Posts tonen met het label Corona. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Corona. Alle posts tonen

woensdag 13 januari 2021

Coronavaccins: volksgezondheid contra big profit?

 

Zoals bij velen is een portie ergernis bij het lezen van mijn krant en het volgen van nieuwsmedia ook mijn dagelijks deel. Ik hou me doorgaans in om daar lucht aan te geven omdat zuur doen over alle zurigheid, waarmee we overspoeld worden, niet meteen leidt tot meer begrip, redelijker gedrag of intelligentere klap. Wie zich grondig informeert alvorens meningen te ventileren zal dat wel blijven doen en wie enkel in staat is om vanuit de buik te "denken" en de luidste roepers van de dag na te praten zal dat ook blijven doen. Sociale media gaan daar niet veel aan veranderen, wel integendeel.

Vandaag is er toch een kleinigheid waar ik wil op wijzen. Het behelst de controverse over de farma-industrie. Meer bepaald de verontwaardiging over vertraging in de levering van vaccins die werd aangekondigd en de bewering als zou big pharma winst belangrijker vinden dan volksgezondheid.

 

Het eerste misverstand komt voort uit onbegrip over productieprocessen. Het woord zegt het zelf: "Big Pharma" is big production. Er wordt een zeer ingewikkelde productielijn in gereedheid gebracht voor een bepaalde capaciteit. Die omvang is op dat ogenblik (we zitten nog in testfase) wellicht ingegeven vanuit een evenwicht tussen investeringen versus kans op eindsucces bij testen van het vaccin en de daarop volgende goedkeuring door de Europese Geneesmiddelenautoriteit (EMA), het Britse MHRA, de Amerikaanse FDA, enz. Wanneer het vaccin uiteindelijk kan worden gedistribueerd en de vraag enorm groot blijkt te zijn, wordt er beslist om op te schalen naar (in het geval van Pfizer) zowat het dubbele aantal dosissen. Zoiets is geen kwestie van even aan de volumeknop draaien. Alle fases van de productie dienen opgeschaald te worden, alsook de toevoer van grondstoffen en dit alles opnieuw op mekaar afgesteld. Dat de productielijn daarvoor moet onderbroken worden lijkt me niet onbegrijpelijk. Natuurlijk heb ik geen inzage in de interne keuken van die bedrijven maar dat hebben al die roodaanlopende verontwaardigde schreeuwers ook niet.

Zorgelijker en perverser is het wanneer een farmabedrijf zou beslissen om een deel van de voorraad te herbestemmen naar een hogere bieder. Mocht dit het geval zijn, wat nu geïnsinueerd wordt maar lang niet hard gemaakt, dan heeft het weer te maken met...

 

Het tweede misverstand. Dit is nu een discussie die ik al 40 jaar voer, vooral binnen weldenkende progressieve en politiek correcte middens. Men lijkt er van uit te gaan dat het de taak van bedrijven is om te zorgen voor het welzijn van hun arbeiders en van burgers in 't algemeen, dat ze verantwoordelijk zijn voor het niet verstoren van ecologisch evenwicht, dat die verantwoordelijkheid ook reikt tot het niet bezoedelen van onze lucht en geen chemische troep in onze waterlopen te lozen, dat ze dus de gezondheid van onze planeet niet in gevaar brengen. Kortom men gaat er van uit dat bedrijven zich ethisch dienen te gedragen. De denkfout is: een bedrijf kent geen morele categorieën, heeft geen geweten net zoals uw broodrooster dat ook niet heeft. Een bedrijf heeft als doel winst op te leveren voor de eigenaar en productie is het middel daartoe. De ondernemer is natuurlijk wel moreel aanspreekbaar en kan dus ter verantwoording geroepen worden. "Irrelevante nuance," denkt u maar ik zet graag puntjes op de "i": het zijn de mensen achter de bedrijven die beslissingen nemen en dat is belangrijk om te begrijpen waar het probleem zit.

 

Een onderneming die geleid wordt door één persoon is een simpel gegeven: de eigenaar kan, sociaal bewogen en milieubewust, er alles aan doen om zijn medewerkers billijk te vergoeden en alles in het werk te stellen om een op alle gebied eerlijk en proper product af te leveren. Als we pech hebben neemt die ondernemer het niet zo nauw met morele normen. Ik ben in dit opzicht niet naïef. Er lopen nogal wat gewetenloze schurken rond die zich "entrepreneur" of “businessman” noemen maar ik ga ervan uit dat de overgrote meerderheid van mensen die een zaak opzetten dat doen vanuit zeer eerbare beweegredenen, zelfs vanuit een passie voor hun product. Die goede bedoelingen staan echter steeds onder druk: in een openmarktsysteem is concurrentie een onverbiddelijke regulator. Dat geldt natuurlijk op gebied van prijszetting maar daar hangt automatisch ook productiekost aan vast en dus kwaliteit, arbeidsomstandigheden, enz.

In het geval van verschillende eigenaars maakt bedrijfsethiek voorwerp uit van onderhandeling tussen die eigenaars wat niet altijd garant staat voor een ethisch gezonder beleid. Dit is niet enkel het gevolg van inhaligheid van die eigenaars. Een ondernemer of CEO van een bedrijf dat met veel arbeiders en bedienden werkt is ook verantwoordelijk voor het welzijn van zijn medewerkers en hun gezinnen; enerzijds ingegeven uit menselijke overwegingen, anderzijds omdat personeel dat niet verzorgd wordt wellicht geneigd is om weg te lopen. De strategische keuzes die op de markt en in het productieproces gemaakt worden hebben daar rechtstreeks impact op.

Nog een stapje ingewikkelder wordt het wanneer een bedrijf beursgenoteerd is en dus in handen van heel veel anonieme aandeelhouders, zonder echte band met het bedrijf, voor wie rendement het enige criterium is. Voor ethiek lijkt nog weinig ruimte.

Gelukkig heeft de markt ook een positief effect. Ethische bedrijfsvoering kan ook verkoopsargument zijn in een deel van de markt. De gevoeligheid bij de consument heeft hierdoor bijvoorbeeld aanleiding gegeven tot het ontstaan van fair trade producten. Daarnaast hebben veel bedrijfsleiders al in een vroege industrialiseringsfase beseft dat tevreden werknemers een groter engagement hebben tegenover hun bedrijf, wat zowel de kwaliteit als de continuïteit van de productie ten goede komt. Het is dus niet al kommer en kwel maar wel een zeer complex tableau waar we toch even mogen bij stil staan alvorens met simplistische conclusies naar de sociale media te trekken.

Terug naar de coronavaccins, of beter naar de farmaceutische industrie. Het bijzondere aan die industrietak is het groot maatschappelijk belang ervan en de verwevenheid met het publiek wetenschappelijk onderzoek. Dat laatste is problematisch op verschillende niveaus. Veel onderzoek gebeurt initieel in universiteiten. Bij ons betekent dit dus volledig publiek gefinancierd onderzoek en ontwikkeling. De ontwikkeling van een geneesmiddel is veelal ook het resultaat van een samenwerking tussen een universiteit en een privaat bedrijf. Daarnaast worden bepaalde onderzoeken in privébedrijven ook wel gesubsidieerd door overheden. Bepaalde geneesmiddelen kunnen ook schatplichtig zijn aan eerder onderzoek waarop nog intellectueel eigendomsrechten rusten. En het gebeurt ook dat een farmabedrijf een universitair onderzoekslabo helpt. Dit alles zorgt voor een erg complex en problematisch patentlandschap.

De intellectuele eigendomswetgeving, die nationale materie is maar waarover ook internationale akkoorden gelden, is er in de eerste plaats om de investeringen in onderzoek en ontwikkeling wettelijk te beschermen. Het verleent de patenthouder echter gedurende een bepaalde periode het alleenrecht op productie en verkoop van zijn (in dit geval) geneesmiddel, wat neerkomt op een monopolie-, dus machtspositie. Bij grote of dringende vraag naar dit middel kan dit leiden tot een zekere willekeur op het gebied van prijszetting en bevoorrading. Los van het gegeven of een firma inderdaad misbruik maakt van zijn positie ten koste van het algemeen belang of niet, is dit een ongezonde situatie die ook in het gunstige geval van integer gedrag toch altijd met argwaan zal bekeken worden. En in de praktijk hebben we al talloze keren gezien dat die argwaan ook gewettigd blijkt.

