hun winkeldeur zullen parkeren. Weet je nog: toen de koestraat, mageleinstraat, lange munt en veldstraat autovrij werden gemaakt stonden diezelfde winkeliers moord en brand en broodroof te schreeuwen. Het stadsbestuur heeft voet bij stuk gehouden en een paar jaar later bleek dat de omzet van de commerçanten in die straten niet gedaald was maar in sommige gevallen zelfs verdubbeld. Het protest verstomde. De vele onafhankelijke winkeliers die de laatste decennia hun deuren hebben gesloten zijn helemaal geen slachtoffer van de Gentse verkeerspolitiek maar van de komst van grote ketens die de huurprijzen tot ver boven het Belfort joegen.

Totaalvisie

Waarom ik zo heftig dit mobiliteitsplan verdedig terwijl ik daar zelf ook wel eens last zal van hebben en ik er van overtuigd ben dat er de nodige fouten in zitten? Omdat het past binnen een totaalvisie op leven in de stad. Leefbaar leven. Gezond leven. Leven in gemeenschap. Omdat het past binnen een totaalvisie op ruimtelijke ordening, het gebruik van de openbare ruimte in een dichtbevolkt land als België. Omdat het past binnen een totaal visie op hoe wij moeten omgaan met de aarde als onze biotoop. Deze totaalvisie moet altijd centraal staan in ons denken over de toekomst, in het vorm geven ervan. Ik ben er me natuurlijk wel van bewust dat zo'n totaalvisie niet vanachter een tekentafel kan vertaald worden in een perfecte blauwdruk voor concrete bouw van de stad voor de toekomst. We zullen het al doende moeten uitvinden en daarbij zullen wel eens foute beslissingen genomen worden of men zal zaken uitproberen die niet blijken te werken. Trial & error hoort er nu eenmaal bij. Uit fouten zullen we leren, caminando se hace camino. 


#Gent  #mobiliteit 

donderdag 18 februari 2016

vrijdag 5 juni 2015

Kleurkes

Ik zal ze missen: de kleurkes. Maar anderzijds. Kunt ge het u al voorstellen, de historische Rabottorentjes over pakweg... tja, hoelang eigenlijk? Gelijk of da ze bezig zijn weet ik het niet. Allee, volgend jaar zeg maar. Ik kijk er dus ook wel echt naar uit.