Posts tonen met het label Vrije Markt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vrije Markt. Alle posts tonen

woensdag 13 januari 2021

Coronavaccins: volksgezondheid contra big profit?

 

Zoals bij velen is een portie ergernis bij het lezen van mijn krant en het volgen van nieuwsmedia ook mijn dagelijks deel. Ik hou me doorgaans in om daar lucht aan te geven omdat zuur doen over alle zurigheid, waarmee we overspoeld worden, niet meteen leidt tot meer begrip, redelijker gedrag of intelligentere klap. Wie zich grondig informeert alvorens meningen te ventileren zal dat wel blijven doen en wie enkel in staat is om vanuit de buik te "denken" en de luidste roepers van de dag na te praten zal dat ook blijven doen. Sociale media gaan daar niet veel aan veranderen, wel integendeel.

Vandaag is er toch een kleinigheid waar ik wil op wijzen. Het behelst de controverse over de farma-industrie. Meer bepaald de verontwaardiging over vertraging in de levering van vaccins die werd aangekondigd en de bewering als zou big pharma winst belangrijker vinden dan volksgezondheid.

 

Het eerste misverstand komt voort uit onbegrip over productieprocessen. Het woord zegt het zelf: "Big Pharma" is big production. Er wordt een zeer ingewikkelde productielijn in gereedheid gebracht voor een bepaalde capaciteit. Die omvang is op dat ogenblik (we zitten nog in testfase) wellicht ingegeven vanuit een evenwicht tussen investeringen versus kans op eindsucces bij testen van het vaccin en de daarop volgende goedkeuring door de Europese Geneesmiddelenautoriteit (EMA), het Britse MHRA, de Amerikaanse FDA, enz. Wanneer het vaccin uiteindelijk kan worden gedistribueerd en de vraag enorm groot blijkt te zijn, wordt er beslist om op te schalen naar (in het geval van Pfizer) zowat het dubbele aantal dosissen. Zoiets is geen kwestie van even aan de volumeknop draaien. Alle fases van de productie dienen opgeschaald te worden, alsook de toevoer van grondstoffen en dit alles opnieuw op mekaar afgesteld. Dat de productielijn daarvoor moet onderbroken worden lijkt me niet onbegrijpelijk. Natuurlijk heb ik geen inzage in de interne keuken van die bedrijven maar dat hebben al die roodaanlopende verontwaardigde schreeuwers ook niet.

Zorgelijker en perverser is het wanneer een farmabedrijf zou beslissen om een deel van de voorraad te herbestemmen naar een hogere bieder. Mocht dit het geval zijn, wat nu geïnsinueerd wordt maar lang niet hard gemaakt, dan heeft het weer te maken met...

 

Het tweede misverstand. Dit is nu een discussie die ik al 40 jaar voer, vooral binnen weldenkende progressieve en politiek correcte middens. Men lijkt er van uit te gaan dat het de taak van bedrijven is om te zorgen voor het welzijn van hun arbeiders en van burgers in 't algemeen, dat ze verantwoordelijk zijn voor het niet verstoren van ecologisch evenwicht, dat die verantwoordelijkheid ook reikt tot het niet bezoedelen van onze lucht en geen chemische troep in onze waterlopen te lozen, dat ze dus de gezondheid van onze planeet niet in gevaar brengen. Kortom men gaat er van uit dat bedrijven zich ethisch dienen te gedragen. De denkfout is: een bedrijf kent geen morele categorieën, heeft geen geweten net zoals uw broodrooster dat ook niet heeft. Een bedrijf heeft als doel winst op te leveren voor de eigenaar en productie is het middel daartoe. De ondernemer is natuurlijk wel moreel aanspreekbaar en kan dus ter verantwoording geroepen worden. "Irrelevante nuance," denkt u maar ik zet graag puntjes op de "i": het zijn de mensen achter de bedrijven die beslissingen nemen en dat is belangrijk om te begrijpen waar het probleem zit.

