zaterdag 19 oktober 2002

Boeren en Globalisering

Attac is zo’n 5 jaar terug in Frankrijk ontstaan ten tijde van de grote werklozenmanifestaties. Wij weten hoe dat de laatste decennia gaat met sociale onrust: als die ál te zichtbaar en dus politiek gevoelig wordt, worden er snel enkele sussende maatregelen getroffen om de zaak te bekoelen, eventueel gekoppeld aan een P.R.-stunt met het oog op de volgende verkiezingen. Fundamenteel verandert er echter weinig: de armsten, de uitgeslotenen blijven in hun miserie zitten. Aan de oorzaken van armoede en uitsluiting wordt niet geraakt.

Onze politici steken hulpeloos de armen in de hoogte: “”Wij kunnen en mogen daar niets aan doen en daarenboven: onze arbeidskosten zijn nu al hoger dan in de ons omringende landen. Wij zijn niet concurrentieel genoeg.”  Voor een deel hebben ze nog gelijk ook. Het Internationaal Muntfonds (IMF) legt strenge begrotingsregels op. De Wereldhandelsorganisatie (WHO) verbiedt beschermingsmaatregelen die kunnen geïnterpreteerd worden als concurrentievervalsing. Via honderden, duizenden verdragen, reglementen, wetten legt de virtuele wereldregering van de vrije markt –verheven boven alle democratische structuren– zijn wil op aan de naties van de wereld.

De grote werklozenbeweging was dus gedoemd om met een sisser af te lopen en een dynamische massa terug te storten in ontgoocheling, verbittering, apathie.

 

In dezelfde periode kenden we ook het debacle van de Aziatische markten. Het Barings Bank-schandaal en de ineenstorting van de Zuid-Oostaziatische economie doorprikte de goednieuwsshow van de vrije markt. De spectaculaire opgang van de “Aziatische tijgers”, die het universele weldadige karakter van het kapitalistisch systeem en het “einde van de geschiedenis” moest bewijzen, werd in één haal neergemaaid en stortte miljoenen Indonesiërs in de economische afgrond. Het kan geen toeval zijn dat Al Qaeda er vandaag vruchtbare grond vindt. Het maakte plots, voor het oog van de wereld, de relatie tussen de casinospeculatie op de financiële markten en het lot van miljoenen duidelijk. Het verband met de stijgende werkloosheid in onze eigen contreien was gauw gelegd. Men zag dat de oorzaken dezelfde waren, nl.: de speculatie die de winstverwachtingen van investeerders de hoogte injaagt; deze laatsten gaan ongeremder dan ooit aandringen op het drukken van de productiekosten en dan vooral de arbeidskosten. Onze arbeidskracht wordt dus in een wereldwijde concurrentieslag geworpen. De gevolgen kennen we: rationalisering, delocalisering…

 

Dit soort analyses maakte de redactie van Le Monde Diplomatique al jaren op een schitterende wijze, maar nu was de tijd rijp om al die verhalen te bundelen en om te zetten in een langetermijnactie tegen het casinokapitalisme. Dat was de oproep die de hoofdredacteur van de krant, Ignacio Ramonet, toen lanceerde en waaruit ATTAC ontstond. De naam werd niet alleen omwille van de welluidendheid en strijdbare connotatie gekozen, hij staat ook voor de eerste concrete actie waarrond werd gemobiliseerd: de Tobintaks als eerste aanval op de speculatiemarkt; een poging om “de markten te ontwapenen”.

