Posts tonen met het label Covid-19. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Covid-19. Alle posts tonen

donderdag 8 oktober 2020

Hoe we killervirussen zelf hebben uitgenodigd

 In De Morgen van 7 oktober legt Barbara Debusschere het nog eens overzichtelijk uit. Neen, dit is geen nieuwe informatie... weten we al vele jaren maar op één of andere manier sluiten we nog altijd onze geesten voor deze unconvenient truth. 

Voor alle duidelijkheid ik heb geen rechten op dit artikel, die liggen uitsluitend bij De Morgen en dus geldt hier ook geen Creative Commons licentie. Abonnees van De Morgen kunnen op onderstaande titel klikken om rechtstreeks op hun site te lezen maar zij die liever en andere gazet lezen mogen hier toch niet van verstoken blijven... Voor één keer, 't is voor de goede zaak.

Minder natuur, meer gevaar: hoe we zelf de rode loper uitrollen voor dodelijke virussen

Op een markt in Sulawesi, Indonesië worden geroosterde vliegende vossen, een soort reuzenvleermuis, verkocht. De mix van uitwerpselen, bloed en urine op de markten voor wilde dieren biedt virussen een uitgelezen kans om van de ene soort op de andere te springen.Beeld Photo News

De coronapandemie overkomt ons niet zomaar. Door in sneltempo ongerepte natuur te vernielen, spreiden we de rode loper voor killervirussen die de sprong van dier naar mens maken.

Een virus dat van bij een exotische diersoort ‘overloopt’ naar de mens en vervolgens in acht maanden tijd één miljoen mensen doodt, het is voor velen een spectaculair geheugensteuntje. “SARS-CoV-2 herinnert ons eraan dat de natuur uiteindelijk de baas is”, klinkt het dan.

Er valt weinig op af te dingen. Ondanks de spectaculaire technologische en wetenschappelijke vooruitgang moeten we af en toe buigen voor dit soort onheil uit de natuur.

Hoewel het voor virussen en bacteriën meestal erg moeilijk is om over te lopen, zijn er sinds ons bestaan geregeld voorbeelden opgedoken, zoals hondsdolheid of de mazelen, die een duizendtal jaar geleden van bij runderen kwamen. De veertiende-eeuwse pest kregen we via ratten. Recentelijker doken vogelgriep, ebola, MERS, SARS, zika en westnijlvirus op. Hiv, dat via chimpansees tot bij de mens kwam, doodde al 33 miljoen mensen.

Luchtbeeld van een illegale mijn in het Braziliaanse regenwoud. De vernieling van de natuur blijkt de grondoorzaak van almaar meer ziekten die van dier op mens springen. Beeld AFP

Maar het was pas toen er begin dit jaar berichten uit China kwamen over een gevaarlijk virus dat wellicht van bij vleermuizen op de mens overging, dat de wereld collectief grote ogen trok over zoveel darwinistisch spektakel.

Eén soort mensen was niet verbaasd. Virologen gespecialiseerd in zoönoses, ziektes die van bij gewervelde dieren overgaan op de mens, schreven jaren geleden al dat exact dit zou gaan gebeuren.

De eerste SARS-epidemie, die tussen 2002 en 2003 bijna 800 mensen doodde, en ebola waren ook al virussen die van bij wilde dieren in tropengebied bij de mens kwamen. Maar SARS-CoV-2 heeft ons pas echt wakker geschud over het gevaar van zoönoses.

Gedroomde gastheren

Zo verbazend is de komst van dit virus eigenlijk niet. De natuur barst van de ‘beestjes’ en van de ziektekiemen. Volgens een schatting van het Global Virome Project circuleren er 1,67 miljoen nog niet ontdekte virussen in zoogdieren en vogels, waarvan tot de helft gevaarlijk kan zijn voor de mens.

En vleermuizen zijn de gedroomde gastheren. Ze maken liefst een vijfde uit van alle bekende soorten zoogdieren. Via vleermuizen is grote verspreiding dus gegarandeerd. Bovendien zit hun immuunsysteem zo in elkaar dat ze veel virussen kunnen meedragen zonder zelf ziek te worden. Wat ziektekiemen de grootste overlevingskansen geeft.

Toen de Chinese virologe Shi Zhengli, die al zestien jaar coronavirussen bij vleermuizen analyseert, eind vorig jaar vaststelde dat twee mensen in Wuhan besmet waren met een virus dat leek op het SARS-virus, waarschuwde haar team dan ook direct dat dit een groot probleem kon worden.

Want ook deze experts weten dat besmettelijke zoönoses steeds vlotter oprukken. Werden er in de jaren 50 zo’n dertig nieuwe geteld, dan waren het er in de jaren 80 honderd. “En dat is maar voor een klein beetje omdat we die virussen beter in kaart brengen”, zegt zoöloog Herwig Leirs (UAntwerpen), gespecialiseerd in zoönoses die kleine zoogdieren verspreiden. Vandaag is ruim twee derde van de nieuwe infectieziektes ontstaan bij wilde dieren.

Dat we met bijna 8 miljard zijn, helpt niet. Nooit waren er zoveel potentiële prooien voor dit soort performante virussen. “Bovendien is 60 procent van de zoogdieren nu vee en is 36 procent mens”, zegt Myriam Dumortier, verbonden aan het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek en docent bos- en natuurbeleid aan de Universiteit Gent. “Slechts 4 procent zijn wilde zoogdieren. Maar de kans dat zij in contact komen met mensen is veel groter geworden.”