Hoe ontkomen we aan deze tina-patstelling, een gang van zaken die niet vermijdbaar is? There is no alternative is de roep van ons neoliberaal bestel maar gaat uit van een duidelijk ideologische stellingname: tegen regulering, voor volledige suprematie van de markt. Eens buiten dit kader zijn er natuurlijk tal van mogelijkheden om tegen de dwingelandij van de marktjungle en de moordende concurrentiestrijd op kosten van de gemeenschap in te gaan. In een notendop en heel ver vooruit kijkend: in het geval van bescherming van intellectuele eigendom is het bijvoorbeeld best denkbaar dat patenten niet in handen komen van private eigenaars maar van een internationaal patentagentschap. Dat agentschap kan dan licenties aan bedrijven verlenen. Licenties worden toegekend onder strikte voorwaarden en telkens voor een beperkte periode. Op die manier kan de opbrengst van de licenties op billijke wijze verdeeld worden tussen de ontwikkelaars van een product zodat de stimulus voor innoverend onderzoek blijft bestaan en zelfs extra gewicht kan krijgen. 

Uiteraard is een dergelijk omvattend systeem een hele klus om op te zetten. Dat moet eerst en vooral politiek gedragen worden. Het juridisch kader zal voldoende garanties voor de bedrijven moeten bieden, rekening houdend met hun aandeel in de ontwikkeling die uiteraard moet vergoed worden. Voor productie en commercialisering moet ook een duidelijke procedure gelden die licentieaanvragen reglementeert, een transparante en eerlijke beoordelingswijze vastlegt alsook de geldende termijn van de licentie. Welke geneesmiddelen geproduceerd worden moet niet bepaald worden op basis van hun commerciële "levensvatbaarheid" maar doordat ze het algemeen belang en de volksgezondheid dienen. Welke instanties daar uiteindelijk over beslissen (een orgaan onder de koepel van de Wereld Gezondheidsorganisatie?) moet ook bepaald worden. Het is dus duidelijk dat proberen nu even snel met een nieuwe mondiale patentregeling voor de pinnen komen om de huidige pandemie te lijf te gaan geen goed idee is en onmogelijk. Dit is werk van vele jaren. Maar de pandemie heeft misschien meer geesten klaar gemaakt om hierover na te denken. De urgentie hiervoor is in ieder geval duidelijk.

Ik ben een absolute leek wat deze materie betreft en dus is het makkelijk om dit idee als totaal onrealistische fantasie weg te zetten. Daartegenover staat dan dat het blind vasthouden aan het rampzalige marktgeloof, wanneer zoveel mensenlevens op het spel staan, van een even onrealistisch wereldbeeld getuigt. Er is een limiet aan wat mensen verdragen! 

Daarenboven geldt de hier voorgestelde wijze om patenten in het belang van de gemeenschap te beheren even goed voor de chemische en agro-industrie. Maar dat is een ander verhaal.

donderdag 8 oktober 2020

Hoe we killervirussen zelf hebben uitgenodigd

 In De Morgen van 7 oktober legt Barbara Debusschere het nog eens overzichtelijk uit. Neen, dit is geen nieuwe informatie... weten we al vele jaren maar op één of andere manier sluiten we nog altijd onze geesten voor deze unconvenient truth. 

Voor alle duidelijkheid ik heb geen rechten op dit artikel, die liggen uitsluitend bij De Morgen en dus geldt hier ook geen Creative Commons licentie. Abonnees van De Morgen kunnen op onderstaande titel klikken om rechtstreeks op hun site te lezen maar zij die liever en andere gazet lezen mogen hier toch niet van verstoken blijven... Voor één keer, 't is voor de goede zaak.

Minder natuur, meer gevaar: hoe we zelf de rode loper uitrollen voor dodelijke virussen

Op een markt in Sulawesi, Indonesië worden geroosterde vliegende vossen, een soort reuzenvleermuis, verkocht. De mix van uitwerpselen, bloed en urine op de markten voor wilde dieren biedt virussen een uitgelezen kans om van de ene soort op de andere te springen.Beeld Photo News

De coronapandemie overkomt ons niet zomaar. Door in sneltempo ongerepte natuur te vernielen, spreiden we de rode loper voor killervirussen die de sprong van dier naar mens maken.

Een virus dat van bij een exotische diersoort ‘overloopt’ naar de mens en vervolgens in acht maanden tijd één miljoen mensen doodt, het is voor velen een spectaculair geheugensteuntje. “SARS-CoV-2 herinnert ons eraan dat de natuur uiteindelijk de baas is”, klinkt het dan.

Er valt weinig op af te dingen. Ondanks de spectaculaire technologische en wetenschappelijke vooruitgang moeten we af en toe buigen voor dit soort onheil uit de natuur.

Hoewel het voor virussen en bacteriën meestal erg moeilijk is om over te lopen, zijn er sinds ons bestaan geregeld voorbeelden opgedoken, zoals hondsdolheid of de mazelen, die een duizendtal jaar geleden van bij runderen kwamen. De veertiende-eeuwse pest kregen we via ratten. Recentelijker doken vogelgriep, ebola, MERS, SARS, zika en westnijlvirus op. Hiv, dat via chimpansees tot bij de mens kwam, doodde al 33 miljoen mensen.

Luchtbeeld van een illegale mijn in het Braziliaanse regenwoud. De vernieling van de natuur blijkt de grondoorzaak van almaar meer ziekten die van dier op mens springen. Beeld AFP

Maar het was pas toen er begin dit jaar berichten uit China kwamen over een gevaarlijk virus dat wellicht van bij vleermuizen op de mens overging, dat de wereld collectief grote ogen trok over zoveel darwinistisch spektakel.

Eén soort mensen was niet verbaasd. Virologen gespecialiseerd in zoönoses, ziektes die van bij gewervelde dieren overgaan op de mens, schreven jaren geleden al dat exact dit zou gaan gebeuren.

De eerste SARS-epidemie, die tussen 2002 en 2003 bijna 800 mensen doodde, en ebola waren ook al virussen die van bij wilde dieren in tropengebied bij de mens kwamen. Maar SARS-CoV-2 heeft ons pas echt wakker geschud over het gevaar van zoönoses.

Gedroomde gastheren

Zo verbazend is de komst van dit virus eigenlijk niet. De natuur barst van de ‘beestjes’ en van de ziektekiemen. Volgens een schatting van het Global Virome Project circuleren er 1,67 miljoen nog niet ontdekte virussen in zoogdieren en vogels, waarvan tot de helft gevaarlijk kan zijn voor de mens.

En vleermuizen zijn de gedroomde gastheren. Ze maken liefst een vijfde uit van alle bekende soorten zoogdieren. Via vleermuizen is grote verspreiding dus gegarandeerd. Bovendien zit hun immuunsysteem zo in elkaar dat ze veel virussen kunnen meedragen zonder zelf ziek te worden. Wat ziektekiemen de grootste overlevingskansen geeft.

Toen de Chinese virologe Shi Zhengli, die al zestien jaar coronavirussen bij vleermuizen analyseert, eind vorig jaar vaststelde dat twee mensen in Wuhan besmet waren met een virus dat leek op het SARS-virus, waarschuwde haar team dan ook direct dat dit een groot probleem kon worden.

Want ook deze experts weten dat besmettelijke zoönoses steeds vlotter oprukken. Werden er in de jaren 50 zo’n dertig nieuwe geteld, dan waren het er in de jaren 80 honderd. “En dat is maar voor een klein beetje omdat we die virussen beter in kaart brengen”, zegt zoöloog Herwig Leirs (UAntwerpen), gespecialiseerd in zoönoses die kleine zoogdieren verspreiden. Vandaag is ruim twee derde van de nieuwe infectieziektes ontstaan bij wilde dieren.

Dat we met bijna 8 miljard zijn, helpt niet. Nooit waren er zoveel potentiële prooien voor dit soort performante virussen. “Bovendien is 60 procent van de zoogdieren nu vee en is 36 procent mens”, zegt Myriam Dumortier, verbonden aan het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek en docent bos- en natuurbeleid aan de Universiteit Gent. “Slechts 4 procent zijn wilde zoogdieren. Maar de kans dat zij in contact komen met mensen is veel groter geworden.”

Omdat die massa mensen ook de hele tijd van hot naar her reist, krijgen zoönoses nog veel meer kansen. Raakt pakweg een Afrikaanse landbouwer in een afgelegen dorp besmet met een virus van wilde dieren, dan kan dat binnen 24 uur in miljoenensteden zitten. Zo ging het met met ebola, SARS en SARS-CoV-2.

Politiek gevoeliger factoren zijn de wildlife markets, waar wilde dieren worden verkocht, en lokale inwoners die wilde dieren eten. Dat laatste is soms traditie maar ook vaak puur overleven. Bushmeat is dan de enige eiwitbron voor armen mensen. Dat kan heel erg mislopen. Zo bereikte hiv de mens wellicht doordat mensen die dicht bij het woud leven vlees van besmette chimpansees aten.