 

Wie geïnteresseerd is in het volledig programma van ATTAC vindt brochures en folders aan een Attacstand of kan teksten afhalen op de website. Hier is het belangrijk om te wijzen op het uitgangspunt van Attac, nl.: zoeken naar datgene wat ons bindt en die band in de actie tastbaar maken. Met “ons” bedoel ik:

-                  alle volkeren die door de neoliberale “Wild West”-economie in miserie en armoede gedumpt worden; alle NGO’s die actief zijn op het gebied van Noord-Zuidverhoudingen en milieu;

-                  alle sociale bewegingen, ook de kleinste lokale verenigingen die het opnemen voor de zwaksten in eigen buurt;

-                  alle vakbonden die doorheen heel de geschiedenis van het industriële kapitalisme de strijd voor arbeidersrechten hebben geleid maar sinds enkele decennia zijn teruggedrongen in een meer defensieve positie;

-                  de vredesbeweging;

-                  alle individuen die in hun dagelijks leven te lijden hebben van sociale onzekerheid, uitsluiting dor afbraak van sociaal weefsel, toenemende voedselonveiligheid en andere gezondheidsrisico’s die samenhangen met Wetenschappelijk-Industrieel-Technologisch complex dat niet te dienste staat van mensen maar van winsten.

Wij moeten allemaal onze krachten bundelen om terug greep te krijgen op deze wereld in plaats van ieder op ons eigen eilandje –misschien nuttig maar zeker impotent– links en rechts pogen de ergste schade te herstellen. Daarom gaat Attac op zoek naar partners.

 

In het onvolledige rijtje dat ik zonet opsomde ontbraken oa de boeren. Zij zijn het nochtans die het langst de slachtingen van de kapitalistische economie aan den lijve ondervinden, zoals uit de bijdrage van Koen Dhoore zal blijken. De vruchten van hun arbeid hebben altijd een centrale rol gespeeld in ontstaan en ontwikkeling van de globale economie. Die vruchten zijn vandaag de munitie waarmee vandaag de grote handelsoorlogen worden uitgevochten. Het zijn de overschotten die onze boeren moéten produceren, die gedumpt worden op de wereldmarkten in Oost en Zuid en daarmee de lokale boeren ginder de nek omwringen.

Het zijn de kennis en de innovaties van diezelfde boeren die aanleiding hebben gegeven tot het ontstaan en de spectaculaire ontwikkeling van de (agro-)chemische industrie. Diezelfde chemische industrie, die hen vandaag zo genadeloos berooft, controleert vandaag grote delen van de landbouwproductie omdat ze de zaadveredeling van de boeren heeft afgepakt en gepatenteerd, omdat ze hun bemestingstechnieken heeft gekopieerd, “verbeterd” en… gepatenteerd, omdat ze grote delen van de verwerking van hun producten controleert.

Maar ook in de strijd om een leefbaar milieu kan de wereld niet zonder de boeren. Zij zijn sinds mensenheugenis de hoeders van de natuur. Wanneer de landbouw optreedt als verarmer en vernietiger van de natuur, dan is dat door toedoen van de agro-industrie. Als de boer zijn land en de omgeving vergiftigt, dan is dat enkel omdat hij daartoe gedwongen wordt door de filiaire van veevoederbedrijven, zaadproducenten, de agro-chemie, de banken, de Boerenbond, de verwerkers en distributeurs. Wie in de Raden van Beheer en de lijsten met grote aandeelhouders van al die spelers gaat kijken, komt steeds dezelfde gezichten tegen.

Van in het begin heeft Attac het belang van de boerenstrijd ingezien en al snel zijn in Frankrijk samenwerkingsverbanden opgezet met de militante boerenvakbond Confédération Paysanne. Deze onafhankelijke vakbond heeft middels haar spectaculaire acties tegen McDonalds en tegen de GGO-velden een grote rol gespeeld in de internationale sensibilisering voor de globale landbouwproblematiek. Zij drukte, mede dank zij haar mediagenieke woordvoerder, José Bové, haar stempel op het verloop en mislukken van de Seattle Conferentie van 1999. Vandaag is de voorman lid van de stichtende ledenraad van Attac.

