Posts tonen met het label emancipatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label emancipatie. Alle posts tonen

zondag 5 juli 2020

Corona Cronycken deel 7 - over consumptieplicht en inclusieve globalisering

Wij komen stilaan uit onze milde lockdown gekropen. Of juister: we worden er uit geduwd en dit niet eens zachthandig. Eigenlijk zit ik met het ongemakkelijk gevoel dat we er net niet uitgeranseld worden, right back richting hersenloze compulsieve consumptiedwang. Dwangneurose? Ja, ’t heeft er weg van maar is natuurlijk meer. De dwang komt ook van buitenaf als uiting van de consumptieplicht waartoe elke burger zich (weliswaar ongeschreven en onbewust) contractueel verplicht. Hieraan verzaken is een daad van burgerlijke ongehoorzaamheid en wordt bestraft met uitsluiting. Heel ons economisch model staat of valt met het bestendigen van de nooit eindigende groei en daarom worden de burger van nagenoeg bij de geboorte aan de intraveneuze koopbaxter gelegd.

Je moet maar eens zien hoe beleidsverantwoordelijken reageren op elke suggestie van het (op lange termijn) uitfaseren van individueel autobezit, het aan banden leggen (middels bijvoorbeeld kerosinetaks) van excessief recreatief vliegverkeer of het inperken van wereldwijd transport voor de voedingsindustrie (zowel veevoeders als verwerkte voeding).

En nochtans… In tegenstelling tot datgene waarvan ik veelal verdacht wordt ben ik helemaal geen vijand van de vrije markt. Alleen betekent vrij voor mij in de eerste plaats fair want: hoe vrij is een markt die totaal gedomineerd wordt door (veelal multinationale) vrijbuiters die de regels naar hun hand weten te zetten en die nog altijd hun winsten belastingvrij kunnen oppotten in de Kaaimaneilanden? Een vrije markt is een markt waarop iedereen met gelijke kansen zijn activiteiten kan ontwikkelen. Op een vrije markt gelden dus dezelfde regels voor iedereen, of je nu als ondernemer groot, middelgroot of klein bent.

In tegenstelling tot datgene waarvan ik soms beschuldigd word ben ik helemaal niet tegen mondialisering. Integendeel, mondialisering is de richting waarin de mens al gaat van in zijn prille dagen op aarde. Zo hebben beschavingen zich ontwikkeld, zo zijn wij er in geslaagd om de huidige technologisch hoogstaande samenleving uit de grond te stampen: door wederzijdse bevruchting via handel met andere culturen. Globalisering? Ja: globalisering van de voorwaarden voor een rechtvaardige mondiale samenleving en globalisering van de verantwoordelijkheid voor het welzijn van onze planeet. Globalisering van mensenrechten, globalisering van respect en betrokkenheid. Iedereen mag meedoen. Inclusieve globalisering dus.

Kijk, nu we het er toch over hebben moet ik het toch kwijt. Ik hou er niet van om over concrete figuren te beginnen omdat ik niet de indruk wil wekken dat het probleem opgelost is als we hen aanpakken. Hier toch weer een klein citaat dat een bescheiden reactie behoeft. Joren Vermeersch op schoot bij Joël De Ceulaer in de Morgen van 4 juli j.l.:

"Mensen kunnen maar spontane solidariteit opbrengen met leden van hun gemeenschap in wie ze zich kunnen herkennen."

Vermeersch heeft helemaal gelijk natuurlijk. Het verschil met bijvoorbeeld mij is dat ik me vaker verwant voel met mensen die een andere nationaliteit hebben, een andere kleur of een andere cultuur. Als ik rondom me kijk in die kleine cultuurbubbel die Vlaanderen heet, heb ik moeite om mezelf te herkennen in de lokale fauna. Dat wil niet zeggen dat het elders persé beter is, maar mijn wereld stopt niet aan de taal- of landgrenzen. Geestesverwanten vindt je overal, op elk continent en in oneindig veel hoedanigheden. Ja gemeenschappen zijn belangrijk, maar ik behoor tot vele.
Kwestie van het een beetje te situeren: het interview waaruit bovenstaand citaat ging onder de titel "Wij leven onder de dictatuur van het goede". Mijnheer Vermeersch is de nieuwe ideoloog van N-VA. Dat belooft.