Armen verbieden voedzaam te eten ligt uiteraard te moeilijk, maar China heeft wel de markten waar levende wilde dieren worden verkocht gesloten, zij het tijdelijk. Daar zitten wilde en andere dieren dicht opeengepakt en worden sommige geslacht.

Alle experts zijn het erover eens dat de mix van uitwerpselen, bloed en urine op die markten virussen een uitgelezen kans geeft om van de ene soort op de andere te ‘springen’. Maar ze zijn het er niet over eens dat die markten sluiten een oplossing is, omdat de kans reëel is dat dan ondergrondse circuits ontstaan.

Dat geldt eveneens voor nog een snelweg die zoönoses en andere infectieziektes nemen: de handel in wilde dieren, al dan niet in de vorm van bushmeat of als huisdier. Alleen al in China is die jaarlijks goed voor 20 miljard dollar. 

Zorgwekkend is ook de internationale handel in exotische huisdieren zoals reptielen, papegaaien, knaagdieren en vissen omdat die zelden gecontroleerd worden op ziektekiemen die mensen ziek zouden kunnen maken.

Als een bijenkorf

De verkoop van bushmeat en de handel in wilde dieren beter controleren of verbieden zou het risico op zoönoses verminderen, maar erg realistisch is dat laatste niet. Het zou ook niet volstaan. “Het is vooral de grootschalige vernieling van de natuur die deze zoönoses vrij spel geeft”, zegt Leirs.

Amy Vittor, assistent-professor infectieziekten aan de Universiteit van Florida (Emerging Pathogens Institute), vat het samen in één beeld. “De natuur is als een bijenkorf. Ze zit, vooral in tropische gebieden, vol ziektekiemen die ons zouden kunnen schaden. Doorgaans blijven ze in hun korf. Maar wanneer de mens passeert en er flink tegen duwt, zal daar van alles uitkomen.”

En dat is exact wat de laatste decennia steeds driester gebeurt.

Zo kan een op drie van de nieuwe infectieziektes, die dus grotendeels van bij dieren komen, in verband gebracht worden met de aantasting van tropisch bos voor mijnbouw, landbouw en verstedelijking. Dat blijkt uit onderzoek van de EcoHealth Alliance, een Amerikaanse ngo die nieuwe virussen in wilde dieren traceert. Andere studies wijzen uit dat ontbossing de kans op lokale ebola-uitbraken aanzienlijk vergroot.

Je zou nochtans denken dat minder wilde natuur net minder gevaarlijke ziektekiemen uit de wildernis meebrengen. Maar het omgekeerde is aan de hand. Net de vernieling van de natuur blijkt de grondoorzaak van almaar meer ziektes die van dier op mens overgaan, zo stelt ook de VN.

Dat gebeurt in vier fases.

Door ontbossing voor wegen, mijnbouw en landbouw of verstedelijking dringen ten eerste meer mensen dan ooit diep binnen in gebieden waar zij vroeger nauwelijks kwamen.

Vaak zijn het arbeiders die van ver komen. In tegenstelling tot de lokale bevolking die al jaren of eeuwen met bepaalde wilde soorten ‘samenleeft’, hebben zij geen immuniteit opgebouwd tegen virussen en trekken ze na hun werk terug naar steden waar ze die makkelijk verspreiden.

Ten tweede jaagt ontbossing wilde dieren allemaal samen in veel kleinere lapjes natuur die nog overblijven. Daardoor wisselen ze meer dan gewoonlijk onderling ziektekiemen uit, wat de kans op nieuwe en mogelijk sterkere varianten vergroot.

Ten derde moeten ze op zoek naar nieuwe voedselbronnen en huisvesting. Vaak drijft hen dat veel dichter richting de mens. Zo doodde het nipahvirus in Maleisië in 1998 honderden mensen na het verdwijnen van regenwoud voor palmolieplantages en veeteelt. Fruitetende vleermuizen belandden op varkensboerderijen waar mangobomen staan en besmetten met hun uitwerpselen en de varkens, die op hun beurt de medewerkers besmetten.

Ten vierde ontstaat in aangetaste ecosystemen op langere termijn een scheve verhouding die zoönoses nog meer kansen geeft.

Knaagdieren en vleermuizen

“In een gezond ecosysteem heb je van vele soorten enkele exemplaren”, zegt Leirs. “In een aangetast gebied zijn het op den duur veel exemplaren van nog maar weinig soorten. Het zijn doorgaans kleinere, niet-gespecialiseerde soorten die zich zeer snel voortplanten en zich erg goed kunnen aanpassen aan verstoorde ecosystemen en de nabijheid van de mens.”

En dat zijn net de soorten die de meeste ziektekiemen dragen. “Wellicht omdat ze zich veelvuldig en snel voortplanten maar slechts kort leven”, zegt Leirs. “Daardoor investeren ze weinig in een robuust immuunsysteem en laten ze makkelijker ziektekiemen toe. Maar ze zijn dus met heel veel en virussen krijgen de kans snel te muteren omdat ze zich zo snel voortplanten. Knaagdieren en vleermuizen zijn de belangrijkste voorbeelden.”

Recent onderzoek in Nature, dat bijna zevenduizend soorten op zes continenten bestudeerde, bevestigt dat. Knaagdieren en vleermuizen dragen de meeste ziektekiemen en komen 18 tot liefst 70 procent keer meer voor in beschadigde dan in intacte natuur omdat ze de plaats innemen van de gespecialiseerde soorten die de verstoring van hun ecosysteem niet verteerd krijgen. Hun aantallen zijn op die plekken 21 tot 144 procent keer hoger dan in ongerepte habitats.

“Deze studie corrigeert het idee dat de wilde natuur de grootste bron van zoönoses is”, schrijven biologen Rick Ostfeld (Cary Institute of Ecosystem Studies) en Felicia Keesing (Bard College) in een commentaar. “Nee, de grootste bedreiging ontstaat wanneer natuurlijk gebied terrein moet ruimen voor landbouwgrond of stedelijke gebied. De patronen zijn frappant.”

Een huisdierenmarkt in Calcutta, India. De internationale handel in exotische huisdieren zoals reptielen, papegaaien, knaagdieren en vissen baart virologen grote zorgen.Beeld EPA

De onderzoekers adviseren om meer surveillance en sterkere gezondheidszorg te organiseren waar en wanneer rijke natuur tegen de vlakte gaat. Ook brengen wetenschappers van het Global Virome Project preventief hotspots in kaart.

Nature publiceerde dat soort kaarten. Waar rijke biodiversiteit samengaat met grote bevolkingsdichtheid, intensieve landbouw en vernieling van de natuur staan alle lichten op rood. Het gaat om streken in onder andere India, China, Brazilië maar ook in Europa.

Intensieve veeteelt speelt een belangrijke rol. Ze veroorzaakt niet alleen ontbossing, onder andere door sojaproductie voor veevoeder, ook de megastallen zijn een probleem. “Er gelden strenge bioveiligheidsnormen, maar als daar toch een ziektekiem binnenraakt, belandt het bij veel dieren die dicht opeen leven en genetisch zeer identiek zijn met vaak een zwak immuunsysteem”, zegt Dumortier. “Dan kunnen zeer snel mutaties richting schadelijker ziektekiemen ontstaan. Bij vogelgriep gaat het vaak zo.”

Varkenspest is nog een voorbeeld. Er leeft ook bezorgdheid over nieuwe griepvirussen die kunnen ontstaan door vermenging van bestaande virussen bij varkens en bijvoorbeeld eenden.

Honger naar vlees en palmolie

Naast het aan banden leggen van de handel in wilde dieren kunnen ook meer alertheid op plekken waar ontbost wordt en een robuust internationaal detectiesysteem voor pandemieën de opmars van zoönoses afremmen.

Maar we moeten vooral de grootschalige vernieling van ecosystemen afblokken, zo schreven ’s werelds meest vooraanstaande virologen en economen in juli in vakblad Science. Want “zieke ecosystemen maken zieke dieren en uiteindelijk ook zieke mensen”.

Vooral de almaar grotere honger naar vooral vlees en palmolie, twee grote oorzaken van de grootschalige ontbossing, en ook de verkoop van elektronica, waarvoor intensieve mijnbouw nodig is, zouden we moeten drukken, zo klinkt het. “Hoe wij hier consumeren, heeft een directe impact op wat in die tropische gebieden gebeurt. Wij hebben een connectie met die ecosystemen”, zegt Dumortier.