Omdat die massa mensen ook de hele tijd van hot naar her reist, krijgen zoönoses nog veel meer kansen. Raakt pakweg een Afrikaanse landbouwer in een afgelegen dorp besmet met een virus van wilde dieren, dan kan dat binnen 24 uur in miljoenensteden zitten. Zo ging het met met ebola, SARS en SARS-CoV-2.

Politiek gevoeliger factoren zijn de wildlife markets, waar wilde dieren worden verkocht, en lokale inwoners die wilde dieren eten. Dat laatste is soms traditie maar ook vaak puur overleven. Bushmeat is dan de enige eiwitbron voor armen mensen. Dat kan heel erg mislopen. Zo bereikte hiv de mens wellicht doordat mensen die dicht bij het woud leven vlees van besmette chimpansees aten.

Armen verbieden voedzaam te eten ligt uiteraard te moeilijk, maar China heeft wel de markten waar levende wilde dieren worden verkocht gesloten, zij het tijdelijk. Daar zitten wilde en andere dieren dicht opeengepakt en worden sommige geslacht.

Alle experts zijn het erover eens dat de mix van uitwerpselen, bloed en urine op die markten virussen een uitgelezen kans geeft om van de ene soort op de andere te ‘springen’. Maar ze zijn het er niet over eens dat die markten sluiten een oplossing is, omdat de kans reëel is dat dan ondergrondse circuits ontstaan.

Dat geldt eveneens voor nog een snelweg die zoönoses en andere infectieziektes nemen: de handel in wilde dieren, al dan niet in de vorm van bushmeat of als huisdier. Alleen al in China is die jaarlijks goed voor 20 miljard dollar. 

Zorgwekkend is ook de internationale handel in exotische huisdieren zoals reptielen, papegaaien, knaagdieren en vissen omdat die zelden gecontroleerd worden op ziektekiemen die mensen ziek zouden kunnen maken.

Als een bijenkorf

De verkoop van bushmeat en de handel in wilde dieren beter controleren of verbieden zou het risico op zoönoses verminderen, maar erg realistisch is dat laatste niet. Het zou ook niet volstaan. “Het is vooral de grootschalige vernieling van de natuur die deze zoönoses vrij spel geeft”, zegt Leirs.

Amy Vittor, assistent-professor infectieziekten aan de Universiteit van Florida (Emerging Pathogens Institute), vat het samen in één beeld. “De natuur is als een bijenkorf. Ze zit, vooral in tropische gebieden, vol ziektekiemen die ons zouden kunnen schaden. Doorgaans blijven ze in hun korf. Maar wanneer de mens passeert en er flink tegen duwt, zal daar van alles uitkomen.”

En dat is exact wat de laatste decennia steeds driester gebeurt.

Zo kan een op drie van de nieuwe infectieziektes, die dus grotendeels van bij dieren komen, in verband gebracht worden met de aantasting van tropisch bos voor mijnbouw, landbouw en verstedelijking. Dat blijkt uit onderzoek van de EcoHealth Alliance, een Amerikaanse ngo die nieuwe virussen in wilde dieren traceert. Andere studies wijzen uit dat ontbossing de kans op lokale ebola-uitbraken aanzienlijk vergroot.

Je zou nochtans denken dat minder wilde natuur net minder gevaarlijke ziektekiemen uit de wildernis meebrengen. Maar het omgekeerde is aan de hand. Net de vernieling van de natuur blijkt de grondoorzaak van almaar meer ziektes die van dier op mens overgaan, zo stelt ook de VN.

Dat gebeurt in vier fases.

Door ontbossing voor wegen, mijnbouw en landbouw of verstedelijking dringen ten eerste meer mensen dan ooit diep binnen in gebieden waar zij vroeger nauwelijks kwamen.

Vaak zijn het arbeiders die van ver komen. In tegenstelling tot de lokale bevolking die al jaren of eeuwen met bepaalde wilde soorten ‘samenleeft’, hebben zij geen immuniteit opgebouwd tegen virussen en trekken ze na hun werk terug naar steden waar ze die makkelijk verspreiden.

Ten tweede jaagt ontbossing wilde dieren allemaal samen in veel kleinere lapjes natuur die nog overblijven. Daardoor wisselen ze meer dan gewoonlijk onderling ziektekiemen uit, wat de kans op nieuwe en mogelijk sterkere varianten vergroot.

Ten derde moeten ze op zoek naar nieuwe voedselbronnen en huisvesting. Vaak drijft hen dat veel dichter richting de mens. Zo doodde het nipahvirus in Maleisië in 1998 honderden mensen na het verdwijnen van regenwoud voor palmolieplantages en veeteelt. Fruitetende vleermuizen belandden op varkensboerderijen waar mangobomen staan en besmetten met hun uitwerpselen en de varkens, die op hun beurt de medewerkers besmetten.

Ten vierde ontstaat in aangetaste ecosystemen op langere termijn een scheve verhouding die zoönoses nog meer kansen geeft.

Knaagdieren en vleermuizen

“In een gezond ecosysteem heb je van vele soorten enkele exemplaren”, zegt Leirs. “In een aangetast gebied zijn het op den duur veel exemplaren van nog maar weinig soorten. Het zijn doorgaans kleinere, niet-gespecialiseerde soorten die zich zeer snel voortplanten en zich erg goed kunnen aanpassen aan verstoorde ecosystemen en de nabijheid van de mens.”