Ook Attac Vlaanderen wil op zoek gaan naar haar aanknopingspunten met de boerenstrijd. Als het over strijd gaat, is het VAC onze natuurlijke partner. Zij behartigen al jaren de belangen van onafhankelijke boeren. Ze helpen bij de dagelijkse beslommeringen –hen op weg zetten met de boekhouding, sociale zekerheid, belastingsaangiftes, enz.– en staan hen bij tegen de aanvallen van de agro-industrie. Onafhankelijke boeren moeten hun onafhankelijkheid kunnen behouden, geketende boeren moeten zich van die ketens ontdoen, dat is waarvoor VAC werkt. Die strijd is essentieel willen wij de doldraaiende economie die meer slachtoffers maakt dan welke oorlog ooit gedaan heeft, terug onder controle brengen van democratische structuren.

Als wij terug vat willen krijgen op ons eigen leven, op de kwaliteit van onze voeding, op drinkwater, op gezonde lucht, op een leefbaar milieu, als wij onze kinderen en kleinkinderen kansen willen bieden op een leven dat het leven waard is, dan zullen we de handen in elkaar moeten slaan. Dan zullen we moeten op zoek gaan naar datgene wat ons bindt. En eigenlijk is dat niet moeilijk. Wie we ook zijn –bandwerker in de fabriek, boer op het land, paperassenvuller op kantoor of wetenschapper in het labo, of wij nu gebruiksgoederen, voeding of ideeën voortbrengen, wij zijn allen producenten. Waar we ook leven –in het rijke Noorden, in het arme Zuiden, in de stad of op het land– wij zijn allen consumenten. In elk van deze hoedanigheden zijn wij gelijken en nog belangrijker: hebben wij macht! Als de producent niet meer produceert stopt de economische machine en dan is er voor de speculanten niets meer om op te parasiteren. Als de consument niet meer koopt, stort de markt –vrij of niet– in elkaar. Als wij ons organiseren als producenten, en dit is de taak van de vakbonden, kunnen we terug een tegenmacht opbouwen. Maar dat kan alleen als we ons tegelijk en in solidariteit ook organiseren als consument. Deze nieuwe organisatievormen en samenwerkingsverbanden zijn nog jong en zullen dus slechts geleidelijk aan resultaten opleveren, maar ondertussen kunnen en moeten we als consument ook nu al nadenken over datgene wat we kopen of verbruiken en nieuwe keuzes maken. Wij hoeven onze kinderen niet in gevaar te brengen met minderwaardige producten uit de voedingsindustrie, overal duiken initiatieven op die ons rechtstreeks toegang verschaffen tot échte voeding van echte boeren en eerlijke verwerkers. Welk vertekend beeld we door de media ook hebben over de boeren: we zullen terug moeten beseffen dat de boer en zijn voortbrengst een onmisbaar fundament is van het goede leven dat wij allemaal voor onszelf en voor onze kinderen nastreven. Het is met de boer dat we hand in hand zullen moeten strijden!

Patrick Cohen

 

donderdag 1 maart 2001

Beste meneer Gabriëls

Beste meneer Gabriëls,

Het is met genoegen dat ik hoor dat u weer alles onder controle hebt. Ik kan weer op mijn twee oren slapen. Mond en klauwzeer, BSE,… ‘t is allemaal gewoon een kwestie van de gepaste maatregelen nemen en, als iedereen goed meewerkt, schijnt ook morgen de zon weer. Ach ja, hoe Europa telkens die vergoedingen voor de boeren zal kunnen blijven betalen moet nog wel even uitgezocht worden. Maar daar passen we -mits de nodige aanmoediging van enkele honderden tractoren op Schuman- wel een mouw aan. Enkele fondsen die op heel bescheiden wijze het sociaal Europa moeten helpen uitbouwen kunnen, precies vanwege dat bescheiden karakter, evengoed nog wel één, twee, pakweg vijf jaar in de koelkast gezet worden- er moet daar naast die vleesberg toch nog wel een klein plaatsje voor te vinden zijn, denkt u niet, meneer Gabriëls?
Meneer Gabriëls! Wie houdt wie hier nu voor de gek ? Weet u wat ik denk, meneer Gabriëls ? Dat u helemaal niets onder controle heeft. Jawel: u hebt een brandje omsingeld en met een beetje geluk kunnen de gensters die over de hoofden van de spuitgasten richting hooischuur waaien -u weet hoe dat gaat met brandjes- ook tijdig onderschept worden. De prijs ? ‘t Valt nog mee: vernietigen van een 1.000-tal dieren om te beginnen -áls er zich nergens lekken voordoen. Op Europese schaal worden dat er tienduizenden en… doe er in de pronostiek voor alle zekerheid maar een nulletje bij tegen dat heel die epidemie echt voorbij is.