 “‘Wij’ slaat wel vooral op de rijksten”, zegt Nick Meynen, geograaf en beleidsmedewerker bij het European Environmental Bureau. In zijn nieuwe boek De val van Icarus. Het virus als kantelpunt verwijst hij naar de Nature-studie waarin wetenschappers concluderen: ‘De rijke burgers zijn verantwoordelijk voor de grootste impact op het milieu. De toename van hun negatieve impact is veel groter dan ecologische winsten door betere technologie. Zij staan centraal in elk mogelijk scenario richting veilige ecologische omstandigheden.’

De onderzoekers hopen alvast dat er door de Covid-19-pandemie meer stilgestaan wordt bij de gigantische ellende en enorme kosten waarmee natuurdestructie ons kan opzadelen.

Voorlopig lijkt dat niet te lukken. Net omdat alle aandacht en middelen nu gaan naar de pandemie, slinken de aandacht en middelen voor natuurbehoud. Volgens sommige berichten neemt de ongecontroleerde ontbossing in het Zuiden de laatste maanden net toe. Dat maakt het voor het volgende killervirus alleen maar makkelijker om onze soort te bereiken.

teaserBeeld DM

dinsdag 8 september 2020

Corona Cronycken deel 9

 

Vanochtend lees ik op de voorpagina van mijn favoriete krant: “Vervuiling doodt 1 op 8 Europeanen”. Een miliseconde denk ik “Voilà, weer eens dezelfde open deur ingetrapt, dat weet iedereen al jaren,” om dan onmiddellijk de ontmoedigende discrepantie te zien tussen de verhitte angst- en woedereacties, waaraan wij ons in de huidige gezondheidscrisis al maandenlang overgeven en de gelatenheid waarmee bovenstaand bericht passeert.

Vandaag aanvaarden wij dat men ons onschuldig veroordeelt tot huisarrest dan wel verplicht om gemaskerd de straat op te gaan ook wanneer elke gefundeerde reden daartoe ontbreekt (lege straten). Dat ons de toegang tot het woonzorgcentrum waar onze ouders of grootouders opgesloten zitten vinden we lastig maar helaas nodig. Tezelfdertijd laten wij ons gewillig verschepen in overvolle bussen en trams en sturen we onze kinderen weer de scholen in, ook al weten we dat dit oncontroleerbare haarden van infectie zijn. Doodsbang zijn we voor de in de loop van ons relatief korte leven nog ongekende pandemische dreiging. Onze “captains of industry” (ik vind het uiterst moeilijk om bij horen of gebruiken van dit opgeblazen ego-begrip een ironisch/meewarige glimlach te onderdrukken) gaan zelfs mee in beslissingen die heel onze economie dreigen te ontwrichten. De grote jongens weten natuurlijk ook wel dat een nieuwe crisis een mooie opkuis van de zwakkere broertjes kan betekenen wiens marktaandeel meteen wordt ingelijfd, maar dit geheel terzijde.

Zal ik even cijfers citeren?

Tot op heden 183 306 Coronadoden in Europa sinds de uitbraak begin dit jaar tegenover 630.000 doden door vervuiling élk jaar (!). Ik weet niet hoe het u vergaat maar mij stemmen die cijfers tot nadenken. Worden de oorzaken van die vervuiling aangepakt? Wel… euh, ja we doen ons best. Maar dan wel met de billen in stijf gesloten kramp. Wellicht zijn er mensen die al veel langer kennis hebben van de desastreuze gevolgen van ons kapitalistisch industrieel vervuilingspatroon. Maar ik zal voor mezelf spreken: ik heb daar al meer dan 50 jaar weet van (Club van Rome vanaf 1968) en probeer daar in mijn eigen praktijk (ik geef toe: met wisselend succes) zo weinig mogelijk toe bij te dragen. Als ik het weet dan moeten die slimmeriken die aan het roer staan van naties en van multinationals het zeker weten: hoe het anders moet. Maar wat je te horen krijgt is dat we het industriële productie- en winstmodel niet teveel mogen hinderen want die zorgen voor de zo noodzakelijke economische groei, voor onze welvaart. En dan komt een vicieuze cirkelredenering de magische deus ex machina om het behoud van het huidige systeem veilig te stellen. Als we onze economie in gevaar brengen is er geen geld om de vervuiling aan te pakken, laat staan om onze gezondheidszorg te financieren. Ziezo, dat hebben we weer mooi voor elkaar: kop in ’t zand.

Laat ik toch meegeven over welke gezondheidsdreigingen we het hebben. De belangrijkste ziektes die Europeanen oplopen door omgevingsfactoren zijn kankers, hartziektes, chronische longziektes, beroertes, neurologische ziektes zoals alzheimer en diabetes. Maar mijn gazet vertelt mij ook dat het eigenlijk allemaal zo erg niet is… voor wie in betere buurten woont en genoeg geld heeft om zich tegen de negatieve impact van milieurisico’s te beschermen.

Tiens, waaraan doet dit me denken? O ja, Corona houdt vooral huis in verzorgingsinstellingen waarin bewoners zo al tot risicogroep behoren en het personeel minder dan gemiddeld betaald worden. Goedbetaalde kantoorjobs verlopen de laatste maanden grotendeels van thuis uit en er wordt veilig zoomvergaderd. Kassiersters in den Aldi en buschauffeurs kunnen zich niet onttrekken aan massale risicocontacten. Tja, spijtig maar helaas, zo is ’t leven.

Mijn vraag bij dit alles: gaan we onze selectieve perceptie van wat (de kwaliteit van) ons leven bedreigt eens bijstellen? Gaan we de cijfers eens bijstellen? Gaan we ons perspectief eindelijk eens verplaatsen naar een zicht op wat er werkelijk toe doet in plaats van het ons te laten opdringen? ’t Zijn maar een paar vragen maar aan de antwoordzijde zal het wel weer oorverdovend stil blijven. En toch weiger ik mijn positivo kijk op een mogelijke toekomst op te geven, op straffe van voor naïeve onnozelaar versleten te worden. Un autre monde est possible!

zaterdag 1 augustus 2020

Corona Cronycken, deel 8

Wat moest gebeuren is geschied: we zitten middenin de tweede coronagolf. Iedereen wist dat dit er aan kwam, we zagen het van ver. We wisten precies wat we moesten doen om er sneller in te duiken en dat deden met volle overgave.

We? Neen, natuurlijk zijn we niet allemáál als lemmingen in de afgrond gedoken, opgezweept door de praatjesverkopers die zich voordoen als de behoeders van ons welzijn en ons tezelfdertijd een wortelstok voorhouden met al het lekkers waar we allemaal naar snakken. De ritselaars die dachten te kunnen trichen zonder dat Covid 19 het merkt, puur gokgedrag, casinospel. Zo zijn de lakeien van de neoliberale ideologie nu eenmaal getraind: opportuniteitjes jagen, risico’s nemen en als het mis gaat de schade afwentelen op het gepeupel, dat geen andere keuze heeft dan de bittere pil te slikken. Après nous le déluge.

Ja ik ben kwaad. Dat gebeurt wel vaker. En dan geef ik wel eens de indruk dat ik de moeilijke positie van de beleidsverantwoordelijken –politici en ambtenaren- niet begrijp. Het tegendeel is waar. Daarom ook dat ik 5 maanden terug, toen het allemaal begon, de verdediging van het beleid opnam tegenover mijn vrienden die alles meteen te veel, te weinig of in ieder geval incoherent vonden. Geduld, geef ze tijd, we zitten nu eenmaal met een totaal uitzonderlijke, nooit geziene situatie. Onbekende, onzichtbare, onberekenbare vijand… Niemand wist het echt, wij niet en ook zij niet. Maar nu weten we meer. Nog lang niet alles maar meer dan genoeg om een duidelijk, coherent beleid te voeren. Laat dit nu precies zijn wat we niet gezien hebben.