En dat zijn net de soorten die de meeste ziektekiemen dragen. “Wellicht omdat ze zich veelvuldig en snel voortplanten maar slechts kort leven”, zegt Leirs. “Daardoor investeren ze weinig in een robuust immuunsysteem en laten ze makkelijker ziektekiemen toe. Maar ze zijn dus met heel veel en virussen krijgen de kans snel te muteren omdat ze zich zo snel voortplanten. Knaagdieren en vleermuizen zijn de belangrijkste voorbeelden.”

Recent onderzoek in Nature, dat bijna zevenduizend soorten op zes continenten bestudeerde, bevestigt dat. Knaagdieren en vleermuizen dragen de meeste ziektekiemen en komen 18 tot liefst 70 procent keer meer voor in beschadigde dan in intacte natuur omdat ze de plaats innemen van de gespecialiseerde soorten die de verstoring van hun ecosysteem niet verteerd krijgen. Hun aantallen zijn op die plekken 21 tot 144 procent keer hoger dan in ongerepte habitats.

“Deze studie corrigeert het idee dat de wilde natuur de grootste bron van zoönoses is”, schrijven biologen Rick Ostfeld (Cary Institute of Ecosystem Studies) en Felicia Keesing (Bard College) in een commentaar. “Nee, de grootste bedreiging ontstaat wanneer natuurlijk gebied terrein moet ruimen voor landbouwgrond of stedelijke gebied. De patronen zijn frappant.”

Een huisdierenmarkt in Calcutta, India. De internationale handel in exotische huisdieren zoals reptielen, papegaaien, knaagdieren en vissen baart virologen grote zorgen.Beeld EPA

De onderzoekers adviseren om meer surveillance en sterkere gezondheidszorg te organiseren waar en wanneer rijke natuur tegen de vlakte gaat. Ook brengen wetenschappers van het Global Virome Project preventief hotspots in kaart.

Nature publiceerde dat soort kaarten. Waar rijke biodiversiteit samengaat met grote bevolkingsdichtheid, intensieve landbouw en vernieling van de natuur staan alle lichten op rood. Het gaat om streken in onder andere India, China, Brazilië maar ook in Europa.

Intensieve veeteelt speelt een belangrijke rol. Ze veroorzaakt niet alleen ontbossing, onder andere door sojaproductie voor veevoeder, ook de megastallen zijn een probleem. “Er gelden strenge bioveiligheidsnormen, maar als daar toch een ziektekiem binnenraakt, belandt het bij veel dieren die dicht opeen leven en genetisch zeer identiek zijn met vaak een zwak immuunsysteem”, zegt Dumortier. “Dan kunnen zeer snel mutaties richting schadelijker ziektekiemen ontstaan. Bij vogelgriep gaat het vaak zo.”

Varkenspest is nog een voorbeeld. Er leeft ook bezorgdheid over nieuwe griepvirussen die kunnen ontstaan door vermenging van bestaande virussen bij varkens en bijvoorbeeld eenden.

Honger naar vlees en palmolie

Naast het aan banden leggen van de handel in wilde dieren kunnen ook meer alertheid op plekken waar ontbost wordt en een robuust internationaal detectiesysteem voor pandemieën de opmars van zoönoses afremmen.

Maar we moeten vooral de grootschalige vernieling van ecosystemen afblokken, zo schreven ’s werelds meest vooraanstaande virologen en economen in juli in vakblad Science. Want “zieke ecosystemen maken zieke dieren en uiteindelijk ook zieke mensen”.

Vooral de almaar grotere honger naar vooral vlees en palmolie, twee grote oorzaken van de grootschalige ontbossing, en ook de verkoop van elektronica, waarvoor intensieve mijnbouw nodig is, zouden we moeten drukken, zo klinkt het. “Hoe wij hier consumeren, heeft een directe impact op wat in die tropische gebieden gebeurt. Wij hebben een connectie met die ecosystemen”, zegt Dumortier.

 “‘Wij’ slaat wel vooral op de rijksten”, zegt Nick Meynen, geograaf en beleidsmedewerker bij het European Environmental Bureau. In zijn nieuwe boek De val van Icarus. Het virus als kantelpunt verwijst hij naar de Nature-studie waarin wetenschappers concluderen: ‘De rijke burgers zijn verantwoordelijk voor de grootste impact op het milieu. De toename van hun negatieve impact is veel groter dan ecologische winsten door betere technologie. Zij staan centraal in elk mogelijk scenario richting veilige ecologische omstandigheden.’

De onderzoekers hopen alvast dat er door de Covid-19-pandemie meer stilgestaan wordt bij de gigantische ellende en enorme kosten waarmee natuurdestructie ons kan opzadelen.

Voorlopig lijkt dat niet te lukken. Net omdat alle aandacht en middelen nu gaan naar de pandemie, slinken de aandacht en middelen voor natuurbehoud. Volgens sommige berichten neemt de ongecontroleerde ontbossing in het Zuiden de laatste maanden net toe. Dat maakt het voor het volgende killervirus alleen maar makkelijker om onze soort te bereiken.

teaserBeeld DM

dinsdag 8 september 2020

Corona Cronycken deel 9

 

Vanochtend lees ik op de voorpagina van mijn favoriete krant: “Vervuiling doodt 1 op 8 Europeanen”. Een miliseconde denk ik “Voilà, weer eens dezelfde open deur ingetrapt, dat weet iedereen al jaren,” om dan onmiddellijk de ontmoedigende discrepantie te zien tussen de verhitte angst- en woedereacties, waaraan wij ons in de huidige gezondheidscrisis al maandenlang overgeven en de gelatenheid waarmee bovenstaand bericht passeert.