Heel even koesterden we de illusie dat die hele pandemische episode ons wijzer zou maken, dat we deze off-tijd zouden gebruiken om onze raison d’ être eens grondig te overzien. Zo konden we misschien tot de conclusie komen dat het moment gekomen is om ons gekaapte ideeëngoed, wereldbeeld, identiteit te heroveren en daar bewust terug een eigen inhoud aan te geven. Helaas dus. Wij hadden het te druk met Facebook, Twitter, onze dagelijkse applaussessies voor het zorgpersoneel en de dagelijkse coronasoap op De Afspraak en het radionieuws.

zaterdag 22 oktober 2016

Nog lang niet klaargekomen met feminisme



Waarom ik nog altijd graag De Morgen lees niettegenstaande de steeds terugkerende kritiek dat het geen linkse gazet meer is, dat ze zich verkocht hebben aan De Persgroep en dus met handen en voeten gebonden aan “’t kapitaal”, dat ze dus hun traditionele lezerspubliek verraden hebben? Omdat die krant lezen me nog altijd voedt. Als ik DM lees, treed ik in dialoog: ik krijg informatie en wordt geconfronteerd met ideeën, standpunten en dat maakt dingen in mij wakker, dat daagt mijn eigen ideeën, mijn eigen waarheden uit. Dat geldt natuurlijk voor elke krant maar bij De Morgen vind ik, meer dan elders, een aantal intelligente schrijvers en die zetten me veel harder aan het denken, ook al ben ik het niet altijd eens met wat daar gedrukt staat… misschien juist dan des te meer.

Om maar te zeggen dat ik vorig weekend weer een aangenaam uurtje freewheelend in mijn eigen wereldbeeld heb rondgestruind en dit naar aanleiding van 2 teksten die tussen mijn eigenzinnig dissidente hersenkronkels wonderwel in elkaar vlochten. Het eerste artikel ging over de “coming out” van Obama als feminist. Ach ja, de komkommers zijn in de aanbieding en dan schuwt zelfs De Morgen het meest overbodige overdrachtelijk taalgebruik niet, een kniesoor die zich daaraan stoort. Het tweede stuk was een essay van Heleen De Bruyne onder de titel “Nog lang niet klaar met klaarkomen”. Komkommer of niet, zo’n titel blijft wervend voor onze aandacht, ook die van mij.

Het begon eigenlijk al met het standpunt van Bart Eeckhout op blz. 2. In tegenstelling tot sommige van mijn vrienden vind ik andermans standpunten wel interessant en dus is dat bij het nuttigen van de krant mijn eerste werk, kwestie van er in te komen. Ook Bart Eeckhout, toch een erudiet en bedachtzaam opiniemens, behandelde Obama’s essay, zoals het genoemd wordt, om mij vooralsnog onduidelijke redenen, als een “coming out”, wat ik nogal flauw vond. Minder flauw dan wel ronduit gemeen toonde Bart zich wanneer hij Obama verweet het traditionele rollenpatroon in de eigen praktijk te bevestigen:  
“Ook sterke vrouw Michelle Obama moet zich als first lady vooral beperken tot de rol van first housewife met veel veilige aandacht voor softe klassiek-vrouwelijke thema’s zoals voeding en opvoeding. Dat glazen plafond hebben de Obama’s niet durven doorbreken. Dat is een gemiste kans.”