Jawel, de spreidstand is een zeer lastige: zorgen voor de directe covid slachtoffers, extra middelen in de gezondheidszorg, ondersteunen van economisch kwetsbare sectoren, opvangen van al dan niet tijdelijke werkloosheid… allemaal veel om te behappen en dan ook nog zorgen dat de economie niet helemaal ontwricht geraakt. Maar hoe lastig ook, het valt allemaal wel te ordenen in prioriteiten en die zijn duidelijk: helemaal bovenaan staat de verspreiding van het virus onder controle krijgen én houden! Alles wat daar tegen in gaat moet wachten for the time being. Massa evenementen horen niet thuis in een verantwoord coronabeleid, of het nu om sport, spel of kunst gaat, spijtig maar helaas voor de getroffen sectoren. Shoppen lijk zot is geen optie, ook niet in zogenaamd groen gekleurde gemeentes want anders duw je die binnen de kortste keren terug in ’t oranje of rood. Gratuit reizen naar massaoorden is dom en laat je als oprecht bezorgde overheid niet toe, punt. Onze economische machine ten allen koste draaiende houden? Nu eventjes niet, graag. First things first! Lobbygroepen content stellen? Kijk, die moeten wel kunnen gehoord worden, iedereen mag zijn belangen verdedigen in het publieke forum. Toch: een echte overheid laat zich niet onder druk zetten door een sterke lobby maar voert eerst het beleid dat nodig is in het algemeen belang. Bijkomend moet collaterale schade zoveel mogelijk beperkt worden en moeten kwetsbare groepen bijgestaan worden. Da’s allemaal helder te communiceren. Als je daarbij nog de omkaderende voorzorgsmaatregelen handhaaft –afstand, hygiëne, mondmasker waar nodig, bubbelbeperking- en die niet om de haverklap naar boven of naar beneden laat jojoën, kan echt nog heel wat… genoeg om toch nog een redelijk aangenaam sociaal leven te leiden. ’t Is aanpassen maar niet onleefbaar.

Als je mensen au sérieux neemt en een coherente, begrijpelijke boodschap brengt, gaat het overgrote deel van de bevolking zich verantwoord gedragen en zorgen voor voldoende sociale  controle tegenover wie dat niet doet. En dan kan je ook op diezelfde bevolking rekenen om de daarnet genoemde kwetsbare groepen solidair bij te staan. Maar steeds meer mensen voelen zich helemaal niet au sérieux genomen. Politici lijken elkaar de loef te willen afsteken door als eerste, als strafste of als permissiefste te communiceren zodat iedereen zich afvraagt: waarover gaat dit nog? Het broodnodige vertrouwen in het beleid dat de bevolking solidair en gemotiveerd hield in de gezamenlijke strijd, verpulvert zienderogen. Zonder vertrouwen geen gezag, de basis geraakt gedemotiveerd. Mensen zijn moe, sommigen steken al een middenvinger op. Het cliché wil dat de bevolking de politici krijgt die ze verdient maar in dezen zijn het de politici die de bevolking krijgen die ze zelf creëren. Ik probeer niet te denken dat dit net de bedoeling is: tweedracht, angst en chaos zaaien om later de gedesoriënteerde bevolking terug te verzamelen rond een sterk leiderschap dat zekerheid biedt. Ik ben weinig vatbaar voor complot theorieën maar begrijp de argwaan die ik hier en daar hoor uitspreken. Laat in ieder geval Jambon, De Block, Beke et les autres eens nadenken over wat ze aanrichten in de hoofden van de mensen.

En laat ik duidelijk onderlijnen dat ik niemand individueel met de vinger wijs. Ik heb groot respect voor het werk dat experts verrichten en de inspanningen die vele ambtenaren en ook een aantal politici leveren om het goed te doen. Alleen lukt het niet op een deftige manier. Waarom? Dat is voldoende bekend, iedereen ziet het: verdeeldheid in beleid, verdeeldheid van bevoegdheden, de greep van de particratie, ideologisch autisme. Toen ik nog een onschuldige schooljongen was zag ik al affiches met “België Barst!” Toen al werden de geesten vergiftigd met het idee dat wij ons moesten bevrijden van het franskiljonse juk en dus van de Walen. De ware tegenstellingen -die tussen arbeid en kapitaal, om het nu ook even simplistisch te stellen- werden op die manier gemaskeerd. De vele staatshervormingen hebben ons sindsdien niet bevrijd van de wereldwijde onderdrukkende politieke orde. Wel hebben die de slagkracht van onze (laten we wel wezen) democratische rechtstaat ondergraven en, zoals nu blijkt, totaal vleugellam gemaakt. Cynisch is dat vanuit rechtse hoek gesteld wordt dat de oorzaak voor de huidige chaos ligt in te weinig autonome macht in Vlaanderen. Daarenboven zijn er ook krachten die de geesten klaar maken voor een sterke hand die ons uit de crisis zal halen. Laten we met zijn allen niet alleen alert blijven voor dat verdomde virus maar vooral ook onze democratische vrijheden die we (of onze voorgangers) ooit zo fel bevochten hebben, niet laten afpakken!

Toch wil ik positief afsluiten want ik reserveer mijn frustraties enkel voor deze Corona Cronyckjes. Voor de rest maak ik me graag vrolijk over de strapatsen van het beleid (blijven lachen is blijven leven) en hoop ik steeds dat het morgen beter wordt. Deze 2de golf zou er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat de nevel optrekt, de geesten uiteindelijk verlicht worden en dat het bakkeleien over een echte te installeren regering plaats maakt voor handelen in het belang van ons allemaal. Jawel: morgen geen gezaag meer over Corona, falend beleid, incoherenties maar een pluim voor zij die de moed vonden om hun ideologische starheid te doorbreken. Hoera!

zondag 5 juli 2020

Corona Cronycken deel 7 - over consumptieplicht en inclusieve globalisering

Wij komen stilaan uit onze milde lockdown gekropen. Of juister: we worden er uit geduwd en dit niet eens zachthandig. Eigenlijk zit ik met het ongemakkelijk gevoel dat we er net niet uitgeranseld worden, right back richting hersenloze compulsieve consumptiedwang. Dwangneurose? Ja, ’t heeft er weg van maar is natuurlijk meer. De dwang komt ook van buitenaf als uiting van de consumptieplicht waartoe elke burger zich (weliswaar ongeschreven en onbewust) contractueel verplicht. Hieraan verzaken is een daad van burgerlijke ongehoorzaamheid en wordt bestraft met uitsluiting. Heel ons economisch model staat of valt met het bestendigen van de nooit eindigende groei en daarom worden de burger van nagenoeg bij de geboorte aan de intraveneuze koopbaxter gelegd.

Je moet maar eens zien hoe beleidsverantwoordelijken reageren op elke suggestie van het (op lange termijn) uitfaseren van individueel autobezit, het aan banden leggen (middels bijvoorbeeld kerosinetaks) van excessief recreatief vliegverkeer of het inperken van wereldwijd transport voor de voedingsindustrie (zowel veevoeders als verwerkte voeding).

En nochtans… In tegenstelling tot datgene waarvan ik veelal verdacht wordt ben ik helemaal geen vijand van de vrije markt. Alleen betekent vrij voor mij in de eerste plaats fair want: hoe vrij is een markt die totaal gedomineerd wordt door (veelal multinationale) vrijbuiters die de regels naar hun hand weten te zetten en die nog altijd hun winsten belastingvrij kunnen oppotten in de Kaaimaneilanden? Een vrije markt is een markt waarop iedereen met gelijke kansen zijn activiteiten kan ontwikkelen. Op een vrije markt gelden dus dezelfde regels voor iedereen, of je nu als ondernemer groot, middelgroot of klein bent.

In tegenstelling tot datgene waarvan ik soms beschuldigd word ben ik helemaal niet tegen mondialisering. Integendeel, mondialisering is de richting waarin de mens al gaat van in zijn prille dagen op aarde. Zo hebben beschavingen zich ontwikkeld, zo zijn wij er in geslaagd om de huidige technologisch hoogstaande samenleving uit de grond te stampen: door wederzijdse bevruchting via handel met andere culturen. Globalisering? Ja: globalisering van de voorwaarden voor een rechtvaardige mondiale samenleving en globalisering van de verantwoordelijkheid voor het welzijn van onze planeet. Globalisering van mensenrechten, globalisering van respect en betrokkenheid. Iedereen mag meedoen. Inclusieve globalisering dus.

Kijk, nu we het er toch over hebben moet ik het toch kwijt. Ik hou er niet van om over concrete figuren te beginnen omdat ik niet de indruk wil wekken dat het probleem opgelost is als we hen aanpakken. Hier toch weer een klein citaat dat een bescheiden reactie behoeft. Joren Vermeersch op schoot bij Joël De Ceulaer in de Morgen van 4 juli j.l.:

"Mensen kunnen maar spontane solidariteit opbrengen met leden van hun gemeenschap in wie ze zich kunnen herkennen."

Vermeersch heeft helemaal gelijk natuurlijk. Het verschil met bijvoorbeeld mij is dat ik me vaker verwant voel met mensen die een andere nationaliteit hebben, een andere kleur of een andere cultuur. Als ik rondom me kijk in die kleine cultuurbubbel die Vlaanderen heet, heb ik moeite om mezelf te herkennen in de lokale fauna. Dat wil niet zeggen dat het elders persé beter is, maar mijn wereld stopt niet aan de taal- of landgrenzen. Geestesverwanten vindt je overal, op elk continent en in oneindig veel hoedanigheden. Ja gemeenschappen zijn belangrijk, maar ik behoor tot vele.
Kwestie van het een beetje te situeren: het interview waaruit bovenstaand citaat ging onder de titel "Wij leven onder de dictatuur van het goede". Mijnheer Vermeersch is de nieuwe ideoloog van N-VA. Dat belooft.