 

Een onderneming die geleid wordt door één persoon is een simpel gegeven: de eigenaar kan, sociaal bewogen en milieubewust, er alles aan doen om zijn medewerkers billijk te vergoeden en alles in het werk te stellen om een op alle gebied eerlijk en proper product af te leveren. Als we pech hebben neemt die ondernemer het niet zo nauw met morele normen. Ik ben in dit opzicht niet naïef. Er lopen nogal wat gewetenloze schurken rond die zich "entrepreneur" of “businessman” noemen maar ik ga ervan uit dat de overgrote meerderheid van mensen die een zaak opzetten dat doen vanuit zeer eerbare beweegredenen, zelfs vanuit een passie voor hun product. Die goede bedoelingen staan echter steeds onder druk: in een openmarktsysteem is concurrentie een onverbiddelijke regulator. Dat geldt natuurlijk op gebied van prijszetting maar daar hangt automatisch ook productiekost aan vast en dus kwaliteit, arbeidsomstandigheden, enz.

In het geval van verschillende eigenaars maakt bedrijfsethiek voorwerp uit van onderhandeling tussen die eigenaars wat niet altijd garant staat voor een ethisch gezonder beleid. Dit is niet enkel het gevolg van inhaligheid van die eigenaars. Een ondernemer of CEO van een bedrijf dat met veel arbeiders en bedienden werkt is ook verantwoordelijk voor het welzijn van zijn medewerkers en hun gezinnen; enerzijds ingegeven uit menselijke overwegingen, anderzijds omdat personeel dat niet verzorgd wordt wellicht geneigd is om weg te lopen. De strategische keuzes die op de markt en in het productieproces gemaakt worden hebben daar rechtstreeks impact op.

Nog een stapje ingewikkelder wordt het wanneer een bedrijf beursgenoteerd is en dus in handen van heel veel anonieme aandeelhouders, zonder echte band met het bedrijf, voor wie rendement het enige criterium is. Voor ethiek lijkt nog weinig ruimte.

Gelukkig heeft de markt ook een positief effect. Ethische bedrijfsvoering kan ook verkoopsargument zijn in een deel van de markt. De gevoeligheid bij de consument heeft hierdoor bijvoorbeeld aanleiding gegeven tot het ontstaan van fair trade producten. Daarnaast hebben veel bedrijfsleiders al in een vroege industrialiseringsfase beseft dat tevreden werknemers een groter engagement hebben tegenover hun bedrijf, wat zowel de kwaliteit als de continuïteit van de productie ten goede komt. Het is dus niet al kommer en kwel maar wel een zeer complex tableau waar we toch even mogen bij stil staan alvorens met simplistische conclusies naar de sociale media te trekken.

Terug naar de coronavaccins, of beter naar de farmaceutische industrie. Het bijzondere aan die industrietak is het groot maatschappelijk belang ervan en de verwevenheid met het publiek wetenschappelijk onderzoek. Dat laatste is problematisch op verschillende niveaus. Veel onderzoek gebeurt initieel in universiteiten. Bij ons betekent dit dus volledig publiek gefinancierd onderzoek en ontwikkeling. De ontwikkeling van een geneesmiddel is veelal ook het resultaat van een samenwerking tussen een universiteit en een privaat bedrijf. Daarnaast worden bepaalde onderzoeken in privébedrijven ook wel gesubsidieerd door overheden. Bepaalde geneesmiddelen kunnen ook schatplichtig zijn aan eerder onderzoek waarop nog intellectueel eigendomsrechten rusten. En het gebeurt ook dat een farmabedrijf een universitair onderzoekslabo helpt. Dit alles zorgt voor een erg complex en problematisch patentlandschap.

De intellectuele eigendomswetgeving, die nationale materie is maar waarover ook internationale akkoorden gelden, is er in de eerste plaats om de investeringen in onderzoek en ontwikkeling wettelijk te beschermen. Het verleent de patenthouder echter gedurende een bepaalde periode het alleenrecht op productie en verkoop van zijn (in dit geval) geneesmiddel, wat neerkomt op een monopolie-, dus machtspositie. Bij grote of dringende vraag naar dit middel kan dit leiden tot een zekere willekeur op het gebied van prijszetting en bevoorrading. Los van het gegeven of een firma inderdaad misbruik maakt van zijn positie ten koste van het algemeen belang of niet, is dit een ongezonde situatie die ook in het gunstige geval van integer gedrag toch altijd met argwaan zal bekeken worden. En in de praktijk hebben we al talloze keren gezien dat die argwaan ook gewettigd blijkt.