Vandaag aanvaarden wij dat men ons onschuldig veroordeelt tot huisarrest dan wel verplicht om gemaskerd de straat op te gaan ook wanneer elke gefundeerde reden daartoe ontbreekt (lege straten). Dat ons de toegang tot het woonzorgcentrum waar onze ouders of grootouders opgesloten zitten vinden we lastig maar helaas nodig. Tezelfdertijd laten wij ons gewillig verschepen in overvolle bussen en trams en sturen we onze kinderen weer de scholen in, ook al weten we dat dit oncontroleerbare haarden van infectie zijn. Doodsbang zijn we voor de in de loop van ons relatief korte leven nog ongekende pandemische dreiging. Onze “captains of industry” (ik vind het uiterst moeilijk om bij horen of gebruiken van dit opgeblazen ego-begrip een ironisch/meewarige glimlach te onderdrukken) gaan zelfs mee in beslissingen die heel onze economie dreigen te ontwrichten. De grote jongens weten natuurlijk ook wel dat een nieuwe crisis een mooie opkuis van de zwakkere broertjes kan betekenen wiens marktaandeel meteen wordt ingelijfd, maar dit geheel terzijde.

Zal ik even cijfers citeren?

Tot op heden 183 306 Coronadoden in Europa sinds de uitbraak begin dit jaar tegenover 630.000 doden door vervuiling élk jaar (!). Ik weet niet hoe het u vergaat maar mij stemmen die cijfers tot nadenken. Worden de oorzaken van die vervuiling aangepakt? Wel… euh, ja we doen ons best. Maar dan wel met de billen in stijf gesloten kramp. Wellicht zijn er mensen die al veel langer kennis hebben van de desastreuze gevolgen van ons kapitalistisch industrieel vervuilingspatroon. Maar ik zal voor mezelf spreken: ik heb daar al meer dan 50 jaar weet van (Club van Rome vanaf 1968) en probeer daar in mijn eigen praktijk (ik geef toe: met wisselend succes) zo weinig mogelijk toe bij te dragen. Als ik het weet dan moeten die slimmeriken die aan het roer staan van naties en van multinationals het zeker weten: hoe het anders moet. Maar wat je te horen krijgt is dat we het industriële productie- en winstmodel niet teveel mogen hinderen want die zorgen voor de zo noodzakelijke economische groei, voor onze welvaart. En dan komt een vicieuze cirkelredenering de magische deus ex machina om het behoud van het huidige systeem veilig te stellen. Als we onze economie in gevaar brengen is er geen geld om de vervuiling aan te pakken, laat staan om onze gezondheidszorg te financieren. Ziezo, dat hebben we weer mooi voor elkaar: kop in ’t zand.

Laat ik toch meegeven over welke gezondheidsdreigingen we het hebben. De belangrijkste ziektes die Europeanen oplopen door omgevingsfactoren zijn kankers, hartziektes, chronische longziektes, beroertes, neurologische ziektes zoals alzheimer en diabetes. Maar mijn gazet vertelt mij ook dat het eigenlijk allemaal zo erg niet is… voor wie in betere buurten woont en genoeg geld heeft om zich tegen de negatieve impact van milieurisico’s te beschermen.

Tiens, waaraan doet dit me denken? O ja, Corona houdt vooral huis in verzorgingsinstellingen waarin bewoners zo al tot risicogroep behoren en het personeel minder dan gemiddeld betaald worden. Goedbetaalde kantoorjobs verlopen de laatste maanden grotendeels van thuis uit en er wordt veilig zoomvergaderd. Kassiersters in den Aldi en buschauffeurs kunnen zich niet onttrekken aan massale risicocontacten. Tja, spijtig maar helaas, zo is ’t leven.

Mijn vraag bij dit alles: gaan we onze selectieve perceptie van wat (de kwaliteit van) ons leven bedreigt eens bijstellen? Gaan we de cijfers eens bijstellen? Gaan we ons perspectief eindelijk eens verplaatsen naar een zicht op wat er werkelijk toe doet in plaats van het ons te laten opdringen? ’t Zijn maar een paar vragen maar aan de antwoordzijde zal het wel weer oorverdovend stil blijven. En toch weiger ik mijn positivo kijk op een mogelijke toekomst op te geven, op straffe van voor naïeve onnozelaar versleten te worden. Un autre monde est possible!

zaterdag 1 augustus 2020

Corona Cronycken, deel 8

Wat moest gebeuren is geschied: we zitten middenin de tweede coronagolf. Iedereen wist dat dit er aan kwam, we zagen het van ver. We wisten precies wat we moesten doen om er sneller in te duiken en dat deden met volle overgave.

We? Neen, natuurlijk zijn we niet allemáál als lemmingen in de afgrond gedoken, opgezweept door de praatjesverkopers die zich voordoen als de behoeders van ons welzijn en ons tezelfdertijd een wortelstok voorhouden met al het lekkers waar we allemaal naar snakken. De ritselaars die dachten te kunnen trichen zonder dat Covid 19 het merkt, puur gokgedrag, casinospel. Zo zijn de lakeien van de neoliberale ideologie nu eenmaal getraind: opportuniteitjes jagen, risico’s nemen en als het mis gaat de schade afwentelen op het gepeupel, dat geen andere keuze heeft dan de bittere pil te slikken. Après nous le déluge.