Heel even koesterden we de illusie dat die hele pandemische episode ons wijzer zou maken, dat we deze off-tijd zouden gebruiken om onze raison d’ être eens grondig te overzien. Zo konden we misschien tot de conclusie komen dat het moment gekomen is om ons gekaapte ideeëngoed, wereldbeeld, identiteit te heroveren en daar bewust terug een eigen inhoud aan te geven. Helaas dus. Wij hadden het te druk met Facebook, Twitter, onze dagelijkse applaussessies voor het zorgpersoneel en de dagelijkse coronasoap op De Afspraak en het radionieuws.

zaterdag 30 mei 2020

Corona Cronyken deel 5: Amada

Avonturen bij Amada


Deze week las ik in De Morgen het dubbelinterview met Jan Van Duppen en Louis Van Dievel, twee oud-Amadezen van mijn generatie met een herkenbaar verhaal. Niet dat mijn ervaringen identiek zijn maar het bracht me toch terug naar mijn eigen prille passage in die ideologische bubbel. Gelukkig ben ik daar nogal ongeschonden uit gekomen… althans, vind ik zelf. Anderen hebben het toch wel wat lastiger gehad om zichzelf terug te vinden, getuige ook het verhaal in De Morgen.

woensdag 20 mei 2020

Corona Cronycken deel 4


Van Broeck vertrekt maar vat het eerst nog eens samen.

https://krant.demorgen.be/titles/demorgen/7927/publications/941/articles/1140280/8/2
Vraag aan politici die zich weer een beetje hitsig beginnen klaar te maken om deel uit te maken van het nieuwe beleidsvehikel dat rond september zou moeten geïnstalleerd worden. Wat gaan we doen jongens, terug naar het "normaal" van monsterfiles, ongebreideld verkwisten van alle vormen van energie en dan vooral de fossiele en kernvarianten, het verder uitputten van de grondwaterreserves, het verder vergiftigen van de lucht over gans ons grondgebied, mensen verder richting industriële geglobaliseerde voedselproductie duwen zodat we om de paar jaar weer kunnen uitpakken met alweer een nieuwe epidemie in de veeteelt of een sjoemelschandaal in de voederproductie? Gaan we terug naar het normaal van het redden van de economie en de werkgelegenheid, zoals een hoop onder jullie het zo graag voorstellen? Dit terwijl iedereen stilaan begint door te krijgen dat het eigenlijk draait om het redden van een nepeconomie, die universele spilzucht promoot ter vrijwaring van winsten en privileges van de kaste die zich graag de elite waant. Terug naar de op hol geslagen groei-economie met zo nu en dan een crisis, die de boel door elkaar schudt en dus gouden opportuniteiten levert voor de sterkste financiële spelers in de markt maar telkens betaald wordt door diegenen die het zo al moeilijk hebben? Of gaan we eindelijk werk maken van een echte economie: die van de mensen die de samenleving recht houden, dezelfde mensen die er ook nu weer voor zorgen dat we deze virale crisis doorkomen, de solidaire burgers. Al die mensen die zich nu inzetten om hun scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen en bedrijven draaiende te houden, die hun klanten blijven voorzien van het hoogstnoodzakelijke, maar ook iedereen die zich nu zoveel moet ontzeggen en dat ook plichtsbewust volhoudt. Al die mensen verdienen beter dan een terugkeer naar het nepnormaal. Laat nu eens de mensen waar het echt om draait beter uit deze crisis komen in plaats van altijd dezelfde opportunisten.

En ja, dit hangt allemaal vast aan het verhaal van Van Broeck. Echt waar.

zondag 10 mei 2020

Corona Cronycken deel 3


Back to normal!
De roep klinkt steeds luider. De meute staat te dringen. We houden het niet meer uit. Back to wat? Normaal? Wat bedoelen we met normaal ? Ja, ik heb wel vaagweg een idee van hoe een normale samenleving er zou moeten uitzien; van hoe normaal gedrag van volwassen, zelfdenkende, verantwoordelijke burgers –wat wij in een democratie toch allemaal pretenderen te zijn– hoe zulk gedrag er zou moeten uitzien. Is het dat wat we ons voorstellen bij een post-corona realiteit? Normaal, jawel, laten we veronderstellen dat het dat is wat we ermee bedoelen. Elk van ons heeft daar zo’n beetje zijn eigen versie van maar je zou denken dat er toch wel grote lijnen te trekken vallen waarover iedereen het eens is, althans iedereen die een democratische samenleving genegen is. Maar dan wordt dat normaal in één en dezelfde zin geplaatst na de woorden “terug naar”. In mijn hoofd slaat het tilt. Wat betekent dit? Dat de realiteit waarin we leefden tot zo’n 8 weken terug (als ik het goed geteld heb) inderdaad beantwoordde aan dat normaal zoals daarnet geduid? Wie gelooft dat?  Ik wil het niet eens over geopolitiek hebben want daar kan ik met de beste wil van de wereld niets over kwijt dat rijmt op normaal. En vandaag wil ik ook niet kankeren over deze disfunctionerende staatsstructuur die precies in deze crisisdagen de gevolgen van onze tribale identiteitsoorlogen pijnlijk bloot legt. Het absurde wij-zij denken dat er enkel op gericht is om burgers binnen eenzelfde land tegen elkaar op te zetten ten voordele van één bepaalde belangengroep, vertegenwoordigd door een cynische politieke kaste, verdeeld over verschillende partijen. Een wereld die dit normaal vindt is niet de mijne. 

Neen, ik kijk nu even naar ons eigen gedrag, hoe wij ons leven materieel invullen. Wijzelf als burger, als consument en als voogden of beheerders van het leven op deze planeet (want dit is de positie waarin wij ons willens nillens bevinden). Wat me daarin bezig houdt is het volgende. Je hebt aan de ene kant mensen die geen besef hebben, gewoon niet nadenken. Domheid, luiheid of gewoon al op voorhand schrik om met de realiteit geconfronteerd te worden en daar zelf beslissingen in te moeten nemen… “het leven is al gecompliceerd genoeg, laat dat maar aan anderen over.”  Anderzijds zijn er de “après nous le déluge”-cynici, zij die enkel hun eigen directe belangen behartigen zonder scrupules. Ja ze bestaan echt. Je vindt ze in de politiek (gelukkig deugen de meesten, toch ken ik er wel... vul zelf maar in). Ze bevinden zich vooral onder het bijzondere mensenras dat het normaal vindt om elke maand meer te verdienen dan wat de werknemers in hun bedrijf in een heel jaar verdienen. Er zijn de wetenschappers die zich laten omkopen om fakerapporten te produceren (voor de tabaklobby of de chemische en farmaindustrie),… Er zijn er van alle soorten.

Toch ga ik ervan uit dat dit ijskoude cynisme een eerder zeldzame vorm van psychopathie is.  Dat de overgrote meerderheid van onze medeburgers wel degelijk streeft naar een beter leven voor iedereen en daar zijn best voor wil doen. Wat doet ons dan dag aan dag gedragskeuzes maken die zeer duidelijk dat betere leven in de weg staan, meer zelfs, het leven zelf in gevaar brengen? Iedereen weet waarover het gaat. Onze mobiliteitsgewoontes, onze eetgewoontes, onze spilzucht,… Natuurlijk worden heel wat beslissingen met negatieve gevolgen door het beleid genomen zonder dat wij daar vat op hebben maar dat is geen reden om niet kritisch te kijken naar datgene wat we wel degelijk zelf beslissen. Waarom, bijvoorbeeld, gedragen wij ons zo makkelijk als kuddedieren, koopvee? Waarom vernieuwen wij elk seizoen onze garderobe terwijl we nauwelijks gedragen outfits naar de vodden verwijzen? Waarom stouwen wij onze huizen vol met prularia? Prullenjunks kan je toch bezwaarlijk geëmancipeerde burgers noemen. Wat scheelt er met ons? Hoe komt het dat wij vandaag nog altijd keuzes maken die ons totaal afhankelijk maken van het meest rampzalige vervoersysteem dat we hadden kunnen kiezen: de individuele auto? Waarom moeten wij persé vakantie houden op duizenden kilometer van huis en hebben we zelfs niet meer genoeg aan één trektocht per jaar? Zijn onze hoofden zo leeg dat ze zo makkelijk opgevuld kunnen worden door de pushers van de reclame? Kunnen wij echt zelf niet meer uitmaken wat belangrijk is in het leven, wat onze behoeften zijn en laten wij dit dus liever bepalen door de kwasten van het verleidingscirkus die enkel aan winst en macht denken en het echt niet goed voor hebben met ons? Is dit het normaal waar we terug naartoe willen? Als zombies terug naar de Meir, de Nieuwstraat, de Veldstraat,… als zombies trekkend van étalage naar étalage om toch maar te ontdekken wat we ons nu weer kunnen laten opsolferen. 