Hoe ontkomen we aan deze tina-patstelling, een gang van zaken die niet vermijdbaar is? There is no alternative is de roep van ons neoliberaal bestel maar gaat uit van een duidelijk ideologische stellingname: tegen regulering, voor volledige suprematie van de markt. Eens buiten dit kader zijn er natuurlijk tal van mogelijkheden om tegen de dwingelandij van de marktjungle en de moordende concurrentiestrijd op kosten van de gemeenschap in te gaan. In een notendop en heel ver vooruit kijkend: in het geval van bescherming van intellectuele eigendom is het bijvoorbeeld best denkbaar dat patenten niet in handen komen van private eigenaars maar van een internationaal patentagentschap. Dat agentschap kan dan licenties aan bedrijven verlenen. Licenties worden toegekend onder strikte voorwaarden en telkens voor een beperkte periode. Op die manier kan de opbrengst van de licenties op billijke wijze verdeeld worden tussen de ontwikkelaars van een product zodat de stimulus voor innoverend onderzoek blijft bestaan en zelfs extra gewicht kan krijgen. 

Uiteraard is een dergelijk omvattend systeem een hele klus om op te zetten. Dat moet eerst en vooral politiek gedragen worden. Het juridisch kader zal voldoende garanties voor de bedrijven moeten bieden, rekening houdend met hun aandeel in de ontwikkeling die uiteraard moet vergoed worden. Voor productie en commercialisering moet ook een duidelijke procedure gelden die licentieaanvragen reglementeert, een transparante en eerlijke beoordelingswijze vastlegt alsook de geldende termijn van de licentie. Welke geneesmiddelen geproduceerd worden moet niet bepaald worden op basis van hun commerciële "levensvatbaarheid" maar doordat ze het algemeen belang en de volksgezondheid dienen. Welke instanties daar uiteindelijk over beslissen (een orgaan onder de koepel van de Wereld Gezondheidsorganisatie?) moet ook bepaald worden. Het is dus duidelijk dat proberen nu even snel met een nieuwe mondiale patentregeling voor de pinnen komen om de huidige pandemie te lijf te gaan geen goed idee is en onmogelijk. Dit is werk van vele jaren. Maar de pandemie heeft misschien meer geesten klaar gemaakt om hierover na te denken. De urgentie hiervoor is in ieder geval duidelijk.

Ik ben een absolute leek wat deze materie betreft en dus is het makkelijk om dit idee als totaal onrealistische fantasie weg te zetten. Daartegenover staat dan dat het blind vasthouden aan het rampzalige marktgeloof, wanneer zoveel mensenlevens op het spel staan, van een even onrealistisch wereldbeeld getuigt. Er is een limiet aan wat mensen verdragen! 

Daarenboven geldt de hier voorgestelde wijze om patenten in het belang van de gemeenschap te beheren even goed voor de chemische en agro-industrie. Maar dat is een ander verhaal.

zondag 5 juli 2020

Corona Cronycken deel 7 - over consumptieplicht en inclusieve globalisering

Wij komen stilaan uit onze milde lockdown gekropen. Of juister: we worden er uit geduwd en dit niet eens zachthandig. Eigenlijk zit ik met het ongemakkelijk gevoel dat we er net niet uitgeranseld worden, right back richting hersenloze compulsieve consumptiedwang. Dwangneurose? Ja, ’t heeft er weg van maar is natuurlijk meer. De dwang komt ook van buitenaf als uiting van de consumptieplicht waartoe elke burger zich (weliswaar ongeschreven en onbewust) contractueel verplicht. Hieraan verzaken is een daad van burgerlijke ongehoorzaamheid en wordt bestraft met uitsluiting. Heel ons economisch model staat of valt met het bestendigen van de nooit eindigende groei en daarom worden de burger van nagenoeg bij de geboorte aan de intraveneuze koopbaxter gelegd.

Je moet maar eens zien hoe beleidsverantwoordelijken reageren op elke suggestie van het (op lange termijn) uitfaseren van individueel autobezit, het aan banden leggen (middels bijvoorbeeld kerosinetaks) van excessief recreatief vliegverkeer of het inperken van wereldwijd transport voor de voedingsindustrie (zowel veevoeders als verwerkte voeding).

En nochtans… In tegenstelling tot datgene waarvan ik veelal verdacht wordt ben ik helemaal geen vijand van de vrije markt. Alleen betekent vrij voor mij in de eerste plaats fair want: hoe vrij is een markt die totaal gedomineerd wordt door (veelal multinationale) vrijbuiters die de regels naar hun hand weten te zetten en die nog altijd hun winsten belastingvrij kunnen oppotten in de Kaaimaneilanden? Een vrije markt is een markt waarop iedereen met gelijke kansen zijn activiteiten kan ontwikkelen. Op een vrije markt gelden dus dezelfde regels voor iedereen, of je nu als ondernemer groot, middelgroot of klein bent.