Echt voorbij ?
Mijnheer Gabriëls, u weet toch net zo goed als ik (om nog maar van meneer Devisch te zwijgen) dat het nooit voorbij zal zijn; dat het alleen maar erger wordt.
Ik hoor dat u zich niet al te best voelt bij het zien van een brandstapel met een paar honderd karkassen. U als boerenzoon, dat moet zeer doen. Daar voel ik echt in mee, meneer Gabriëls. Eigenlijk zou het moeten verboden worden… dat te filmen, bedoel ik. Het is toch niet proper om gevoelige zielen zoals u en ik daarmee te confronteren. Ze zouden die verbranding beter wegsteken onder de grond, in een hermetisch afgesloten bunker met rookgaswassing. Beter voor ‘t milieu, beter voor ‘t gemoed van de consumenten én dus beter voor de afzet van koteletjes en biefstukken. En de aanvoer van al die karkassen kan met een beetje goede wil georganiseerd worden met gesloten vrachtwagens die rechtstreeks de bunker binnenrijden. Te duur ? Denkt u eens aan: zo’n investering met participatie van de Vlaamse overheid, de vleessector en Rendac moet, met de huidige vooruitzichten toch een goudmijn worden.

Sorry, meneer Gabriëls dat ik u daar zo persoonlijk over aanspreek. Het is niet zo bedoeld. U kan er ook niet veel aan verhelpen. ‘t Zijn die Engelsen, die hun zaakjes niet in de hand hebben; en nu zitten wij -nee, zit u vooral- met de gebakken peren. U mag het weer gaan uitleggen.
Maar precies daar, mijnheer Gabriëls, doet u het even slecht als al uw collega’s in onze buurlanden en als al uw voorgangers trouwens. Wanneer gaan we eens klare wijn schenken ? Wanneer gaan we eindelijk eens te horen krijgen dat industriële landbouw en monsterepidemies samengaan als paard en kar, zoals papa Sinatra ons al 50 jaar terug bezong ?  Het zijn gewoon 2 kanten van dezelfde medaille; of laat ik liever van dezelfde dobbelsteen zeggen, want er zijn nog enkele onafscheidelijke kantjes aan. De reeds genoemde preventieve vernietiging, bijvoorbeeld. Ik zal het nog eens zeggen, zodat u het goed kan proeven: p-r-e-v-e-n-t-i-e-v-e  v-e-r-n-i-e-t-i-g-i-n-g. Alsof het om een neutrale hygiënische ingreep gaat. Het klinkt zelfs een beetje als: ach, we halen ze even door de papierversnipperaar.
Hebt u al eens becijferd hoeveel van onze trouwe viervoeters -die ons toch het beste van zichzelf geven, als ik het zo mag uitdrukken- preventief zijn vernietigd ? U voelt zich daar een beetje niet goed bij, meneer Gabriëls. Ik zou daar niet meer van slapen, moest ik in uw schoenen staan! En ik zou geen hap vlees meer door mijn strot krijgen! Maar u zal dat worst wezen, want u hebt allang gekozen voor het Europa van de voedingsindustrie en samen met dat Europa hebt u de boerderijdieren verdingd. Koeien, varkens, kippen, lammeren,… dat zijn geen levende wezens voor u maar marchandise. En wat doe je met marchandise ? Dat zeul je van de ene plek naar de andere om daar weer nieuwe marchandise van te maken, die op haar beurt wordt versleept naar alweer een nieuwe bestemming, bij de afwerker zeg maar. U kent die circuits beter dan ik.