Het zijn allemaal geen nieuwe vragen. Velen onder ons stellen ze al decennialang. En op veel van die vragen kennen we natuurlijk ook het antwoord. De enige vraag die dan overblijft en die er nu meer dan ooit toe doet is: waarom houdt dit niet op, nu, direct, sofort? Corona heeft alles lamgelegd. Gaan we ons nu weer laten opjutten om de heilige economie “te redden”? Het is niet de economie die moet gered worden, die redt zichzelf wel. Wat ons nu in de strot zal geduwd worden is het redden van de top down gecontroleerde markt die heet vrij te zijn maar dat natuurlijk niet is. Een echt vrije markt kan alleen bestaan als die functioneert volgens regels die niet de sterkste maar de zwakste beschermt, die niet door de grootste spelers bepaald worden maar door de overheid, regels die erop gericht zijn de kloof tussen arm en rijk te dempen, die ervoor zorgen dat iedereen de kans krijgt om aan zijn trekken te komen, ongeacht kleur, gender, waar je geboren bent of wie je ouders zijn. De opportuniteit van Corona, never waste a good crisis,… Zou het kunnen dat we kiezen voor een nieuw normaal? Niet het normaal van de terugkeer dat achter ons ligt maar het normaal dat we ons kunnen verbeelden en waar we al gaande kunnen naartoe werken.
Wel?

woensdag 29 april 2020

Corona Cronycken deel 2


Mijn mailbox wordt nog steeds en doorlopend bestookt met vernietigende commentaren op de manier waarop de overheid de huidige crisis beheert. Dat is ook wel te begrijpen. Wanneer mij zulke oprispingen tijdens burengesprekjes geventileerd worden lijken die me volledig logisch. Mensen krijgen vaak tegengestelde boodschappen of kunnen aangekondigde maatregelen niet meteen plaatsen in hun eigen ervaring en praktijk. Er is ook het snakken naar herstel van normaal. Telkens worden ze teleurgesteld in hun hoop op spoedige terugkeer daar naar toe. 

Natuurlijk dat alle frustratie daarover gericht wordt naar de actoren die geacht worden de zaak aan te pakken en ons te verlossen uit onze sociale isolatie, de voortdurende onzichtbare dreiging voor onszelf en onze geliefden en vooral uit onze knagende onzekerheid. In tijden dat hij geen vat meer heeft op zijn eigen leven verlangt de burger leiderschap en in eenzelfde gedachtegang gaat hij er dan maar van uit dat diegenen die aan het stuur zitten een feilloos parcours rijden; liefst in overeenstemming met hoe hij het zelf zouden aanpakken en in ieder geval kordaat, rechtlijnig, consistent zonder aarzelen. Dat onze verkozenen eigenlijk evenzeer in onzekerheid leven als wijzelf is blijkbaar moeilijk te bevatten en al zeker niet te aanvaarden. De complexiteit van de de beslissingen die moeten genomen worden, rekening houdend met de gevolgen voor de volksgezondheid (op zich al een onoverzichtelijk kluwen van erg verschillende risicogroepen, zorgverstrekkers en –instellingen), de economie en het onderwijs bij elke stap die gezet wordt; dit terwijl er nog altijd een zeer gebrekkige  kennis is van de vijand die ons belaagt. Zijn de genomen maatregelen de veiligste, meest efficiënte, best mogelijke? Wellicht niet, maar we kunnen dat niet weten, zoals de beleidsmakers dat ook niet kunnen weten. The proof of the pudding is in the eating. Het blijft voor een stuk natte vinger werk, niet uit onwil maar de kennis is, zoals gezegd, beperkt. We kunnen maar hopen dat ze altijd gehandeld hebben in eer en geweten. Voor de versoepelingen die nu aangekondigd worden geldt precies hetzelfde. Natuurlijk weet iedereen het beter, alleen weet iedereen het anders beter. Dat schiet niet op. Dat is zo bij de man/vrouw in de straat maar dat is ook zo bij de experten. Toch stel ook ik me vragen bij, om maar iets te noemen, Fase 2 van de exit laten ingaan op 11 mei terwijl alle experten erop hadden gedrukt dat ze 2 weken nodig hadden om fase 1 de volgende stap niet voor 18 mei kon gezet worden. En wat met de stemmen van de mensen op de werkvloer – onderwijs, woon-zorg, geestelijke gezondheidszorg – die de cockpit niet lijken te bereiken?

Speelt een (partij)-politieke, ideologische agenda mee, zoals her en der geroepen wordt? We kunnen dat niet helemaal uitsluiten maar door het aantal mensen dat mee aan tafel zit en elkaar op de vingers kijkt, lijkt het me aannemelijk dat de neiging de crisis te misbruiken om de eigen agenda door te drukken enigszins getemperd wordt. Als alles voorbij is zullen alle politieke beslissingen en hun gevolgen moeten geëvalueerd worden ter lering voor toekomstige situaties. Maar er zal ook gekeken worden wie wat waarom beslist heeft, niet zozeer om individuen op een beklaagdenbankje te zetten dan wel om opportunistische beleidsvoering politiek af te straffen. In de praktijk wordt dat een lastige oefening want tot nu toe houdt iedereen zich gedeisd op dat gebied. Het is vooral de onzichtbare hand van het dominante wereldbeeld over samenleving, arbeid, economie, welzijn dat alles mee stuurt. Wie ga je daarop aanspreken? 
Historische grove nalatigheden, daarentegen, zijn makkelijker aantoonbaar. Het vernietigen van de strategische stock mondmaskers zonder in vervanging te voorzien is anekdotisch maar staat voor de besparingstrend die jarenlang de gezondheidszorg heeft beheerst, vooral op kap van de personeelsomkadering. De fusioneringsdwang in naam van kostenefficiëntie is daar ook een uiting van met als gevolg onoverzichtelijke mastodontbedrijven waarbinnen personeel jaar na jaar onder grotere werkdruk moest functioneren en de zorgbehoevenden terechtkwamen in de aliënerende onpersoonlijke zorgfabriek. Eenzelfde verhalen vallen te rapen in andere “onproductieve” sectoren zoals onderwijs of gevangeniswezen. Ook hier gaan we echter geen schuldigen kunnen aanwijzen omdat alle partijen die de laatste decennia de dienst uitgemaakt hebben in diverse regeringen boter op hun hoofd hebben.  

Tezelfdertijd blijf ik ongerust over de wijze waarop wij met zijn allen richting “normaal” zullen geduwd worden. Eén van de centrale vragen is bijvoorbeeld hoeveel we nog willen opofferen om de zogenaamde vrije markt ter wille te zijn. En dat gaat over zowat alle aspecten van ons leven. Onze aandacht zal onder meer moeten uitgaan naar consumptie, mobiliteit, sociale zekerheid, gezondheid (ook geestelijke gezondheid), voeding en milieu. Complex alweer. Vooral: het gaat om belangen. Objectieve en subjectieve, individuele en universele of maatschappelijke, materiële en psychische, actuele versus lange termijn, mens tegenover andere soorten of natuur. Al die belangen moeten mee in de post corona onderhandelingen. Gaan we dat overlaten aan het beleid van ’t moment of gaan we dat op een universeler niveau aanpakken? Denk je dat die onderhandelingen er zomaar gaan komen? Natuurlijk niet. Dat is wel het laatste wat de heersende machten zullen toelaten. Dan hebben we het in de eerste plaats over de grote geopolitieke spelers: de grootmachten en de multinationals om het simpel te houden. Maar ook het mondiale marktdenken dat zich als heersende overkoepelende religie heeft vastgebetoneerd. De heilige groei. Hoe gaan we dat openbreken? Te complex dus al was het maar omdat diegenen die dat zouden willen, onderling totaal verdeeld zijn.