In tegenstelling tot datgene waarvan ik soms beschuldigd word ben ik helemaal niet tegen mondialisering. Integendeel, mondialisering is de richting waarin de mens al gaat van in zijn prille dagen op aarde. Zo hebben beschavingen zich ontwikkeld, zo zijn wij er in geslaagd om de huidige technologisch hoogstaande samenleving uit de grond te stampen: door wederzijdse bevruchting via handel met andere culturen. Globalisering? Ja: globalisering van de voorwaarden voor een rechtvaardige mondiale samenleving en globalisering van de verantwoordelijkheid voor het welzijn van onze planeet. Globalisering van mensenrechten, globalisering van respect en betrokkenheid. Iedereen mag meedoen. Inclusieve globalisering dus.

Kijk, nu we het er toch over hebben moet ik het toch kwijt. Ik hou er niet van om over concrete figuren te beginnen omdat ik niet de indruk wil wekken dat het probleem opgelost is als we hen aanpakken. Hier toch weer een klein citaat dat een bescheiden reactie behoeft. Joren Vermeersch op schoot bij Joël De Ceulaer in de Morgen van 4 juli j.l.:

"Mensen kunnen maar spontane solidariteit opbrengen met leden van hun gemeenschap in wie ze zich kunnen herkennen."

Vermeersch heeft helemaal gelijk natuurlijk. Het verschil met bijvoorbeeld mij is dat ik me vaker verwant voel met mensen die een andere nationaliteit hebben, een andere kleur of een andere cultuur. Als ik rondom me kijk in die kleine cultuurbubbel die Vlaanderen heet, heb ik moeite om mezelf te herkennen in de lokale fauna. Dat wil niet zeggen dat het elders persé beter is, maar mijn wereld stopt niet aan de taal- of landgrenzen. Geestesverwanten vindt je overal, op elk continent en in oneindig veel hoedanigheden. Ja gemeenschappen zijn belangrijk, maar ik behoor tot vele.
Kwestie van het een beetje te situeren: het interview waaruit bovenstaand citaat ging onder de titel "Wij leven onder de dictatuur van het goede". Mijnheer Vermeersch is de nieuwe ideoloog van N-VA. Dat belooft.

Heel even koesterden we de illusie dat die hele pandemische episode ons wijzer zou maken, dat we deze off-tijd zouden gebruiken om onze raison d’ être eens grondig te overzien. Zo konden we misschien tot de conclusie komen dat het moment gekomen is om ons gekaapte ideeëngoed, wereldbeeld, identiteit te heroveren en daar bewust terug een eigen inhoud aan te geven. Helaas dus. Wij hadden het te druk met Facebook, Twitter, onze dagelijkse applaussessies voor het zorgpersoneel en de dagelijkse coronasoap op De Afspraak en het radionieuws.

woensdag 29 april 2020

Corona Cronycken deel 2


Mijn mailbox wordt nog steeds en doorlopend bestookt met vernietigende commentaren op de manier waarop de overheid de huidige crisis beheert. Dat is ook wel te begrijpen. Wanneer mij zulke oprispingen tijdens burengesprekjes geventileerd worden lijken die me volledig logisch. Mensen krijgen vaak tegengestelde boodschappen of kunnen aangekondigde maatregelen niet meteen plaatsen in hun eigen ervaring en praktijk. Er is ook het snakken naar herstel van normaal. Telkens worden ze teleurgesteld in hun hoop op spoedige terugkeer daar naar toe. 