Ja die circuits… die worden, als je even niet kijkt, algauw caroussels… BTW- en subsidiecaroussels. En dan zou ik het ook nog kunnen hebben over hormonen, antibiotica, mest, giftig veevoer, genetische manipulatie… moet ik heel die lange rij nog eens aflopen ? Onze dobbelsteen heeft allang geen kanten genoeg meer! Het hoort allemaal onverbrekelijk bij het soort landbouw waar u samen met Europa voor kiest. En het is nog maar een begin, het wordt allemaal nog véél erger.

Maar, wat hoor ik daar ?  Het lijkt wel… warempel: woedend gehuil en gebrul vanuit het diepe Vlaanderen -la Flandre profonde. De boeren zijn woest omdat ik hun stiel voor de zoveelste keer in een kwaad daglicht stel. Gelijk hebben ze, natuurlijk. Ik zou nog veel woester zijn, denk ik. De manier waarop Europa én de WTO én de Boerenbond met die mensen gesold heeft… Ook zij zijn verdingd. Voor die organisaties zijn dat geen mensen maar productieslaven die netjes mogen maken wat Europa voor hen beslist heeft. Boeren mogen nog één keuze zelf maken: volgen of uittreden. Hoewel, zelfs dat is niet meer waar. Met de schulden die ze hebben opgebouwd, kunnen ze zelfs die beslissing niet vrij nemen. Ze zullen doorgaan of stoppen naargelang en wanneer de Boerenbond of de bank daar zo over beslist. Want grote organisaties houden niet van kleine boeren: daar kunt ge u toch niet mee bezig houden, nietwaar.
Weet u, meneer Gabriëls, moest u evenveel inzitten met de boeren als u voorgeeft en moest Europa echt iets voor boeren en consumenten willen doen, dan zouden jullie mijn goede belastinggeld niet vergooien aan eindeloze vergoedingen voor vernietiging van ziek of giftig vee, misdadige uitstapregelingen voor boeren die toevallig te klein zijn of de verkeerde  marchandise voortbrengen. Ook zouden jullie mijn zuurverdiende centjes niet in de opbouw en dan weer vernietiging van melkplassen, boter- en vleesbergen steken, om nog maar van de gewassen en het fruit te zwijgen. Neen, meneer Gabriëls, mochten u en uw Europese vrienden het hart op de juiste plaats dragen dan  zou u investeren in het vrijkopen van al die loonslaven. Hen de kans geven om terug echt met landbouw bezig te zijn in de plaats van zich een onbeduidend radertje in een industriële machine ter voortbrengst van nepvoeding te voelen. U zou ervoor zorgen dat boeren terug leren hoe ze een eerlijk product kunnen voortbrengen, ze de fierheid teruggeven die hen de laatste halve eeuw is afgenomen.
De grote organisaties hebben de boerenstiel vermoord en daarmee ook vele boeren, letterlijk! Zelfmoordcijfers onder boeren al eens onder ogen gekregen? De slachtingen die zijn aangericht kunnen nooit meer ongedaan gemaakt worden. U en uw collega’s kunnen die slachtingen wel een halt toeroepen. Maar daarvoor moet eerst klare taal gesproken worden, moeten boeren en consumenten au serieux genomen worden. Wij zijn allemaal burgers en hebben het recht te weten waar de echte oorzaken van het falende land­bouwbeleid liggen, wat de echte risico’s zijn van datgene wat we op ons bord krijgen en van de manier waarop dat geproduceerd wordt. Vooral hebben wij het recht te weten welke belangen echt gediend worden. Zo kunnen boeren en consumenten eindelijk duidelijke keuzes maken.
Meneer Gabriëls, laat het niet aan uw hart komen. Het kan nog allemaal goed komen tussen ons. Een blijk van goede intenties zou ons bijvoorbeeld al iets milder kunnen stemmen. Maar streng zullen we blijven oordelen!
Patrick Cohen
1 maart 2001