donderdag 23 april 2020

Corona Cronycken deel 1


Bedenksels vanuit de lock-down
 
Corona lock-down of Covid-19 maatregelen, het doet rare dingen met mensen. Natuurlijk, ons sociaal leven overhoop, ons werkritme totaal ontregeld of gewoon: stekker uit, virusfobie, consumptiehonger, vakantieplannen naar de vaantjes en mensen dichtbij of verderaf die effectief moeten vechten tegen deze verwoestende indringer. ‘t Is allemaal niet van aard om gelukkiger van te worden.
Zelf heb ik daar allemaal weinig last van. In normale tijden zit ik meestal thuis (van kleins af aan heb ik geleerd om mij braaf alleen in stilte bezig te houden). Enige verschil: mijn partner telewerkt nu een dagje meer dan voordien. Ik doe nog altijd dagelijks een wandelingetje in de stad, boodschapjes doen, fotootje maken maar, helaas, zonder koffietje onderweg. Dat laatste maak ik dan thuis wel goed. Gisteren vertelde ik een kennis in de wachtrij voor de slager hoe ik geniet van het herwonnen gevoel dat Gent van ons is. Heel de jaren ’70 en nog een stuk daarna was dat ook echt zo -we owned this city. En hoe heerlijk weinig volk er ook nog rondloopt in Gent, ik ontmoet meer bekenden dan ooit. Meteen interfereerde een derde geïrriteerd vanop anderhalve meter dat ze zot werd van de stilte: “Ik heb volk en drukte nodig,” Ik heb me snel uit de voeten gemaakt want daar kan ik niet tegen op.
Ik heb natuurlijk mooi praten. Voor mensen die nu alle zeilen moeten bijzetten om de boel waar mogelijk draaiende te houden – zorg en onderwijs in de eerste plaats – is het een heel ander verhaal. En voor diegenen die de zeilen noodgedwongen hebben moeten strijken, vooral zij die daarbij niet kunnen terugvallen op een vervangingsinkomen, beleven donkere tijden. Ik ben zelf niet zo’n groepsmens maar de talrijke initiatieven die ontstaan, ook op kleine schaal in mijn omgeving, om mensen een hart onder de riem te steken of om zij die het moeilijk hebben te helpen, zijn hartverwarmend. Een woord dat terecht populair is dezer dagen. 

Ik zit dat zo allemaal vanuit mijn ophokplicht gade te slaan. Ik lees de krant en volg de Radio1 corona-uitzendingen, soms wel een stukje Afspraak op TV 1 en ik maak me nog evenveel kwaad als in business-as-usual-tijden; met wel dit belangrijk verschil: mijn ergernis richt zich veel minder tot de beleidsmakers dan wel tegen zij die daar commentaar op geven. Dat is inderdaad eens wat anders. “Geef toe, wij leven toch in een apenland,” concludeerde een buurvrouw vanochtend, een beetje moedeloos van alles wat fout loopt de laatste tijd. Tja, eerlijk gezegd, ik vind dat we het in de gegeven omstandigheden niet zo slecht doen. En ik zie het in andere landen toch ook niet allemaal zo vlotjes opgelost worden.  Zo was er deze week die Instagramuitschuiver van een muzikant (sic, iedereen mag een mening hebben en deze uiten) die commentaar gaf op het conflict tussen Ben Weyts en de onderwijsvakbonden. Er was door de minister een ballonnetje opgelaten om de kinderen eventueel tot in de laatste week van juni nog wat gemiste leerstof bij te brengen. Het was een denkpiste die leerkrachten vanuit hun praktijk in overweging konden nemen. Omdat de muzikant in kwestie "B.V." voor zijn naam staan heeft werd het geval opgepikt door o.a. Het Nieuwsblad. Door ongelukkige formulering of te snel conclusies trekken werd de indruk gegeven dat net het leger onderwijsmensen, die in de frontlinie het beste van zichzelf geven, hun vakantierechten belangrijker vonden dan hun kinderen. Twee keer nadenken voor je iets opschrijft kan helpen, natuurlijk, maar daar is instatwitter niet voor gemaakt. Het overgrote deel van het leraarskorps heeft de laatste weken ruimschoots bewezen bereid te zijn om te doen wat nodig is voor hun leerlingen, ook als dit alweer uitzonderlijke inspanningen vergt. De vraag of die extra week les ook veel aarde aan de dijk zet, zullen zij zelf best kunnen inschatten. De hele controverse is dus terug te brengen tot de vakbonden die hier de kans gemist hebben om zich even terughoudend op stellen en de reactie op de werkvloer af te wachten. Het no passaran, waarmee ze furieus als een gebeten hond reageerden, helpt niet om de solidariteit te bevorderen waarmee we deze crisis allemaal samen proberen door te komen. Profileringsdrang is een kwalijke ziekte die nogal eens toeslaat bij relevantietwijfel. En wie ’t schoentje past trekke het nog altijd aan.

Ja, ik maak me dus wel eens boos wat niet wegneemt dat ik een positivo in hart en nieren ben en me bijgevolg zelden druk maak. Ik zei het al: ik bekijk dat allemaal zo vanop een afstandje vanachter een mijn zelfgebrouwen kopje Mokabon... van op de zijlijn, zeg maar.
Wat mij vooral bezig houdt is hoe nu al overal koortsachtig gemanoeuvreerd wordt om de miserie waar zovelen onder lijden te gelde te maken. In een aantal gevallen mag je dat letterlijk nemen, maar ik denk in eerste instantie aan the usual suspects uit het cynisch politiek-industrieel complex. Zij die koste wat kost deze opportuniteit om ons te bezinnen over hoe we met deze wereld en met elkaar omgaan en daar nieuwe, duurzamere en rechtvaardiger keuzes in te maken, de kop willen indrukken. Ook hier is het no passaran! Hakken stevig in de grond. Ze  beseffen heel goed dat deze tijden mensen dichter bij elkaar brengen en de oude stammentwisten uitvlakken. Het bijzondere, opbouwende publieke debat van de dag en de solidariteit die de gezamenlijke strijd doet opleven zijn een slechte voedingsbodem voor diegenen die garen spinnen uit onvrede, afgunst en broedertwist. 

Ach, public relations-gewijs en om de volkswoede te ontmijnen zullen er wel wat cosmetische gedoogzaamheden worden afgekondigd. Wat extra investeringen in openbaar vervoer hier en een fietsparking daar, misschien nog een stadsbosje bij en vooral ietwat meer zorg voor de zorgsector, als ze maar niet overdrijven. Maar fundamenteel? Een ander, duurzaam consumptiepatroon? Transitie? Het zal niet gebeuren. Wil je onze economie de genadeslag toebrengen misschien, ons terug katapulteren naar de middeleeuwen? Het is nu ’t moment om alles in te zetten op de relance, onze concurrentiepositie herwinnen en onze oceaandiepe crisisputten te delgen. Andere mobiliteit? Maar dan raak je aan de ruggengraat van onze economie: de auto- en brandstoffenindustrie. Vliegreizen rantsoeneren? Dan gaat ons nationaal luchtvaartsysteem inclusief SN Brussels en Brussels Airport naar de haaien en zijn wij geen speler meer op de wereldmarkt. Duurzame landbouw? Wereldvreemde bioboeren kunnen nooit iedereen voeden en al zeker niet de honger uit de wereld helpen. De argumenten tegen zullen dezelfde blijven, aangevuld met wat gemanipuleer van het psychologisch klimaat dat zich nu ontwikkelt. Wij moeten er ons bewust van zijn dat we nu echt in een wereldwijd sociologisch labo leven en dat die charels (nog altijd dezelfde) dat heel goed aan ’t bekijken zijn om te zien hoe ver ze met de bevolking kunnen gaan. Hoeveel zijn wij bereid te slikken in ruil voor wat meer zekerheid en een paar lekstokken. Trump, Johnson, Erdogan, Orbán lijken schertsfiguren uit een andere wereld, ver van de onze. Maar in een vingerknip kan het onze realiteit worden. Ze staan klaar en crisissen zoals we nu beleven, zijn opportuniteiten die de zaak kunnen doen kantelen in deze of gene richting. Ze staan klaar, we moeten meer dan ooit alert zijn.
En dan de bedrijven die het nu even zwaar te verduren krijgen, zij het dan onder de paraplu van publieke middelen (terecht!). Ik hoor Gwendolyn Rutten strijdvaardig benadrukken dat wij een land van KMO’s zijn die de sterkte van ons land verzekeren. De grote bedrijven overleven dit wel en weten dat ze straks nog eens langs de kassa passeren. Onder de kleintjes wordt het een bloedbad. Precies dat bloedbad is voor de grote spelers dan weer de opportuniteit om ook dat deel van de markt in te pikken. Je zult het zien: schaalvergroting, groei is nu eenmaal de logica van het kapitalistisch systeem. Als mevrouw Rutten het meent dat haar partij die van de kleine en middelgrote ondernemingen is, dat ze daar maar eens tegenin gaat. Benieuwd.