Ja ik ben kwaad. Dat gebeurt wel vaker. En dan geef ik wel eens de indruk dat ik de moeilijke positie van de beleidsverantwoordelijken –politici en ambtenaren- niet begrijp. Het tegendeel is waar. Daarom ook dat ik 5 maanden terug, toen het allemaal begon, de verdediging van het beleid opnam tegenover mijn vrienden die alles meteen te veel, te weinig of in ieder geval incoherent vonden. Geduld, geef ze tijd, we zitten nu eenmaal met een totaal uitzonderlijke, nooit geziene situatie. Onbekende, onzichtbare, onberekenbare vijand… Niemand wist het echt, wij niet en ook zij niet. Maar nu weten we meer. Nog lang niet alles maar meer dan genoeg om een duidelijk, coherent beleid te voeren. Laat dit nu precies zijn wat we niet gezien hebben.

Jawel, de spreidstand is een zeer lastige: zorgen voor de directe covid slachtoffers, extra middelen in de gezondheidszorg, ondersteunen van economisch kwetsbare sectoren, opvangen van al dan niet tijdelijke werkloosheid… allemaal veel om te behappen en dan ook nog zorgen dat de economie niet helemaal ontwricht geraakt. Maar hoe lastig ook, het valt allemaal wel te ordenen in prioriteiten en die zijn duidelijk: helemaal bovenaan staat de verspreiding van het virus onder controle krijgen én houden! Alles wat daar tegen in gaat moet wachten for the time being. Massa evenementen horen niet thuis in een verantwoord coronabeleid, of het nu om sport, spel of kunst gaat, spijtig maar helaas voor de getroffen sectoren. Shoppen lijk zot is geen optie, ook niet in zogenaamd groen gekleurde gemeentes want anders duw je die binnen de kortste keren terug in ’t oranje of rood. Gratuit reizen naar massaoorden is dom en laat je als oprecht bezorgde overheid niet toe, punt. Onze economische machine ten allen koste draaiende houden? Nu eventjes niet, graag. First things first! Lobbygroepen content stellen? Kijk, die moeten wel kunnen gehoord worden, iedereen mag zijn belangen verdedigen in het publieke forum. Toch: een echte overheid laat zich niet onder druk zetten door een sterke lobby maar voert eerst het beleid dat nodig is in het algemeen belang. Bijkomend moet collaterale schade zoveel mogelijk beperkt worden en moeten kwetsbare groepen bijgestaan worden. Da’s allemaal helder te communiceren. Als je daarbij nog de omkaderende voorzorgsmaatregelen handhaaft –afstand, hygiëne, mondmasker waar nodig, bubbelbeperking- en die niet om de haverklap naar boven of naar beneden laat jojoën, kan echt nog heel wat… genoeg om toch nog een redelijk aangenaam sociaal leven te leiden. ’t Is aanpassen maar niet onleefbaar.

Als je mensen au sérieux neemt en een coherente, begrijpelijke boodschap brengt, gaat het overgrote deel van de bevolking zich verantwoord gedragen en zorgen voor voldoende sociale  controle tegenover wie dat niet doet. En dan kan je ook op diezelfde bevolking rekenen om de daarnet genoemde kwetsbare groepen solidair bij te staan. Maar steeds meer mensen voelen zich helemaal niet au sérieux genomen. Politici lijken elkaar de loef te willen afsteken door als eerste, als strafste of als permissiefste te communiceren zodat iedereen zich afvraagt: waarover gaat dit nog? Het broodnodige vertrouwen in het beleid dat de bevolking solidair en gemotiveerd hield in de gezamenlijke strijd, verpulvert zienderogen. Zonder vertrouwen geen gezag, de basis geraakt gedemotiveerd. Mensen zijn moe, sommigen steken al een middenvinger op. Het cliché wil dat de bevolking de politici krijgt die ze verdient maar in dezen zijn het de politici die de bevolking krijgen die ze zelf creëren. Ik probeer niet te denken dat dit net de bedoeling is: tweedracht, angst en chaos zaaien om later de gedesoriënteerde bevolking terug te verzamelen rond een sterk leiderschap dat zekerheid biedt. Ik ben weinig vatbaar voor complot theorieën maar begrijp de argwaan die ik hier en daar hoor uitspreken. Laat in ieder geval Jambon, De Block, Beke et les autres eens nadenken over wat ze aanrichten in de hoofden van de mensen.

En laat ik duidelijk onderlijnen dat ik niemand individueel met de vinger wijs. Ik heb groot respect voor het werk dat experts verrichten en de inspanningen die vele ambtenaren en ook een aantal politici leveren om het goed te doen. Alleen lukt het niet op een deftige manier. Waarom? Dat is voldoende bekend, iedereen ziet het: verdeeldheid in beleid, verdeeldheid van bevoegdheden, de greep van de particratie, ideologisch autisme. Toen ik nog een onschuldige schooljongen was zag ik al affiches met “België Barst!” Toen al werden de geesten vergiftigd met het idee dat wij ons moesten bevrijden van het franskiljonse juk en dus van de Walen. De ware tegenstellingen -die tussen arbeid en kapitaal, om het nu ook even simplistisch te stellen- werden op die manier gemaskeerd. De vele staatshervormingen hebben ons sindsdien niet bevrijd van de wereldwijde onderdrukkende politieke orde. Wel hebben die de slagkracht van onze (laten we wel wezen) democratische rechtstaat ondergraven en, zoals nu blijkt, totaal vleugellam gemaakt. Cynisch is dat vanuit rechtse hoek gesteld wordt dat de oorzaak voor de huidige chaos ligt in te weinig autonome macht in Vlaanderen. Daarenboven zijn er ook krachten die de geesten klaar maken voor een sterke hand die ons uit de crisis zal halen. Laten we met zijn allen niet alleen alert blijven voor dat verdomde virus maar vooral ook onze democratische vrijheden die we (of onze voorgangers) ooit zo fel bevochten hebben, niet laten afpakken!