Natuurlijk dat alle frustratie daarover gericht wordt naar de actoren die geacht worden de zaak aan te pakken en ons te verlossen uit onze sociale isolatie, de voortdurende onzichtbare dreiging voor onszelf en onze geliefden en vooral uit onze knagende onzekerheid. In tijden dat hij geen vat meer heeft op zijn eigen leven verlangt de burger leiderschap en in eenzelfde gedachtegang gaat hij er dan maar van uit dat diegenen die aan het stuur zitten een feilloos parcours rijden; liefst in overeenstemming met hoe hij het zelf zouden aanpakken en in ieder geval kordaat, rechtlijnig, consistent zonder aarzelen. Dat onze verkozenen eigenlijk evenzeer in onzekerheid leven als wijzelf is blijkbaar moeilijk te bevatten en al zeker niet te aanvaarden. De complexiteit van de de beslissingen die moeten genomen worden, rekening houdend met de gevolgen voor de volksgezondheid (op zich al een onoverzichtelijk kluwen van erg verschillende risicogroepen, zorgverstrekkers en –instellingen), de economie en het onderwijs bij elke stap die gezet wordt; dit terwijl er nog altijd een zeer gebrekkige  kennis is van de vijand die ons belaagt. Zijn de genomen maatregelen de veiligste, meest efficiënte, best mogelijke? Wellicht niet, maar we kunnen dat niet weten, zoals de beleidsmakers dat ook niet kunnen weten. The proof of the pudding is in the eating. Het blijft voor een stuk natte vinger werk, niet uit onwil maar de kennis is, zoals gezegd, beperkt. We kunnen maar hopen dat ze altijd gehandeld hebben in eer en geweten. Voor de versoepelingen die nu aangekondigd worden geldt precies hetzelfde. Natuurlijk weet iedereen het beter, alleen weet iedereen het anders beter. Dat schiet niet op. Dat is zo bij de man/vrouw in de straat maar dat is ook zo bij de experten. Toch stel ook ik me vragen bij, om maar iets te noemen, Fase 2 van de exit laten ingaan op 11 mei terwijl alle experten erop hadden gedrukt dat ze 2 weken nodig hadden om fase 1 de volgende stap niet voor 18 mei kon gezet worden. En wat met de stemmen van de mensen op de werkvloer – onderwijs, woon-zorg, geestelijke gezondheidszorg – die de cockpit niet lijken te bereiken?

Speelt een (partij)-politieke, ideologische agenda mee, zoals her en der geroepen wordt? We kunnen dat niet helemaal uitsluiten maar door het aantal mensen dat mee aan tafel zit en elkaar op de vingers kijkt, lijkt het me aannemelijk dat de neiging de crisis te misbruiken om de eigen agenda door te drukken enigszins getemperd wordt. Als alles voorbij is zullen alle politieke beslissingen en hun gevolgen moeten geëvalueerd worden ter lering voor toekomstige situaties. Maar er zal ook gekeken worden wie wat waarom beslist heeft, niet zozeer om individuen op een beklaagdenbankje te zetten dan wel om opportunistische beleidsvoering politiek af te straffen. In de praktijk wordt dat een lastige oefening want tot nu toe houdt iedereen zich gedeisd op dat gebied. Het is vooral de onzichtbare hand van het dominante wereldbeeld over samenleving, arbeid, economie, welzijn dat alles mee stuurt. Wie ga je daarop aanspreken? 
Historische grove nalatigheden, daarentegen, zijn makkelijker aantoonbaar. Het vernietigen van de strategische stock mondmaskers zonder in vervanging te voorzien is anekdotisch maar staat voor de besparingstrend die jarenlang de gezondheidszorg heeft beheerst, vooral op kap van de personeelsomkadering. De fusioneringsdwang in naam van kostenefficiëntie is daar ook een uiting van met als gevolg onoverzichtelijke mastodontbedrijven waarbinnen personeel jaar na jaar onder grotere werkdruk moest functioneren en de zorgbehoevenden terechtkwamen in de aliënerende onpersoonlijke zorgfabriek. Eenzelfde verhalen vallen te rapen in andere “onproductieve” sectoren zoals onderwijs of gevangeniswezen. Ook hier gaan we echter geen schuldigen kunnen aanwijzen omdat alle partijen die de laatste decennia de dienst uitgemaakt hebben in diverse regeringen boter op hun hoofd hebben.  