Wel, ik ga ervan uit dat Bart Eeckhout Michelle Obama niet om haar opinie gevraagd heeft, ook niet over het hoe en waarom van de rolverdeling binnen het privé en publieke leven van het gezin Obama, noch op welke wijze beide partners daarover hebben onderhandeld. Ik zie dan ook de relevantie niet van mijnheer Eeckhouts denigrerende aantijging. Wanneer hij dan ook nog eens eindigt met President Obama welkom te heten “in ‘ons’ feministische kamp”, dan kan ik enkel vermoeden dat Bart met zijn eigen feminisme nog niet helemaal klaar is, zijn wekelijkse vaderschapscolumns in DM magazine ten spijt. Nu ja, Bart is ook een mens die wellicht heel erg zijn best doet op dat vlak, alleen: iets meer respect voor de oprechte inspanningen van anderen graag. 
Ik heb het volledige essay van Obama niet gelezen en ga dus af op het artikel van Barbara Debusschere en die enkele letterlijke citaten die De Morgen ernaast afdrukt. Dat Obama’s essay deel uitmaakt van de verkiezingscampagne van Hilary Clinton doet totaal niets af van de inhoud en het belang ervan voor de V.S. en de wereld buiten de electorale context. Dat het essay inspeelt op de verzuchtingen van vrouwvriendelijk Amerika tegenover de conservatieve bullebakhouding van Trump, wat totaal niet dezelfde breuklijn volgt als die tussen Republikeinen en Democraten, is een slimme zet maar doet me verder niet twijfelen aan de oprechtheid waarmee Obama zijn standpunten de wereld instuurt. Wat ik vooral zie is de consistentie in wat hij zegt, doet, uitstraalt als het over “verzachting” van de Amerikaanse samenleving gaat, als het om zorg voor zwakkeren gaat, als het om gelijkberechtiging van burgers gaat, over verschillen in culturele, sociale of genderachtergrond heen. En dit vanaf het begin van die bijna 8 jaar presidentschap tot op vandaag. Neen, Obama heeft niet gezorgd voor een radicale ommekeer in het Amerika van vandaag, hij heeft geen socialistische samenleving geïnstalleerd, zelfs geen gratis ziekenzorg of sociaal vangnet voor wie zonder werk valt. Maar met ObamaCare is wel een belangrijke trendbreuk ingezet. En wat had je gedacht? Obama mag dan wel de status hebben van de machtigste man ter wereld, hij is nog steeds afhankelijk van de steun van zijn partij en diens sponsors én van het kiesgedrag van de burgers in de V.S. Het volstaat de gekleurde kaartjes van dat stemgedrag in de diverse staten te bekijken om te beseffen hoeveel speelruimte Obama heeft. Misschien is hij wel iets te makkelijk meegegaan in het discours van het Pentagon voor zijn Midden-Oostenbeleid. Tja,… Wat er ook van zei, Obama’s stempel op de Amerikaanse samenleving is nu al onuitwisbaar, ook al zijn de resultaten te velde nog erg bescheiden. Het gedachtegoed dat hij propageerde en de richting die hij aanwees heeft de geesten van de Amerikanen beroerd. Daar is een zaadje gelegd dat zal ontkiemen en komende leiders zullen daar rekening mee moeten houden. Nog niet een sociaal maar een socialer Amerika komt in zicht en dat kan ook voor het feminisme alleen maar een stap vooruit betekenen. 
Feminist. Ja, zo noemde ik mezelf ooit, zo’n 40 en meer jaren geleden. Toen het bon ton werd voor mannen om zich zo voor te stellen en sindsdien Jan en alleman die roepnaam claimde ben ik ermee gestopt. Dat koketteren met zo’n zelf opgeplakt label is te gemakkelijk. Ik heb er teveel gezien met wiens “feminisme” ik hoegenaamd niets te maken wou hebben. Ik zal hier geen illustratieve anekdotes bij voegen, laat ik volstaan met de nummer één voor mannelijk feminisme te benoemen: r-e-s-p-e-c-t ! Precies zoals Aretha Franklin ons dat in 1967 inpeperde. Wel, dat wou er bij die zichzelf op de borst kloppende manfeministen wel eens aan ontbreken. Tot zover de mannenzaak.