Toch wil ik positief afsluiten want ik reserveer mijn frustraties enkel voor deze Corona Cronyckjes. Voor de rest maak ik me graag vrolijk over de strapatsen van het beleid (blijven lachen is blijven leven) en hoop ik steeds dat het morgen beter wordt. Deze 2de golf zou er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat de nevel optrekt, de geesten uiteindelijk verlicht worden en dat het bakkeleien over een echte te installeren regering plaats maakt voor handelen in het belang van ons allemaal. Jawel: morgen geen gezaag meer over Corona, falend beleid, incoherenties maar een pluim voor zij die de moed vonden om hun ideologische starheid te doorbreken. Hoera!

woensdag 29 april 2020

Corona Cronycken deel 2


Mijn mailbox wordt nog steeds en doorlopend bestookt met vernietigende commentaren op de manier waarop de overheid de huidige crisis beheert. Dat is ook wel te begrijpen. Wanneer mij zulke oprispingen tijdens burengesprekjes geventileerd worden lijken die me volledig logisch. Mensen krijgen vaak tegengestelde boodschappen of kunnen aangekondigde maatregelen niet meteen plaatsen in hun eigen ervaring en praktijk. Er is ook het snakken naar herstel van normaal. Telkens worden ze teleurgesteld in hun hoop op spoedige terugkeer daar naar toe. 

Natuurlijk dat alle frustratie daarover gericht wordt naar de actoren die geacht worden de zaak aan te pakken en ons te verlossen uit onze sociale isolatie, de voortdurende onzichtbare dreiging voor onszelf en onze geliefden en vooral uit onze knagende onzekerheid. In tijden dat hij geen vat meer heeft op zijn eigen leven verlangt de burger leiderschap en in eenzelfde gedachtegang gaat hij er dan maar van uit dat diegenen die aan het stuur zitten een feilloos parcours rijden; liefst in overeenstemming met hoe hij het zelf zouden aanpakken en in ieder geval kordaat, rechtlijnig, consistent zonder aarzelen. Dat onze verkozenen eigenlijk evenzeer in onzekerheid leven als wijzelf is blijkbaar moeilijk te bevatten en al zeker niet te aanvaarden. De complexiteit van de de beslissingen die moeten genomen worden, rekening houdend met de gevolgen voor de volksgezondheid (op zich al een onoverzichtelijk kluwen van erg verschillende risicogroepen, zorgverstrekkers en –instellingen), de economie en het onderwijs bij elke stap die gezet wordt; dit terwijl er nog altijd een zeer gebrekkige  kennis is van de vijand die ons belaagt. Zijn de genomen maatregelen de veiligste, meest efficiënte, best mogelijke? Wellicht niet, maar we kunnen dat niet weten, zoals de beleidsmakers dat ook niet kunnen weten. The proof of the pudding is in the eating. Het blijft voor een stuk natte vinger werk, niet uit onwil maar de kennis is, zoals gezegd, beperkt. We kunnen maar hopen dat ze altijd gehandeld hebben in eer en geweten. Voor de versoepelingen die nu aangekondigd worden geldt precies hetzelfde. Natuurlijk weet iedereen het beter, alleen weet iedereen het anders beter. Dat schiet niet op. Dat is zo bij de man/vrouw in de straat maar dat is ook zo bij de experten. Toch stel ook ik me vragen bij, om maar iets te noemen, Fase 2 van de exit laten ingaan op 11 mei terwijl alle experten erop hadden gedrukt dat ze 2 weken nodig hadden om fase 1 de volgende stap niet voor 18 mei kon gezet worden. En wat met de stemmen van de mensen op de werkvloer – onderwijs, woon-zorg, geestelijke gezondheidszorg – die de cockpit niet lijken te bereiken?

Speelt een (partij)-politieke, ideologische agenda mee, zoals her en der geroepen wordt? We kunnen dat niet helemaal uitsluiten maar door het aantal mensen dat mee aan tafel zit en elkaar op de vingers kijkt, lijkt het me aannemelijk dat de neiging de crisis te misbruiken om de eigen agenda door te drukken enigszins getemperd wordt. Als alles voorbij is zullen alle politieke beslissingen en hun gevolgen moeten geëvalueerd worden ter lering voor toekomstige situaties. Maar er zal ook gekeken worden wie wat waarom beslist heeft, niet zozeer om individuen op een beklaagdenbankje te zetten dan wel om opportunistische beleidsvoering politiek af te straffen. In de praktijk wordt dat een lastige oefening want tot nu toe houdt iedereen zich gedeisd op dat gebied. Het is vooral de onzichtbare hand van het dominante wereldbeeld over samenleving, arbeid, economie, welzijn dat alles mee stuurt. Wie ga je daarop aanspreken? 
Historische grove nalatigheden, daarentegen, zijn makkelijker aantoonbaar. Het vernietigen van de strategische stock mondmaskers zonder in vervanging te voorzien is anekdotisch maar staat voor de besparingstrend die jarenlang de gezondheidszorg heeft beheerst, vooral op kap van de personeelsomkadering. De fusioneringsdwang in naam van kostenefficiëntie is daar ook een uiting van met als gevolg onoverzichtelijke mastodontbedrijven waarbinnen personeel jaar na jaar onder grotere werkdruk moest functioneren en de zorgbehoevenden terechtkwamen in de aliënerende onpersoonlijke zorgfabriek. Eenzelfde verhalen vallen te rapen in andere “onproductieve” sectoren zoals onderwijs of gevangeniswezen. Ook hier gaan we echter geen schuldigen kunnen aanwijzen omdat alle partijen die de laatste decennia de dienst uitgemaakt hebben in diverse regeringen boter op hun hoofd hebben.  