Tezelfdertijd blijf ik ongerust over de wijze waarop wij met zijn allen richting “normaal” zullen geduwd worden. Eén van de centrale vragen is bijvoorbeeld hoeveel we nog willen opofferen om de zogenaamde vrije markt ter wille te zijn. En dat gaat over zowat alle aspecten van ons leven. Onze aandacht zal onder meer moeten uitgaan naar consumptie, mobiliteit, sociale zekerheid, gezondheid (ook geestelijke gezondheid), voeding en milieu. Complex alweer. Vooral: het gaat om belangen. Objectieve en subjectieve, individuele en universele of maatschappelijke, materiële en psychische, actuele versus lange termijn, mens tegenover andere soorten of natuur. Al die belangen moeten mee in de post corona onderhandelingen. Gaan we dat overlaten aan het beleid van ’t moment of gaan we dat op een universeler niveau aanpakken? Denk je dat die onderhandelingen er zomaar gaan komen? Natuurlijk niet. Dat is wel het laatste wat de heersende machten zullen toelaten. Dan hebben we het in de eerste plaats over de grote geopolitieke spelers: de grootmachten en de multinationals om het simpel te houden. Maar ook het mondiale marktdenken dat zich als heersende overkoepelende religie heeft vastgebetoneerd. De heilige groei. Hoe gaan we dat openbreken? Te complex dus al was het maar omdat diegenen die dat zouden willen, onderling totaal verdeeld zijn.

dinsdag 12 april 2016

Vrije markt? Ja, maar wij stellen de regels!

Bart Eeckhout in De Morgen heeft gelijk: bedrijven hebben maar één opdracht: winst maken en daar zijn alle middelen goed voor. Je kan het ze niet kwalijk nemen, het zit in hun genen, om het met een modieuze beeldspraak te zeggen. Een bedrijf dat die regel niet laat primeren op alle andere overwegingen zal geen lang leven beschoren zijn. Een CEO die deze logica niet aanvaardt doet zijn werk niet. Bart Eeckhout schreef zijn standpunt natuurlijk naar aanleiding van het uitgelekte Panamagesjoemel van Dexia maar het principe geldt voor elke onderneming in alle sectoren. Dit klinkt negatief en fatalistisch maar er is (gelukkig) ook die andere zijde aan de medaille. Wanneer bedrijven toch blijk geven volgens een gezonde morele code te handelen dan is dat omdat ze geleid worden door mensen die zich in de ratrace niet tot extreem cynisme hebben laten verleiden. Zulke ondernemers kunnen oprecht pogen om hun winstopdracht te verbinden aan een maatschappelijke verantwoordelijkheid op basis van morele normen." Ethisch Ondernemen " als verkoopargument kan daarbij helpen. Onthou: ondernemingen zijn amorele instrumenten voor het maken van winst; ondernemers hebben 2 petjes: leiders van hun bedrijf én moreel handelend mens. Die 2 hoedanigheden verzoenen is een moeilijke oefening maar vooral ook een keuze.

Het probleem is niet enkel egoïsme en de onverzadigbare geldhonger van Individuen maar ook de idee: wie zich onzelfzuchtig probeert te gedragen in een jungle waar egoïsme de norm is, wordt verpletterd, uitgebuit, bedrogen (dus kan je maar beter zelf de bedrieger zijn). Daarom hebben wij ons daar als gemeenschap, als maatschappij tegen gewapend.

De beste garantie tegen de uitwassen van de blinde graaicultuur van de enen en genadeloze concurrentiestrijd waarin anderen gedwongen worden om te overleven is een overheid die strikte regels oplegt waarbinnen de Vrije Markt   kan functioneren. Regels die fair zijn voor iedereen: ondernemers zowel als werknemers, consumenten zowel als burgers die eventueel bedrijfshinder ondergaan,... Die regels houden ook in dat iedereen fair meebetaalt aan de kost van de samenleving in de vorm van belastingen . Cruciaal is dat niet de ondernemingen de spelregels opstellen maar de burgers. Wanneer de spelregels, hoe streng ook, gelijk zijn voor iedereen dan kan de economie volop bloeien en wordt niemand tekort gedaan. Bedrijven en hun bestuurders die zich toch aan de spelregels trachten te onttrekken moeten adequaat gestraft worden want hardleerse sjoemelaars begrijpen maar wat fatsoen is wanneer er in hun zakken gezeten wordt.

Op dit laatste punt hebben we nog een lange weg te gaan.

Deze regering heeft de kans om het echt een keer anders te doen

- Bart Eeckhout
De Morgen column: systeembanken
De verontwaardiging is terecht dat ook de met miljarden belastinggeld geredde bank Dexia vrolijk door is gegaan met het adviseren van klanten om belastingen te ontwijken. Was het toch niet vooral naïef om te denken dat een bedrijfscultuur zou veranderen omdat de overheid ter hulp kwam? Bankiers blijven bankiers... lees verder