Laat ik dan nog eens expliciteren waarover feminisme vooral niet gaat: vrouwen versus mannen. “Waarover dan wel?” is de legitieme vraag die hier op volgt. Over emancipatie, tiens! Ha, vrouwen moeten zich dan toch bevrijden van het mannelijk juk ? Dit is inderdaad waartoe delen van de vrouwenbeweging hun strijd helaas gereduceerd hebben. Dit is hoe in de hoofden van velen de woorden feminisme en vrouwenemancipatie gedefinieerd worden, als losstaand van de bredere context waarin de emancipatiebeweging actief is. De emancipatiestrijd er een is die door mannen en vrouwen samen moet gestreden worden. Niet vrouwen tegen de mannen maar vrouwen met mannen. Of beter nog: mensen ongeacht gender samen. Nog eens: geen wij-versus-zij-verhaal maar wij allemaal samen op zoek naar nieuwe, faire omgangsvormen waar iedereen –mannen , vrouwen en sleur er alle andere genderdefinities maar meteen bij– beter van wordt. Eenvoudiger kan ik het niet stellen. En dat gaat dan niet enkel over het doorbreken van rolpatronen en glazen plafonds, hoe belangrijk dat ook is. Ook de cultureel verscleroseerde normen die wij blijven reproduceren en doorgeven aan volgende generaties moeten doorbroken worden. Ik breng altijd dezelfde boodschap omdat het nu eenmaal de enige manier is om vooruit te komen: doorbreek het wij/zij-denken, overstijg het!

En dan zijn we nog lang niet klaar met klaarkomen, zo stelde het tweede opgemerkte artikel dit weekend. Heleen De Bruyne brengt terecht een hoop apekool rond seks en gender waar de media zo gretig in graaien terug tot de essentiële vraagstelling: waarom willen we zo graag een evolutionair-biologische verklaring voor alles wat met onze seksualiteit te maken heeft. Ze geeft ook een duidelijk antwoord: 
Het is natuurlijk wel comfortabel om te schuilen achter 'de natuur' en lastig om bewust na te denken over en te kiezen voor hoe je je gedraagt.
De Bruynes tekst gaat wel breder dan datgene wat ik er hier uit haal maar hier raakt
ze, zonder het expliciet te zeggen, wel aan de kern van breder begrip, namelijk emancipatie (jawel: alweer). 

Emancipatie behoort tot het fundament van ons mens zijn, de kern van onze identiteitsvorming. Onze moderne obsessie met identiteit mag dan al een erfenis van de verlichting zijn, emancipatie is zo oud als de mens. En toch lijken wij daar nog steeds even hard mee te worstelen , alle grootsprakerig discours van moderne filosofen en ideologen ten spijt. Dit heeft te maken met het steeds verder groeiende emancipatieveld dat we in de laatste 100 jaar zijn gaan ontdekken. Maar ook de moeilijk te verzoenen tegenstelling 'behoren tot' en emanciperen vormen een lastig obstakel. Wij willen altijd ergens bij horen en emanciperen betekent loskomen van... zelf je eigen keuzes (kunnen) maken. Ik laat het aan wetenschappers over om dit verder uit te spitten. Op het terrein waar Heleen De Bruyne in thuis is, blijken we toch steeds weer te conformeren aan de ingesleten, opgelegde normen. Liever dan bewust te kiezen voor die faire omgangsvormen waar ik het daarstraks al over had. Omdat bewust kiezen voor breken met de norm denkwerk vergt en we niet graag nadenken? Omdat we schrik hebben voor de repercussies, om uitgesloten te worden door onze peers?

En dan kom ik terug uit op het wij/zij verhaal. Als wij het menen met emanciperen en met het uitwissen van alle vormen van discriminatie dan moet het beginnen met onze identiteit niet te laten reduceren tot datgene waardoor we afwijken van de norm. Fuck iedereen die dat probeert. Steun zoeken bij lotgenoten is ok, maar sluit je niet op in een subcultuurtje van wij tegen de rest want dan kopieer je het model van wat je bestrijdt. Dat geldt zoals reeds gezegd voor mannen en vrouwen... wij zijn allies! En dat geldt evenzeer voor alle LHBTQ-ers, om ze nog één keer apart te vernoemen. Ik hoop dat we dit lelijke non-woord zo snel mogelijk achter ons kunnen laten, als wij elkaar zonder onderscheid accepteren en respecteren hebben we zo'n hokjes echt niet nodig.