Tezelfdertijd blijf ik ongerust over de wijze waarop wij met zijn allen richting “normaal” zullen geduwd worden. Eén van de centrale vragen is bijvoorbeeld hoeveel we nog willen opofferen om de zogenaamde vrije markt ter wille te zijn. En dat gaat over zowat alle aspecten van ons leven. Onze aandacht zal onder meer moeten uitgaan naar consumptie, mobiliteit, sociale zekerheid, gezondheid (ook geestelijke gezondheid), voeding en milieu. Complex alweer. Vooral: het gaat om belangen. Objectieve en subjectieve, individuele en universele of maatschappelijke, materiële en psychische, actuele versus lange termijn, mens tegenover andere soorten of natuur. Al die belangen moeten mee in de post corona onderhandelingen. Gaan we dat overlaten aan het beleid van ’t moment of gaan we dat op een universeler niveau aanpakken? Denk je dat die onderhandelingen er zomaar gaan komen? Natuurlijk niet. Dat is wel het laatste wat de heersende machten zullen toelaten. Dan hebben we het in de eerste plaats over de grote geopolitieke spelers: de grootmachten en de multinationals om het simpel te houden. Maar ook het mondiale marktdenken dat zich als heersende overkoepelende religie heeft vastgebetoneerd. De heilige groei. Hoe gaan we dat openbreken? Te complex dus al was het maar omdat diegenen die dat zouden willen, onderling totaal verdeeld zijn.

donderdag 23 april 2020

Corona Cronycken deel 1


Bedenksels vanuit de lock-down
 
Corona lock-down of Covid-19 maatregelen, het doet rare dingen met mensen. Natuurlijk, ons sociaal leven overhoop, ons werkritme totaal ontregeld of gewoon: stekker uit, virusfobie, consumptiehonger, vakantieplannen naar de vaantjes en mensen dichtbij of verderaf die effectief moeten vechten tegen deze verwoestende indringer. ‘t Is allemaal niet van aard om gelukkiger van te worden.
Zelf heb ik daar allemaal weinig last van. In normale tijden zit ik meestal thuis (van kleins af aan heb ik geleerd om mij braaf alleen in stilte bezig te houden). Enige verschil: mijn partner telewerkt nu een dagje meer dan voordien. Ik doe nog altijd dagelijks een wandelingetje in de stad, boodschapjes doen, fotootje maken maar, helaas, zonder koffietje onderweg. Dat laatste maak ik dan thuis wel goed. Gisteren vertelde ik een kennis in de wachtrij voor de slager hoe ik geniet van het herwonnen gevoel dat Gent van ons is. Heel de jaren ’70 en nog een stuk daarna was dat ook echt zo -we owned this city. En hoe heerlijk weinig volk er ook nog rondloopt in Gent, ik ontmoet meer bekenden dan ooit. Meteen interfereerde een derde geïrriteerd vanop anderhalve meter dat ze zot werd van de stilte: “Ik heb volk en drukte nodig,” Ik heb me snel uit de voeten gemaakt want daar kan ik niet tegen op.
Ik heb natuurlijk mooi praten. Voor mensen die nu alle zeilen moeten bijzetten om de boel waar mogelijk draaiende te houden – zorg en onderwijs in de eerste plaats – is het een heel ander verhaal. En voor diegenen die de zeilen noodgedwongen hebben moeten strijken, vooral zij die daarbij niet kunnen terugvallen op een vervangingsinkomen, beleven donkere tijden. Ik ben zelf niet zo’n groepsmens maar de talrijke initiatieven die ontstaan, ook op kleine schaal in mijn omgeving, om mensen een hart onder de riem te steken of om zij die het moeilijk hebben te helpen, zijn hartverwarmend. Een woord dat terecht populair is dezer dagen. 

Ik zit dat zo allemaal vanuit mijn ophokplicht gade te slaan. Ik lees de krant en volg de Radio1 corona-uitzendingen, soms wel een stukje Afspraak op TV 1 en ik maak me nog evenveel kwaad als in business-as-usual-tijden; met wel dit belangrijk verschil: mijn ergernis richt zich veel minder tot de beleidsmakers dan wel tegen zij die daar commentaar op geven. Dat is inderdaad eens wat anders. “Geef toe, wij leven toch in een apenland,” concludeerde een buurvrouw vanochtend, een beetje moedeloos van alles wat fout loopt de laatste tijd. Tja, eerlijk gezegd, ik vind dat we het in de gegeven omstandigheden niet zo slecht doen. En ik zie het in andere landen toch ook niet allemaal zo vlotjes opgelost worden.  Zo was er deze week die Instagramuitschuiver van een muzikant (sic, iedereen mag een mening hebben en deze uiten) die commentaar gaf op het conflict tussen Ben Weyts en de onderwijsvakbonden. Er was door de minister een ballonnetje opgelaten om de kinderen eventueel tot in de laatste week van juni nog wat gemiste leerstof bij te brengen. Het was een denkpiste die leerkrachten vanuit hun praktijk in overweging konden nemen. Omdat de muzikant in kwestie "B.V." voor zijn naam staan heeft werd het geval opgepikt door o.a. Het Nieuwsblad. Door ongelukkige formulering of te snel conclusies trekken werd de indruk gegeven dat net het leger onderwijsmensen, die in de frontlinie het beste van zichzelf geven, hun vakantierechten belangrijker vonden dan hun kinderen. Twee keer nadenken voor je iets opschrijft kan helpen, natuurlijk, maar daar is instatwitter niet voor gemaakt. Het overgrote deel van het leraarskorps heeft de laatste weken ruimschoots bewezen bereid te zijn om te doen wat nodig is voor hun leerlingen, ook als dit alweer uitzonderlijke inspanningen vergt. De vraag of die extra week les ook veel aarde aan de dijk zet, zullen zij zelf best kunnen inschatten. De hele controverse is dus terug te brengen tot de vakbonden die hier de kans gemist hebben om zich even terughoudend op stellen en de reactie op de werkvloer af te wachten. Het no passaran, waarmee ze furieus als een gebeten hond reageerden, helpt niet om de solidariteit te bevorderen waarmee we deze crisis allemaal samen proberen door te komen. Profileringsdrang is een kwalijke ziekte die nogal eens toeslaat bij relevantietwijfel. En wie ’t schoentje past trekke het nog altijd aan.

Ja, ik maak me dus wel eens boos wat niet wegneemt dat ik een positivo in hart en nieren ben en me bijgevolg zelden druk maak. Ik zei het al: ik bekijk dat allemaal zo vanop een afstandje vanachter een mijn zelfgebrouwen kopje Mokabon... van op de zijlijn, zeg maar.
Wat mij vooral bezig houdt is hoe nu al overal koortsachtig gemanoeuvreerd wordt om de miserie waar zovelen onder lijden te gelde te maken. In een aantal gevallen mag je dat letterlijk nemen, maar ik denk in eerste instantie aan the usual suspects uit het cynisch politiek-industrieel complex. Zij die koste wat kost deze opportuniteit om ons te bezinnen over hoe we met deze wereld en met elkaar omgaan en daar nieuwe, duurzamere en rechtvaardiger keuzes in te maken, de kop willen indrukken. Ook hier is het no passaran! Hakken stevig in de grond. Ze  beseffen heel goed dat deze tijden mensen dichter bij elkaar brengen en de oude stammentwisten uitvlakken. Het bijzondere, opbouwende publieke debat van de dag en de solidariteit die de gezamenlijke strijd doet opleven zijn een slechte voedingsbodem voor diegenen die garen spinnen uit onvrede, afgunst en broedertwist. 

Ach, public relations-gewijs en om de volkswoede te ontmijnen zullen er wel wat cosmetische gedoogzaamheden worden afgekondigd. Wat extra investeringen in openbaar vervoer hier en een fietsparking daar, misschien nog een stadsbosje bij en vooral ietwat meer zorg voor de zorgsector, als ze maar niet overdrijven. Maar fundamenteel? Een ander, duurzaam consumptiepatroon? Transitie? Het zal niet gebeuren. Wil je onze economie de genadeslag toebrengen misschien, ons terug katapulteren naar de middeleeuwen? Het is nu ’t moment om alles in te zetten op de relance, onze concurrentiepositie herwinnen en onze oceaandiepe crisisputten te delgen. Andere mobiliteit? Maar dan raak je aan de ruggengraat van onze economie: de auto- en brandstoffenindustrie. Vliegreizen rantsoeneren? Dan gaat ons nationaal luchtvaartsysteem inclusief SN Brussels en Brussels Airport naar de haaien en zijn wij geen speler meer op de wereldmarkt. Duurzame landbouw? Wereldvreemde bioboeren kunnen nooit iedereen voeden en al zeker niet de honger uit de wereld helpen. De argumenten tegen zullen dezelfde blijven, aangevuld met wat gemanipuleer van het psychologisch klimaat dat zich nu ontwikkelt. Wij moeten er ons bewust van zijn dat we nu echt in een wereldwijd sociologisch labo leven en dat die charels (nog altijd dezelfde) dat heel goed aan ’t bekijken zijn om te zien hoe ver ze met de bevolking kunnen gaan. Hoeveel zijn wij bereid te slikken in ruil voor wat meer zekerheid en een paar lekstokken. Trump, Johnson, Erdogan, Orbán lijken schertsfiguren uit een andere wereld, ver van de onze. Maar in een vingerknip kan het onze realiteit worden. Ze staan klaar en crisissen zoals we nu beleven, zijn opportuniteiten die de zaak kunnen doen kantelen in deze of gene richting. Ze staan klaar, we moeten meer dan ooit alert zijn.
En dan de bedrijven die het nu even zwaar te verduren krijgen, zij het dan onder de paraplu van publieke middelen (terecht!). Ik hoor Gwendolyn Rutten strijdvaardig benadrukken dat wij een land van KMO’s zijn die de sterkte van ons land verzekeren. De grote bedrijven overleven dit wel en weten dat ze straks nog eens langs de kassa passeren. Onder de kleintjes wordt het een bloedbad. Precies dat bloedbad is voor de grote spelers dan weer de opportuniteit om ook dat deel van de markt in te pikken. Je zult het zien: schaalvergroting, groei is nu eenmaal de logica van het kapitalistisch systeem. Als mevrouw Rutten het meent dat haar partij die van de kleine en middelgrote ondernemingen is, dat ze daar maar eens tegenin gaat. Benieuwd.